toen ik 4 was ging ik eens naar de kleuterschool

Eindelijk mocht ik naar de kleuterschool, zoals groep 1 van de basisschool vroeger heette. In het dorp waar ik woonde waren vijf kleuterscholen en ik wist precies waar ze stonden, want op mijn autoped was ik vaak naar die scholen gaan kijken.

illustratie Wibbine Kien Kien, Wibbine

Dat kon nog, in de jaren vijftig van de vorige eeuw: op je autoped het hele dorp doorcrossen, er waren nog maar weinig auto’s, dus het was minder gevaarlijk dan nu. Van mijn moeder mocht ik niet verder dan de grote straat die door het dorp liep, maar dat deed ik toch omdat twee kleuterscholen aan de andere kant van die straat lagen.

Toen ik langs al die scholen stepte, was ik drie jaar, ik wist dat ik tot mijn vierde moest wachten tot ik zelf naar de kleuterschool kon. Maar ik ging er alvast langs omdat ik wilde weten welke school de mooiste zandbak had. Twee scholen hadden een klein zandbakje, dus ik wist dat ik daar, als ik vier was, niet naartoe wilde. De katholieke kleuterschool had wel een goede zandbak, maar wij waren niet katholiek, en ik had begrepen dat ik daarom niet naar die school mocht. Dus bleven er twee over: de School met de Bijbel en de Openbare Kleuterschool. De School met de Bijbel had een grote speelplaats en ook een grote zandbak, maar daar zag je bijna nooit kinderen in, dat was vreemd. De zandbak van de Openbare Kleuterschool was duidelijk de beste. Hij lag vlak aan de weg zodat ik hem goed kon bekijken en er werd vaak in gespeeld. Daar wilde ik naartoe.

Eindelijk was ik vier. Mijn moeder bracht me naar school. Ik had een nieuwe schep bij me voor in de zandbak, dat moest. Op weg naar die Openbare Kleuterschool kwamen we langs de School met de Bijbel. Mijn moeder wilde eigenlijk liever dat ik daar naartoe zou gaan. Maar ik weigerde, ik wilde niet. Dus liepen we door naar die andere school. Toen ik binnen was moest ik mijn schepje in een ton zetten die al vol met scheppen was. De juf wees me mijn plaats in de klas en we gingen matjes vlechten. Dat duurde heel lang en ik wou steeds naar de zandbak. Na het matjesvlechten moesten we met een poppenhuis spelen. Daar vond ik ook niks aan en toen er ineens een muis uit het poppenhuis rende, begon ik te huilen. Maar toen konden we eindelijk de zandbak in.

Ik holde naar de ton met scheppen om mijn nieuwe knalrode schep met houten steel eruit te halen, maar die was al door een ander kind gepakt. De juf zei dat alle kinderen een schep mochten kiezen en dat je niet je eigen schep mocht pakken. Met een oud rotschepje liep ik boos naar de zandbak. Daar zag ik een meisje met mijn nieuwe schep. Die trok ik meteen uit haar handen en het liefst had ik haar er ook nog een klap mee gegeven. Maar het meisje ging krijsen, de juf werd kwaad en ik moest mijn schep teruggeven.

Wat een snertschool. Ik wou naar huis, en liep al naar mijn autoped, maar de juf hield me tegen. Ze stuurde ons allemaal weer de klas in. Nu ging ze cijfers op het bord schrijven die wij moesten opdreunen. Na nog een paar lessen was mijn eerste ochtend op school voorbij. Ik pakte vlug mijn eigen schepje uit de ton, en stepte hard weg. Thuis zei ik tegen mijn moeder: ik ga nooit meer naar de kleuterschool. Gelukkig vond ze dat goed, dan kon ik met mijn kleine zusje spelen.