Nieuw in de medische wetenschap: tien soorten necrofilie

Door een onzer redacteuren

Rotterdam. Er bestaan maar liefst tien verschillende soorten necrofilie. Althans, volgens een nieuw voorgestelde wetenschappelijke indeling. Op dit moment staat seksuele bevrediging door seks met doden nog niet eens als aparte stoornis in de twee meest gebruikte psychiatrische handboeken. In het standaardwerk DSM-IV-TR valt deze afwijking onder ‘parafilie, niet anderszins omschreven’ – overige seksuele afwijkingen dus. En in de ICD-10 van de Wereldgezondheidsorganisatie valt necrofilie in dezelfde categorie als ‘hijgen’, obsceen gedrag via de telefoon. Verwarrend en niet erg wetenschappelijk, schrijft Anil Aggrawal, hoogleraar forensische geneeskunde te New Delhi, in het augustusnummer van Journal of Forensic and Legal Medicine. Aggrawal stelt een tiendeling voor waarin ook de verschillende soorten ‘pseudonecrofilie’ zijn opgenomen (de eerste drie).

Eén: mensen die graag seksuele rollenspellen spelen waarbij iemand doet alsof hij dood is (en bijvoorbeeld alsof een erectie rigor mortis is).

Twee: mensen die het dode lichaam van hun overleden geliefde tijdelijk bij zich houden en er seks mee hebben omdat ze diens dood niet accepteren.

Drie: mensen die fantaseren over seks met doden en bijvoorbeeld graag masturberen op een kerkhof. Vier: mensen die dode lichamen seksueel betasten.

Vijf: mensen die lichaamsdelen van doden (borst, penis) afsnijden en als fetisj bij zich houden.

Zes: mensen die masturberen tijdens het verminken en soms deels opeten van dode lichamen.

Zeven: mensen die seks hebben met een lijk als ze de kans krijgen, maar het normaal gesproken met levenden doen.

Acht: mensen die liever seks hebben met doden dan met levenden en actief lijken opzoeken.

Negen: mensen die moorden om seks met een lijk te hebben (zoals sommige seriemoordenaars).

En tien: mensen die niet tot seks met levenden in staat zijn, alleen met dode lichamen. Aggrawal hoopt dat zijn indeling meer onderzoek naar necrofilie oplevert.

Toekansnavel regelt de temperatuur

Door een onzer redacteuren

Rotterdam. De toekan gebruikt zijn grote snavel om af te koelen. Dat heeft bioloog Glenn Tattersall aangetoond door toekansnavels – naar verhouding de grootste van het vogelrijk – te bekijken met een infraroodcamera. Hij ontdekte dat de snavel snel opwarmt als de omgevingstemperatuur stijgt. Als het koud is straalt de snavel nauwelijks warmte uit. Door de toekansnavel loopt een netwerk van bloedvaten. Door de bloedtoevoer naar de snavel te veranderen reguleert de vogel de warmte die hij verliest. Als de bloedtoevoer wordt afgesneden zorgt de snavel voor 5 procent van het warmteverlies, als de aderen openstaan loopt dit op tot bijna 100 procent.

Chimpansees gevoelig voor apen-hiv

Door een onzer redacteuren

rotterdam. Chimpansees kunnen wel een soort aids krijgen van siv, de apenvariant van het aidsveroorzakend virus hiv. Tot nu toe was nooit gezien dat Afrikaanse apen ziek werden van siv. Hiv is ontstaan nadat een of meer mensen, in het begin van de vorige eeuw in Afrika, met siv zijn besmet. Het idee was dat siv al zo lang onder Afrikaanse apen aanwezig is dat ze er niet meer ziek van worden, zeldzame gevallen uitgezonderd. Maar onderzoekers die de chimpansees in het Gombe National Park in Tanzania al bijna tien jaren volgen schreven in Nature dat dieren die zijn besmet met een bepaald type siv eerder overlijden. De jongen van besmette moeders leefden nooit langer dan een jaar. Oudere dieren bleken organen te hebben die net zo waren aangetast als die van hiv-patiënten.