Van barak tot schuurtje tot kamperfgoed

In Hardenberg is deze week een barak uit Westerbork ontdekt, nog vrijwel intact.

Veel oorlogserfgoed wacht dringend op conservering.

Dan schuift de eigenaar de deur van de oude schuur open. Guido Abuys en Jan Vonk van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork zien balen stof, opgestapeld tot de nok. Ze beklimmen de balen en tellen de ramen.

Dat deze schuur van acht bij dertig meter uit Westerbork komt, wisten ze al van de getuigenis van Jo Moltman (77), die de barak in de jaren zestig ophaalde van het kampterrein. Het kamp moest leeg. Maar ze wisten niet dat de barak nog vrijwel intact is. Dit is de meest complete barak die tot nu toe is opgedoken, zegt Abuys. „Mooier dan Veendam.”

Met ‘Veendam’ bedoelt hij de barak waarin Anne Frank batterijen heeft gesloopt. Deze barak zou teruggaan naar Westerbork, maar brandde anderhalve week geleden grotendeels af. Sinds die brand krijgt het herinneringscentrum dagelijks tientallen telefoontjes en mailtjes van mensen die een barak weten te staan of zich kunnen herinneren dat er vroeger ergens eentje stond.

Foto’s en verhalen uit de Tweede Wereldoorlog zijn in overvloed bewaard gebleven. Maar de conservering van materieel erfgoed uit de oorlog staat nog „in de kinderschoenen”, zegt Dolf Muller van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voorheen Monumentenzorg geheten. Gebouwen moeten ten minste vijftig jaar oud zijn om in aanmerking te komen voor het predicaat ‘rijksmonument’. „Daarom zijn we ons nu pas een beetje aan het oriënteren op bunkers en stellingen”, zegt Muller.

Direct na de Tweede Wereldoorlog, zegt Muller, werden Duitse bunkers nog gewoon opgeblazen. „Dat was uit wraak. Het ging van je huppeldepup holadijee.” Maar nu langzaamaan de generatie uitsterft die de oorlog heeft meegemaakt, groeit de belangstelling. Er verschijnen artikelen in vakbladen, zegt Muller.

„En het helpt natuurlijk dat Anne Frank in die barak in Veendam heeft gezeten.” Alles wat met Anne Frank te maken heeft, zegt ook David Barnouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, „zorgt voor opwinding en vertier”.

Soms lukt het eenvoudigweg niet om het oorlogserfgoed in kaart te brengen, zegt NIOD-onderzoeker Barnouw. „Zo wilden ze in Amsterdam alle verzetshuizen op een rijtje zetten, maar daar zijn ze maar mee opgehouden. Want wat tel je mee? Elk pand waarin één keer het illegale Parool is gestencild?”

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen Duitse gebouwen en niet-Duits erfgoed. Zo is de door de Nederlanders aangelegde Grebbelinie „redelijk goed” bewaard gebleven, zegt Kees Neisingh van de Stichting Menno van Coehoorn. „Daarvan zijn nog voldoende kazematten zichtbaar in het landschap. Die zijn van beton. Daar gebeurt niet zo gek veel mee. Alleen de ijzeren deuren zijn vaak verkocht.”

De Duitsers hebben in de Tweede Wereldoorlog 23.000 bouwwerken in Nederland neergezet, zegt Neisingh. „Van kolossale bunkers tot kippenhokken en toiletgebouwtjes.” Van de 2.000 ‘zware’ werken – bunkers van gewapend beton met muren van ten minste twee meter dik – is volgens de telling van Neisingh de helft nog aanwezig. Van de rest is „iets minder dan de helft” blijven staan.

In 2004 bracht de Raad voor Cultuur een advies uit aan toenmalig staatssecretaris Van der Laan (Cultuur, D66) over omstreden erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding was het aanwijzen tot rijksmonument van het praalgraf van een NSB’er in Roermond, wat tot ophef had geleid.

De Raad concludeerde dat ook zaken als collaboratie herinnering verdienen. Zo moet het praalgraf volgens het advies niet worden opgevat als maatschappelijke erkenning van de bewuste NSB’er, maar als herinnering aan een minder prettige kant van de oorlog. „Monument betekent [...] primair niet ereteken, maar herinneringsteken”, aldus de Raad.

De barak in de omgeving van Hardenberg die deze week werd geïnspecteerd, verkeert in goede staat. Er zijn vier decennia geleden damwanden tegenaan gezet. Het hout, zeventig jaar oud, is nog niet vermolmd. De eigenaar is een timmerman, die lekkages direct repareerde.

In de omgeving van Hardenberg – de eigenaar wil de precieze locatie liever niet zeggen om pyromanen te weren – deed de barak lange tijd dienst als kippenschuur. De balen stof die er nu liggen, zijn van een marktkoopman. In juni 2010 loopt diens contract met de eigenaar af, en dan kan de barak terug naar Westerbork. Dat wilde de eigenaar vorig jaar al. Abuys: „Ik kan nu al met zekerheid zeggen dat we daar belang bij hebben.”