Orthodoxe twist over klassieke tempel

Al kort na zijn opening kent het Akropolis Museum in Athene een rel. Pleegde de directie kwalijke censuur of probeerde zij oprecht misverstanden te vermijden?

Dertien seconden die zijn verwijderd uit een video van bijna een kwartier over de geschiedenis van het Parthenon houden de gemoederen in Griekenland nog steeds bezig.

Het was de bedoeling bezoekers die het gloednieuwe Akropolis Museum betraden te laten zien hoe de tempel achtereenvolgens is belaagd door vroege christenen, die er in de 6de eeuw een kerk van maakten (zeven eeuwen later, na de vierde kruistocht, werd het zelfs een katholieke ‘Notre Dame’), door de Turken, die er in 1458 een moskee stichtten met minaret erop, door de Venetiaanse generaal Morosini, die in 1687 vanaf een belendende heuvel een verwoestend schot loste op de tempel die intussen een kruitvat was geworden, en door de Britse diplomaat Elgin, die tussen 1802 en 1812 de hele Akropolis liet ‘plunderen’ door 350 arbeiders.

Het eerste deel van deze door de beroemde Grieks-Franse regisseur Costa-Gavras vervaardigde animatiefilm, waarop figuren in zwarte gewaden woedend „duivelse en naakte” sculpturen naar beneden smijten, krijgen de bezoekers bij nader inzien niet te zien (kijkers op YouTube intussen wel). Museumdirecteur Dimitris Pandermalis heeft het verwijderd, waarbij nog onduidelijk is welke rol daarbij is gespeeld door de minister van Cultuur, Andonis Samaras, en de Orthodoxe Synode, die zich nog geen van beiden over de affaire hebben uitgelaten.

Pandermalis noemt het „een eigen beslissing om misverstanden te vermijden”. Hij heeft een wetenschappelijke reputatie te verliezen en is intussen door regisseur Costa-Gavras voor foukaras (schlemiel) uitgemaakt. Daarna zijn de twee in discussie gegaan op tv. Daarin sprak Pandermalis nog steeds van „twee versies”, maar hij gaf wel toe dat hij Costa-Gravas over de verwijdering vooraf had moeten raadplegen.

Ook toonde hij zich bereid alsnog vertoning van de „volledige versie” te overwegen, maar uit het feit dat dit nog niet is gebeurd, leiden velen af dat hiervoor ministeriële toestemming is vereist. Maar minister Samaras, die tot nu toe politiek zijde spon bij de geslaagde opening van het prachtige museum, laat niets van zich horen.

„Pandermalis ging over alles”, aldus een schampere commentator in een Atheens dagblad, „van het uniform van de koks in het restaurant tot aan de beveiliging tegen aardbevingen. Dan had hij deze kleine correctie toch ook zelf wel kunnen aanbrengen.”

Pandermalis moet zijn gezwicht voor politieke en kerkelijke druk, denken de meesten, en kranten memoreren vroegere gevallen van religieuze censuur. Het incident is koren op de molen van een toenemend aantal publicisten die zich keren tegen de machtspositie van de staatskerk.

Deze opponenten geloven dat de meeste ministers en parlementariërs, niet alleen van rechts, afhankelijk zijn van de sympathie van bisschoppen en priesters, dan wel zich niet kunnen veroorloven beslissingen te nemen die hun onwelgevallig zijn. In historisch verband zien velen het Byzantijnse Rijk als de grote verstoorder van de Griekse cultuur. Athenes grootste krant Ta Nea refereerde aan vele verwoestingen van „heidense” kunst door vroege christenen.

Sommige groeperingen, die zich uitbreiden maar ook onderling bekvechten, gaan nog verder en vereren zonder meer de Griekse Oudheid, met inbegrip van de twaalf goden van de Olympus. In deze gelederen wordt de Romeinse keizer Julianus Apostata, 363-362 voor Christus (de Afvallige, in het Grieks: de Overtreder) als een held gememoreerd. Niet 1453, de val van Byzantium, geldt bij hen als droef jaartal, maar 393, de opheffing van de Olympische Spelen onder keizer Theodosios, en 529, de sluiting van de filosofische scholen in Athene en Alexandrië onder keizer Justinianus, zijn zwarte jaartallen.

Tot woede van de Orthodoxe Synode zijn de ‘Vereerders van de Oudheid’ in 2006 door de Raad van State als religie erkend, maar seances bij de tempels zijn niet toegestaan, omdat daarbij volgens de politie „toeristische richtlijnen” worden overschreden.

Al voor de rel klaagde een woedende briefschrijver in Ta Nea: „Wat wij niet mogen, mag de kerk wel.” Immers, enkele dagen voor de opening van het nieuwe museum hadden orthodoxe priesters onder leiding van de plaatsvervanger van de aartsbisschop een dienst gehouden vlak voor het Parthenon ter herdenking van het feit dat die in de zesde eeuw aan de Maagd was gewijd.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Keizer Julianus

In Orthodoxe twist over klassieke tempel (vrijdag 31 juli, pagina 4) staat dat Julianus Apostata 363-362 voor Christus Romeins keizer was. Dit moet zijn: 361 tot 363 na Christus.

    • F.G. van Hasselt