VN-comité wil toetsing rechter bij euthanasie

Nederland moet zijn euthanasiebeleid herzien. Dat staat in het eindrapport van het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties, dat spoedig naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Het VN-comité heeft veel kritiek op de Nederlandse procedure voor euthanasie. Een arts mag het leven van een terminale patiënt beëindigen, zonder dat daar een rechterlijke toets aan voorafgaat. De mensenrechtenexperts vinden dat een beoordeling door een tweede arts onvoldoende waarborgt dat er geen sprake is geweest van bovenmatige beïnvloeding of een misverstand, omdat die second opinion „zelfs door middel van een telefoontje kan worden verkregen”.

Ruim twee weken geleden, toen minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) zich in Genève voor het VN-comité moest verantwoorden voor de mensenrechtensituatie in Nederland, lieten de Amerikaanse, Britse en Zweedse experts kritische geluiden horen over het Nederlandse euthanasiebeleid. Zij willen dat álle euthanasiegevallen vooraf door een rechter worden beoordeeld. Want, zei de Amerikaanse hoogleraar Ruth Wedgwood, bij levensbeëindiging geldt hetzelfde als bij de doodstraf: „Once it’s done, it’s done.” Ofwel, je kunt het achteraf niet terugdraaien.

Na de zomer komt het kabinet met een officiële reactie op het rapport van het VN-comité. In Genève gaf Hirsch Ballin de experts al een korte toelichting op het euthanasiebeleid. Volgens hem is er geen sprake van een enorme stijging van het aantal euthanasiegevallen, maar wordt de meldingsplicht beter nageleefd. Bovendien is de minister ervan overtuigd dat de toetsingscommissies, bestaande uit medici, ethici en juristen, voldoende garanderen dat de procedure goed verloopt.

Het comité heeft Nederland al eerder op het euthanasiebeleid aangesproken. Experts willen de garantie dat mensen worden beschermd tegen misbruik.

    • Barbara Rijlaarsdam