Toerist in de strafkolonie

Veenhuizen hoopt opgenomen to worden op de UNESCO-lijst van werelderfgoed. De kunstenaars die er werken, zijn bang dat ‘kwaliteitstoerisme’ er een façadedorp van zal maken.

Veenhuizen met rechts Het Strokasteel dat theatergroep Peer Group samen met gedetineerden optrok Foto’s NRC Handelsblad, Sake Elzinga Veenhuizen - sept.- 2005. Boer met tractor rijdt naar strokasteel van de Peergroep. Project van Sjoerd wagenaar. Foto: Sake Elzinga Theatermaker Sjoerd Wagenaar van de Peer Group heeft samen met gedetineerden op een nabijgelegen weiland een reusachtig bouwwerk opgetrokken uit strobalen, Het Strokasteel. De band tussen het gevangeniswezen en het theater kwam hier drie jaar lang tot uiting in voorstellingen en performances. NRC Handelsblad

Langs de liniaalrechte Hoofdweg van Veenhuizen met de strak gegraven trekvaart ernaast vragen grote borden aandacht. ‘Veenhuizen. Op weg naar Werelderfgoed’, geeft de tekst te lezen. Eronder staat een aantal instellingen dat het initiatief ondersteunt om de voormalige Drentse armen- en dwangkolonie op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst te krijgen. Het Gevangenismuseum bijvoorbeeld, de Tuinen van Weldadigheid, of het hotel-restaurant Bitter en Zoet.

Andere instellingen, zoals het Outsider Art House, de galeries Coco Maria en Zunneschien, het schildersatelier Kunst en Vlieg, het theatergezelschap Peer Groep en het Verenigingsgebouw moedigen om artistieke redenen het initiatief aan. In het Verenigingsgebouw is behalve een café-restaurant een theaterzaal gevestigd waar landelijk bekende gezelschappen en cabaretiers optreden. Deze uitspanning werd in 1922 gebouwd voor het gevangenispersoneel. In die tijd was Veenhuizen streng van de buitenwereld afgesloten. Hekken eromheen, bewakers, slagbomen. Het dorp werd tot ver in de twintigste eeuw ‘Hollands Siberië’ genoemd.

Op 19 maart van dit jaar stelde de gemeente Noordenveld, waaronder Veenhuizen valt, het dorp kandidaat voor de eretitel van cultureel erfgoed. Burgemeester Van der Laan noemt Veenhuizen ‘een parel’ in het Drentse landschap. In zijn verzoek aan minister Plasterk (OCW) aan wie de beslissing is, schrijft hij: „Ooit was dit dorp een modelsamenleving om het armoedeprobleem in Nederland op te lossen.” Ook schrijfster Suzanna Jansen, die bekendheid verwierf met haar indrukwekkende relaas Het pauperparadijs. Een familiegeschiedenis (2008) over armoede in Nederland, is voorstander van het het plan. De minister zal naar verwachting na de zomer een besluit nemen. Concurrent is de Amsterdamse grachtengordel.

Historisch belangrijke plekken in Nederland die pronken met het UNESCO-predikaat zijn onder meer het eilanddorp Schokland, de Waddenzee, droogmakerij De Beemster, molens aan de Kinderdijk en de Stelling van Amsterdam. Veenhuizen verwierf wel de status Beschermd Dorpsgezicht. Het dorp telt meer dan honderd rijksmonumenten.

Achter het Outsider Art House aan de Oude Gracht staan nog altijd de prikkeldraadhekken die het dorp omsloten toen Veenhuizen in handen van het ministerie van Justitie was. Nu hangen tegen het hek reusachtige, kleurrijk beschilderde vlinders met vleugels in blauw, rood, geel. De kunstwerken zijn gemaakt door mensen met een verstandelijke handicap, afkomstig van Stichting De Leite in Assen. Veenhuizen heeft ook een bloeiend muziekleven: in de Koepelkerk en Rooms-Katholieke Kerk treden kamerorkesten en zangverenigingen op.

