Ook herdenken leidt tot geweld

Iraanse demonstranten laten zich niet meer door geweld intimideren. „Wij hebben de straat overgenomen. Hoelang kunnen ze ons nog negeren?”

Middenin de rellen zat gistermiddag in het centrum van Teheran een bruidspaar in een met bloemen versierde auto. Demonstranten, achterna gezeten door bebaarde leden van de Baseej, de vrijwilligersmilitie van de Revolutionaire Garde, stoven aan alle kanten langs de auto, vertelt een ooggetuige. De bruid – in een witte weelderige jurk – hield de handen snikkend voor haar gezicht.

Iraanse veiligheidstroepen hadden gisteren de grootste moeite om de regie in handen te houden nadat opnieuw duizenden demonstranten de straat op waren gegaan.

De demonstranten wilden martelaren herdenken, onder wie de 27-jarige Neda Agha Soltan, wier laatste momenten werden gefilmd en wereldwijd vertoond.

De onlusten tonen aan dat zelfs geweld – het laatste middel van de Iraanse regering om de demonstraties te stoppen – de mensen niet meer afschrikt. Meer dan vijftig dagen na de omstreden verkiezingen in Iran blijft de hoofdstad Teheran onrustig. De oppositie heeft nieuwe demonstraties gepland voor volgende week woensdag als president Mahmoud Ahmadinejad wordt ingezworen voor zijn tweede termijn.

Mir Hossein Mousavi, leider van de beweging die strijdt voor een nietigverklaring van de uitslag van de verkiezingen van 12 juni, probeerde gisteren samen met duizenden aanhangers de graven van de omgekomen demonstranten te bezoeken.

Maar veiligheidstroepen met schilden, helmen en wapenstokken omsingelden zijn auto en voorkwamen dat Mousavi bij het graf van Neda Agha Soltan kon komen, meldt een ooggetuige.

Shi’itische moslims – die de overgrote meerderheid vormen in Iran – herdenken de derde, zevende en veertigste sterfdag van hun doden. Gisteren was het veertig dagen geleden dat Agha Soltan en zeker negen anderen omkwamen na ingrijpen door veiligheidstroepen tegen demonstranten.

In de aanloop naar de islamitische revolutie van 1979 waren de herdenkingsdagen van de doden de motor achter de massademonstraties die uiteindelijk leidden tot de val van Mohammad Reza Pahlavi, de voormalige sjah van Perzië.

„Onze Neda is niet dood”, riep de menigte gisteren. „Het is de regering die gestorven is.” Met groene bandjes om hun polsen – de kleur van de oppositie – maakte de menigte V-tekens naar de politie. Sommige mensen gaven bloemen aan de agenten, van wie enkelen de bloemen beschaamd in ontvangst namen.

Toen veiligheidstroepen de menigte uiteen begonnen te slaan, brak er chaos uit bij de immense begraafplaats ten zuiden van Teheran. Een groep mensen vernielde de ramen van een arrestantenbusje en bevrijdde twee jonge mannen die waren opgepakt.

Vervolgens trokken de demonstranten op naar Teherans grootste moskee, Mosalla. Mousavi en andere leiders van de oppositie hadden toestemming gevraagd voor een stille bijeenkomst ter nagedachtenis van de doden. Maar de regering-Ahmadinejad weigerde die te geven en bestempelde de bijeenkomst als „illegaal”.

In de namiddag werd vrijwel het gehele gebied rond de moskee het toneel van ernstige rellen. Een gezin werd uit zijn auto gesleurd door leden van de Baseej omdat een vader toeterde ten teken van steun aan de demonstranten. De wagen werd met stokken aan gort geslagen, vertelt een getuige.

„Er wordt geschoten in de Buchareststraat”, zei iemand door de telefoon, die gisteren niet was afgesloten. Een Baseeji die werd uitgedaagd door een groep mensen op een trap, schoot zijn revolver op hen leeg, maar raakte slechts de muur. „Het was een wonder dat er geen doden vielen”, zegt een getuige.

Omdat de Iraanse regering het journalisten verbiedt hun kantoor uit te gaan tijdens demonstraties, is het onmogelijk om de getuigenverslagen te controleren. Buitenlandse media zijn de afgelopen weken door de autoriteiten beschuldigd van het organiseren van de rellen en tevens van het neerschieten van demonstranten om er reportages over te maken.

Er kwamen gisteren ook berichten binnen van geweld door demonstranten. Toen de avond viel waren er zoveel mensen op de lange Vali-e Asr-boulevard dat de veiligheidstroepen zich terugtrokken. Drie verdwaalde Baseeji’s werden van hun motorfietsen getrokken en met hun eigen knuppels tot bloedens toe geslagen, onder luid gejuich van de menigte, zegt een getuige. Hun motorfietsen werden in brand gestoken.

„Wij hebben de straat overgenomen”, riep een demonstrant door de telefoon. „Hoe lang kunnen onze leiders ons nog negeren?”

Fotoserie protesten gisteren en achtergrond: nrc.nl/iran