Piraten zijn nu succesvolle ondernemers

Martin N. Murphy: Small boats, weak states, dirty money. Piracy and maritime terrorism in the modern world. Hurst Publishers, 539 blz. € 40,-

Kregen piraten in vroeger tijden vaak kapersbrieven mee van prinsen en andere machthebbers, vandaag bestaat piraterij juist bij de gratie van het ontbreken van effectief centraal gezag. De moderne zeeroverij is een particuliere aangelegenheid, een criminele groepsactiviteit die floreert voor de kust van corrupte en mislukte staten zoals Nigeria en Somalië. Dit kenmerk weerklinkt in de boektitel Small boats, weak states, dirty money, van de Britse onderzoeker Martin Murphy.

Murphy, verbonden aan een militair-strategisch onderzoekscentrum in Washington, heeft een uitvoerig gedocumenteerd boek geschreven waarin hij een aantal volkswijsheden over de hedendaagse piraterij nuanceert. Ja, piraten brengen de economie schade toe door losgeldbetalingen af te dwingen, scheepszendingen te vertragen en verzekeringspremies omhoog te stuwen. Maar, zo betoogt Murphy, zelfs de hoogste schatting van gederfde inkomsten van de wereldeconomie op jaarbasis – 25 miljard dollar – is ‘minuscuul’ in vergelijking met de geschatte 7,4 triljoen dollar die in 2005 omging in de scheepvaartsector. Ernstiger is wellicht de immateriële schade die de honderden zeelieden oplopen die ieder jaar gegijzeld worden.

En ja, er zijn aanwijzingen dat piraten contacten onderhouden met gewapende extremisten, bijvoorbeeld in Somalië. Maar, schrijft Murphy, ‘tot op heden zijn er geen concrete connecties tussen piraten en terroristen ontdekt’.

Murphy haalt de kaping aan van de chemicaliëntanker Dewi Madrim in 2003 in de Straat van Malakka, het nauw tussen Sumatra en Maleisië waar veel piraten actief zijn. Gezaghebbende bladen als The Economist en Foreign Affairs schreven dat de overvallers ongeveer een uur aan de stuurknoppen zaten, klaarblijkelijk om ‘vaarles’ te nemen naar analogie van de zelfmoordpiloten van ‘9/11’.

Maar, zo laat Murphy zien via een reconstructie van het incident, de piraten waren helemaal geen terroristen die vaarles namen. Ze namen het roer simpelweg over omdat ze in de drukke, smalle Straat van Malakka het verkeer moesten ontwijken terwijl ze het schip leegroofden.

Uiteraard bestaat het risico dat terroristen alsnog contacten zullen aanknopen met piraten, erkent Murphy. Maar je kunt je volgens hem afvragen waarom terroristen überhaupt op zee zouden willen toeslaan: daar zijn lang niet zo veel mediagevoelige doelwitten als in een stad. Los daarvan is het de vraag of piraten hun lucratieve, apolitieke activiteiten willen delen met ideologisch gemotiveerde kapers.

Martin Murphy heeft geen spectaculair boek willen schrijven. Wie verhalen wil lezen over Kapitein Haak of Jack Sparrow, moet elders zoeken. Murphy overtuigt juist door zijn zakelijke, analytische toon en de hoeveelheid informatie die hij biedt – je kunt zeggen dat de vracht aan details het enige minpunt is van zijn boek.