De kunsten lijken bezit te nemen van dit dorp, dat een bewogen geschiedenis achter de rug heeft. De voormalige landbouwkolonie, strafbestemming voor landlopers en het gevangenisdorp moet nu een toeristisch en kunstzinnig pronkjuweel worden in noordwest Drenthe met, zoals dat heet, een landelijke uitstraling. Het Gevangenismuseum streeft naar 100.000 bezoekers per jaar; het Outsider Art House ontving in een jaar tijd tienduizend belangstellenden.

Kunst vinden we ook op de binnenplaats van het Gevangenismuseum, een vierkant bouwwerk dat in 1823 gebouwd werd als gesticht. Hier werden armlastige gezinnen opgevangen en te werk gesteld, daarna was het een dwangtehuis voor bedelaars en tussen 1884 en 1981 fungeerde het als Rijkswerkplaats voor veroordeelden. Het kunstobject op het binnenplein is door gedetineerden gemaakt uit anderhalve ton mergel. De een heeft een valk als symbool van vrijheid in de zachte steen gehakt, een ander een zittende figuur met de handen voor het gelaat geslagen en een derde beitelde het gezicht van een gevangene die met zijn handen tralies omklemt.

Op een steenworp afstand van het Gevangenismuseum staan twee gevangenissen voor ongeveer achthonderd gedetineerden, de Esserheem en De Rode Pannen. Detentie en kunst zijn de twee pijlers waarop het huidige Veenhuizen rust. Theatermaker Sjoerd Wagenaar van de Peer Group heeft samen met gedetineerden op een nabijgelegen weiland een reusachtig bouwwerk opgetrokken uit strobalen, Het Strokasteel. De band tussen het gevangeniswezen en het theater kwam hier drie jaar lang tot uiting in voorstellingen en performances.

Kunstenaars Marleen van Engelen en Ad Breedveld wonen en werken in Veenhuizen. Ze kwamen in 1992 aan in wat ze betitelen als een ‘spookdorp met een bedompte, Oost-Europese sfeer’ en betrokken een leegstaande karateschool van de Koninklijke Marechaussee. Nadat Justitie zich begin jaren tachtig had teruggetrokken als eigenaar van het hele dorp, dus gevangenissen inclusief dienstwoningen, was het tien jaar lang een plek met vervallen en dichtgetimmerde huizen, kapotte wegen. Het verpauperde. Er moest iets gebeuren.

In de jaren negentig werd een masterplan opgesteld. Suzanna Jansen beschrijft het treffend in haar boek. Als ze in Veenhuizen op zoek gaat naar het verleden van haar voorouders die werden blootgesteld aan heropvoedingsexperimenten, ontmoet ze een projectleider. Hij zegt: „In de nabije toekomst (-) kun je hier een zorghotel vinden, onthaastingscentra, managementskookcursussen waarbij authentieke, regionale groenten worden gebruikt.” In Veenhuizen moet ‘kwaliteitstoerisme’ komen. En daarbij horen culturele instellingen als een museum of theater. Ook koken en uit eten gaan horen daarbij.

Als Veenhuizen op de lijst van UNESCO

zou komen, is het jaar 2018 daartoe uitverkozen. Dan is het tweehonderd jaar geleden dat generaal-majoor Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid oprichtte. Na de Napoleontische tijd heersten in Nederland gebrek en armoede, vooral in de grote steden in het westen. Van den Bosch wilde uit ‘menslievendheid’ de onderklasse van werk voorzien door in de woeste gronden van Drenthe landbouwkoloniën te stichten. Frederiksoord was in 1818 de eerste proefkolonie; daarop volgden Willemsoord, Wilhelminaoord en in 1823 Veenhuizen. Volgens de ideeën van de Verlichting geloofde Van den Bosch dat de mensheid zich verheft dankzij arbeid. Hij sloeg twee vliegen in één klap: hij bestreed de armoede en woeste gronden werden ontgonnen tot bouwland.

