Praktisch en moedig, maar niet groots

Jaap de Hoop Scheffer, die gisteren als secretaris-generaal van de NAVO aftrad, was de goede man op de juiste plaats op het juiste moment, meent Julian Lindley-French.

Secretaris Generaal NAVO Jaap de Hoop Scheffer Illustratie Siegfried Woldhek Woldhek, Siegfried

Na ruim vijf jaar is Jaap de Hoop Scheffer afgetreden als secretaris-generaal van de NAVO – een van de zwaarste banen in de internationale betrekkingen. Nog nooit moest een secretaris-generaal vanaf dag één zo voorzichtig te werk gaan. Door de oorlog met Irak in 2003 werden binnen de NAVO niet alleen jarenlang de betrekkingen tussen landen, maar ook tussen individuele stafleden vergiftigd. De Hoop Scheffer zal dan ook de geschiedenis ingaan als de man die de NAVO door de onmiskenbaar grootste crisis uit haar bestaan heeft geloodst.

Geduldig heeft hij het bondgenootschap geholpen zich in te stellen op de politieke en militaire gevolgen van de snelle NAVO-uitbreiding naar arme landen in Zuid- en Oost-Europa. Hij deed dit bovendien in een tijd waarin de VS op een grotere Europese inspanning in Afghanistan aandrongen. Hij toonde politieke moed in zijn verzet tegen de overhaaste toetreding van Oekraïne tot het bondgenootschap, die Washington al wenste voordat dit land daar klaar voor was. Ook toonde hij lofwaardige politieke wijsheid bij de Russische inval van 2008 in Georgië – toen eens te meer een scheuring in het bondgenootschap dreigde over de vraag hoe moest worden gereageerd – en voorkwam hij met indrukwekkende politieke vaardigheid dat het raketschild te veel verdeeldheid zou zaaien.

Hij heeft opmerkelijke successen geboekt, zoals het akkoord van september 2008 waarin de samenwerking tussen NAVO en VN werd geformaliseerd die de mogelijkheid opende tot de wezenlijk betere civiel-militaire samenwerking waarop deze pragmatische secretaris-generaal uit alle macht heeft aangestuurd. Verder is onder zijn bewind Frankrijk weer toegetreden tot de militaire kern van het bondgenootschap dat het in 1966 had verlaten, en dat is een historische mijlpaal.

In Afghanistan heeft hij stuurmanskunst getoond in een kwestie die nauwelijks minder omstreden is dan Irak. Onder zijn toezicht breidde de missie van de International Security Assistance Force (ISAF) zich uit tot heel Afghanistan. Dit gebeurde in een tijd waarin bij tal van Europese bondgenoten de politieke animo hoogstens lauw te noemen was. Velen van hen zijn immers alleen naar Afghanistan gegaan om met zo min mogelijk inspanning de Amerikaanse betrokkenheid bij de Europese veiligheid en defensie in stand te houden. Deze fundamentele kloof tussen de VS en hun bondgenoten uitte zich vaak in een reeks metaforen, zoals de wanhopige zoektocht naar meer helikopters om de mobiliteit van de NAVO-troepen te vergroten. Waar iets te regelen was, deed Jaap de Hoop Scheffer dat.

Minder succesvol is hij geweest op het terrein van de grote politiek. Befaamd is zijn omschrijving van de betrekkingen tussen NAVO en EU als een ‘bevroren conflict’, maar hij heeft weinig gedaan om dit te ontdooien. Helaas is hij nooit echt tot een aangename werkrelatie gekomen met Javier Solana, de baas van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU. Gezien de ogenschijnlijk onontwarbare en gecompliceerde politiek van de relatie tussen Turkije en de EU, en de duistere mechanismen binnen de NAVO en de Unie, is het trouwens maar moeilijk te geloven dat hij een grotere synergie tussen twee zo diepgaand verschillende organisaties erg veel dichterbij had kunnen brengen.

Zijn grootste zwakte was misschien een zeker onvermogen om de NAVO aan de Amerikanen te verkopen. Het zal voor veel Europeanen misschien vreemd klinken – want zij klagen wel altijd over de NAVO, maar vinden haar tegelijkertijd vanzelfsprekend – maar in de VS staat de NAVO voor een crisis. Sinds 11 september 2001 hebben de Amerikanen het gevoel dat ze in oorlog zijn, maar dat geldt beslist niet voor de Europeanen. Omdat het belang van de NAVO voor de Amerikaanse veiligheid hoogstens marginaal was, heeft De Hoop Scheffer veel Amerikanen maar heel moeizaam van dat belang kunnen overtuigen. Lord Robertson, zijn directe voorganger, een groot politicus uit een groot land, slaagde hier beter in en misschien was De Hoop Scheffer van meet af aan kansloos, omdat hij niet uit een groot land kwam en evenmin Brits was. Hij moest het al niet van zijn visie hebben en toen liet hij zich ook nog eens ontvallen dat de NAVO niet de politieagent van de wereld was, net op het moment dat de Amerikanen steun zochten in hun mondiale strijd tegen het terrorisme. Hij werd in Washington hoogstens gerespecteerd, en omdat alleen al de schaal van de toekomstige mondiale NAVO-missie hem eigenlijk boven de pet ging, werd hij in de machtsspelletjes van Washington tot op zekere hoogte hors de combat geplaatst.

Jaap de Hoop Scheffer heeft het bondgenootschap alle deugden van de Nederlandse politieke klasse gebracht. Eerlijk, hardwerkend en nuchter heeft hij zorggedragen voor een terugkeer naar een eenvoudig politiek fatsoen waaraan de NAVO na het fiasco in Irak zo’n behoefte had. Hij zal niet als een groot secretaris-generaal van de NAVO de geschiedenis ingaan, maar wel als een zeer goede. Het tekent misschien wel zijn verdiensten dat hij zo wijs was om te weten wanneer hij het veld moest ruimen.

In Anders Fogh Rasmussen krijgt de NAVO een heel andere secretaris-generaal – maar ook voor een heel ander tijdperk. Nu de NAVO naar een nieuw Strategisch Concept op zoek gaat – het wat, het waarom, het waar, het wanneer en het hoe van NAVO-optreden – zal immers een nieuw soort leider nodig zijn. Eenvoudig gesteld moet de NAVO het onmisbare contract hernieuwen tussen hen die het volk leiden en hen die het veiligheid bieden – en met de beste wil van de wereld is Jaap de Hoop Scheffer daarvoor niet de man.

Secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zal dus terecht de geschiedenis ingaan als een goede man op de juiste plaats op het juiste moment. Daarvoor is de Euro-Atlantische gemeenschap hem veel dank verschuldigd, want deze zeer Nederlandse secretaris-generaal van de NAVO laat het bondgenootschap in een veel betere staat achter dan toen hij aantrad.

Julian Lindley-French is bijzonder hoogleraar Strategische Studies aan de Universiteit van Leiden en bekleedt de Eisenhower-leerstoel Defensiestrategie aan de Nederlandse Defensie Academie.

    • Julian Lindley-French