Suffe kunstjes van dieren in de piste

De circusdieren zijn weer in het nieuws. Er komen strengere regels voor training en verzorging, zei minister Verburg maandag. En ze gaat met haar Europese collegae – zouden er ook in de 26 andere landen ministers zijn met landbouw, natuur en voedselkwaliteit in één portefeuille? – overleggen over de vraag of er misschien zelfs een totaal verbod op het vertonen van roofdieren in het circus moet komen. Oostenrijk is het enige EU-land waar zo’n verbod al geldt. In ons land hebben de gemeenten Winschoten en Alphen aan den Rijn eveneens een verbod uitgevaardigd, al loopt over het Winschotense besluit nog een procedure in hoger beroep.

Het is een discussie zonder einde, waarin beide kampen onverzoenlijk tegenover elkaar blijven staan. Het onderzoek van de Wageningse universiteit, dat in opdracht van de minister werd verricht, brengt geen schandelijk dierenleed aan het licht. Maar het ziet wel ruimte voor verbetering. Zelf heeft de minister evenmin partij gekozen. In haar brief aan de Tweede Kamer laveert ze met weinig stilistische brille tussen voor- en tegenstanders door: „Velen zijn tegen het gebruik van dieren voor vermaak, omdat het circus voor het dier geen meerwaarde heeft en er is geen maatschappelijke noodzaak. Ook vindt men dat het welzijn niet kan worden gewaarborgd. Anderzijds zijn er jaarlijks velen die een circus met dieren bezoeken en daar plezier aan beleven. Voorstanders van dieren in circussen zijn van mening dat het welzijn van circusdieren wel kan worden gewaarborgd.” Volgens dit relaas staan velen dus tegenover velen. En wie intussen nog steeds geen oordeel heeft, zal ook op grond van de nuchtere feiten uit het onderzoek blijven twijfelen. Uit de Wageningse nuanceringen valt geen onomstotelijk ja of nee uit te halen.

Maar er bestaat wel een mening die nog helemaal niet aan de orde is geweest – en dat is de mijne. Ik verveel me altijd tijdens de roofdierennummers. Het is altijd hetzelfde: de tijger staat op zijn achterste poten en verheft zijn bovenlijf, de olifant tilt een poot op en zwaait met zijn slurf, en de leeuw springt door een hoepel. Meer kunnen die beesten nu eenmaal niet. Ik snap best hoe buitengewoon het in de negentiende (en de eerste helft van de twintigste) eeuw moet zijn geweest om een exotisch dier in levenden lijve te zien. Behalve de vermaaksfunctie diende het circus toen immers ook nog een dierentuinachtig, misschien zelf een beetje educatief doel.

Dezer dagen brengt zo’n dier in zijn „performancepraktijk” – zoals de minister dat noemt – lang niet meer zoveel opwinding teweeg als vroeger. Bijna dagelijks vertoont de televisie de prachtigste opnamen van roofdieren in het wild. En die bewegen zich voor de camera, in hun natuurlijke omgeving, heel wat sierlijker en spannender dan tijdens die suffe kunstjes in de piste.

Als het om kunstjes gaat, kunnen mensen (acrobaten, jongleurs) veel meer dan dieren. Geen wonder dat juist de puur acrobatische circusvarianten als Cirque du Soleil, Cirque Plume en de Carré-shows uit China of Noord-Korea tegenwoordig zoveel publiek trekken. Hun prestaties zijn heel wat sensationeler en dus bezienswaardiger dan die van de gedresseerde viervoeters. Mensen zijn veel betere artiesten dan dieren.

Niet elke traditie hoeft eindeloos in ere te worden gehouden. Hou toch op met die circusdieren.