Volgens wethouder Oeds Keizer (Cultuur, Jeugdzaken) van de gemeente Noordenveld betekent registratie als Werelderfgoed „de historische erkenning van het gedachtengoed van Van den Bosch. Ook is het een eerbetoon aan de tienduizenden mensen die hier gedwongen in de landbouw moesten werken, gevangen werden gezet. Tevens is Veenhuizen van grote architectonische waarde.”

Het dorp is geometrisch aangelegd met rechte wegen rondom de carré van het Tweede Gesticht, het huidige Gevangenismuseum. Aan de bomenrijke lanen staan sobere, symmetrisch gebouwde huizen voor de gevangenisbewakers. Op de gevels zijn stichtelijke spreuken te lezen, zoals Werk en Bid, Arbeid is Zegen, Kennis is Macht, Vrede en Recht, Orde en Tucht.

Toen Ad Breedveld en Marleen van Engelen voor het eerst in het dorp kwamen, moesten ze zich legitimeren bij de bewaking. „We hadden een brede taak voor ogen”, zegt Van Engelen in haar atelier aan de Van den Boschlaan. „Als pioniers en kunstenaars wilden we leven aan het dorp geven. Het beleid van Justitie was erop gericht de veroordeelden te resocialiseren. Kunst was daartoe een middel. Gedetineerden kregen creatieve begeleiding. Dat zou hen stimuleren terug te keren in de maatschappij. Een ideaal dat aansluit bij de grondlegger van Veenhuizen, Van den Bosch.”

Van Engelen liet de lijsten van haar schilderijen door gedetineerden maken. Als ze in de gevangenis kwam, deden de bewoners haar steevast hetzelfde voorstel: „Kunnen we niet ontsnappen door ons achter zo’n lijst te verstoppen?” Ze kreeg een goede band met hen. Haar compagnon Breedveld is oprichter van Kunst Kolonie Veenhuizen. Hij nodigde kunstenaars uit in de oude school te exposeren en organiseerde een beeldenroute. De kunst was bedoeld voor bewakers, maar ook voor gedetineerden.

Het muziekleven kreeg een impuls door de komst van Stichting Muziekinstituut Veenhuizen. De Koepelkerk, waarvan de eerste steen in 1825 werd gelegd door de tweede vrouw van Van den Bosch, is in het bezit van het historische Hildebrand-orgel dat regelmatig wordt bespeeld door Sietze de Vries. Ook zijn er optredens van de brassband en de fanfare, muziekgenres die teruggaan naar de tijd van Veenhuizen als gevangenisdorp.

Plaatsing op de Werelderfgoedlijst is volgens directeur Wybe Sierksma van de blad- en muziekuitgeverij Boeijinga economisch gezien noodzakelijk. „De gemeente Noordenveld heeft vijftig miljoen geïnvesteerd om het zieltogende dorp te renoveren, er is nog zo’n dertig miljoen nodig. De status van erfgoed geeft bekendheid. Ik heb dromen over de muziek hier: de voormalige stoomspinnerij heeft een prachtige akoestiek voor kamerconcerten. En ik zou weer een muziektent op willen bouwen, zoals die ooit stond naast het Verenigingsgebouw.”

Curator Willem Vugteveen van Outsider Art House ziet een band tussen de kunst in zijn galerie en de voorbije wereld van armlastigen en bedelaars. Ofwel: de kansarmen in de hedendaagse samenleving. „Onze kunst heeft als officiële benaming outsider art. Ze wordt gemaakt door mensen met een verstandelijke handicap die zijn gaan schilderen of beeldhouwen. Hun kunst valt buiten het reguliere circuit, maar wij proberen contacten te leggen tussen deze kunstenaars en professionelen. Verstandelijk gehandicapten hebben vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Door het werken als outsider-kunstenaar krijgen ze weer perspectief. Zo trekken we de lijn door van Veenhuizen dat ooit werd opgezet om mensen her op te voeden.” De kunst in het Art House herinnert aan de kleurrijke stijl van Cobra: veel vogels, vlinders, levendige lijnen en heldere vormen.

Ook voor Sjoerd Wagenaar van de Peer Group liggen zijn artistieke werkzaamheden in het verlengde van de Maatschappij van Weldadigheid: „Veenhuizen is ontstaan uit ideële motieven om de landbouw in ruige gebieden te bevorderen. Mijn voorstellingen gaan vaak over landbouw en voedsel, over onze omgang met de aarde en over de verhouding van de mens tot zijn omgeving. Dat vind ik terug in Veenhuizen. Ik werk nu aan een voorstelling die Maatschappij Grimm heet. Daarin komt generaal Van den Bosch naar voren als de verteller van de sprookjes van Grimm aan kinderen. Het speelt zich af in een duister bos in de nabije omgeving.”

Sjoerd Wagenaar is een beetje beducht voor de status van Werelderfgoed: „Het dorp mag geen openluchtmuseum worden zoals Orvelte. Het moet levend blijven. Daarom nodig ik veel kunstenaars uit, jong en oud.” De Peer Group is gehuisvest in een voormalige zagerij en houtopslagplaats. Daar werken regisseur en acteurs aan de voorstellingen.

Hoe diep geworteld Ad Breedveld

en Marleen van Engelen intussen ook zijn in Veenhuizen, ze koesteren argwaan tegen de kandidaatstelling. Breedveld is bang dat Veenhuizen een ‘façadedorp’ wordt met het gevangeniswezen als toeristische attractie: „Ik vind dat een dodelijk toekomstbeeld. Bovendien heeft Justitie hier in Veenhuizen werkelijk problemen, en die worden verdoezeld achter het modewoord ‘kwaliteitstoerisme’. Door bezuiniging is de culturele begeleiding van de gevangenen afgeschaft. De Antilliaanse bolletjesslikkers die hier vastzitten, vervelen zich, ze wachten op uitzetting, een enkele reis terug. Dat is alles. Het idee van rehabilitatie is losgelaten, en daarmee een deel van de erfenis van Van den Bosch. Bovendien is het Gevangenismuseum puur vermaak. Er zijn boeven- en landlopersdagen. Ik vind dat niet passend.” Voor Breedveld is het werken in Veenhuizen een ‘elementaire aangelegenheid’: „Elke dag word je geconfronteerd met mensen achter gevangenismuren. Je bent vrij of je bent het niet. Ik zou willen dat Veenhuizen een poëtisch onderzoeksdorp blijft naar de band tussen artistieke vrijheid en de tragiek van de mens die arm is, zoals vroeger, of die in de criminaliteit terecht is gekomen.”

Suzanna Jansen heeft eens op uitnodiging van het Gevangenismuseum een nacht doorgebracht in een comfortabel weekeindhuis. Het is gevestigd in een van de verbouwde zalen van het Gesticht, waar haar familieleden verbleven in vernederende omstandigheden. Ze geeft toe met gemengde gevoelens vakantie te hebben gevierd op deze beladen plaats. „Maar”, zegt ze, „als Veenhuizen Werelderfgoed wordt, dan beschouw ik het ook als een erkenning voor het immateriële erfgoed. Door het museum laagdrempelig te houden wordt deze geschiedenis tenminste gezien. In mijn boek geef ik het mechanisme aan waarmee armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. Mijn voorouders en minimaal 75.000 andere mensen zijn onderworpen aan de goede bedoelingen van de armoedebestrijders. Dat heeft hun leven getekend. Als je door de straten van Veenhuizen loopt en langs de huizen gaat, dan zijn die pogingen om de armoede te bestrijden tastbaar. Als het hier niet getoond wordt, dan is het nergens.”

Zie www.gemeentenoordenveld.nl/veenhuizen en www.kunst-kolonie-veenhuizen.com. Suzanna Jansen: ‘Het pauperparadijs. Een familiegeschiedenis’, uitg. Balans. Mariët Meester schreef twee romans over Veenhuizen: ‘De eerste zonde’ en ‘De volmaakte man’, uitg. Balans. Wil Schackman is auteur van ‘De proefkolonie. Vlijt, vaderlijke tucht en het weldadig karakter onze natie’, uitg. Moira

    • Kester Freriks