Museumplein naar voorbeeld Museumsinsel Berlijn

Drie belangrijke musea en het Concertgebouw staan aan of bij het Museumplein. De Gemeente Amsterdam laat nu een masterplan voor het plein ontwikkelen.

Wat er mis is met het huidige Museumplein? Carolien Gehrels, cultuurwethouder van de gemeente Amsterdam, moet grinniken om de vraag. „Ga maar eens een dag op het ezelsoor zitten, dan zie je direct wat er niet klopt. De Van Baerlestraat is een chaos – een verkeerskundig obstakel tussen het Stedelijk Museum en het Concertgebouw. En ook de routes vanuit de Pijp en de P.C. Hooftstraat naar het Museumplein zijn niet goed aangegeven. Dat zouden aantrekkelijke toeristische routes moeten worden.”

Voor toeristen die deze zomer Amsterdam aandoen, biedt het Museumplein inderdaad niet bepaald een uitnodigende aanblik. De hoek van het Stedelijk Museum wordt nog altijd gedomineerd door een bouwput, zoals ook de gevel van het Rijksmuseum door steigers aan het zicht onttrokken wordt. Het Van Gogh Museum ligt er, met zijn halfronde gesloten achtergevel als een onneembare vesting tussen. En wie het Concertgebouw wil bereiken, dient zich eerst tussen trams, auto’s en fietsers te storten. Vooral de hoek bij het ezelsoor is een onoverzichtelijk knooppunt, met vrachtwagens die laden en lossen bij de Albert Heijn, auto’s de ingang van de parkeergarage zoeken en touringcars die toeristen op het fietspad afzetten.

Maar dat gaat de komende jaren allemaal veranderen, zegt Gehrels. Afgelopen december is de Visie Museumkwartier gepresenteerd, waarin de gemeente Amsterdam haar ambities uiteenzette om van het Museumplein een trekpleister van internationale allure te maken. Het plein moet zich in de toekomst kunnen meten met bijvoorbeeld het Museumsinsel in Berlijn en het Museumsquartier in Wenen. Er moeten meer bankjes, meer cafés en meer restaurants komen, zodat het plein op alle uren van de dag een levendige aanblik biedt. En er moet een duidelijke routing komen tussen de vier wereldvermaarde instellingen die aan het Museumplein huizen. „Nu bestaat er geen enkele verbinding tussen de musea en het Concertgebouw”, zegt Concertgebouwdirecteur Simon Reinink. „Dat is een gemiste kans.”

Vorige maand maakte de gemeente bekend dat landschapsarchitect Michael van Gessel (die ook verantwoordelijk was voor de binnentuin van de Amsterdamse Hermitage) en stedenbouwkundige Ton Schaap door de Gemeente Amsterdam gevraagd zijn een masterplan voor het gebied te ontwikkelen. Zij zullen het bestaande ontwerp van de Deense architect Sven-Ingvar Andersson „met respect” aanpassen aan de wensen van deze tijd. „De hoofdopzet van het Museumplein, een groot open veld, is goed”, zegt Van Gessel. „Het moet alleen flink opgeruimd worden en de randen moeten aan kwaliteit winnen.” Zo zullen de intussen alweer gedateerde bankjes en lantarens vervangen worden en werkt het ontwerpersduo aan een stijl voor onder meer de bestrating, de kiosken en de podia.

De afgelopen maanden is al gewerkt aan acute herstelwerkzaamheden van het Museumplein. De vijver heeft een onderhoudsbeurt gekregen, de sproei-installatie van de grasmat is hersteld, de lekkageproblemen van de ondergrondse parkeergarage zijn verholpen en de lichtlijn is vervangen. En als in het najaar van 2010 het Stedelijk Museum heropent met een nieuwe ingang aan het Museumplein, moet ook daar de bestrating gereed zijn.

Op de langere termijn wordt bekeken hoe het Concertgebouw en het Rijksmuseum meer bij het Museumplein betrokken kunnen worden. „Het Rijksmuseum moet niet áán maar óp het museumplein staan”, vindt Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes. „Door een andere inrichting van het gebied willen we benadrukken dat de tuinen van het Rijks openbaar zijn. De openbare ruimte van het Museumplein moet, met andere woorden, straks doorlopen tot aan de Stadhouderskade.”

Gehrels ziet een mooi waterkunstwerk op het Concertgebouwplein voor zich, op de plek waar nu nog parkeerplaatsen zijn. „Die zou als extra visueel ankerpunt kunnen fungeren.” Simon Reinink heeft geopperd om de tramrails, die toch gerenoveerd dienen te worden, te verleggen. „Zodat er meer ruimte om het Concertgebouw heen komt voor groen en voor terrasjes.” Ook denkt Reinink erover om de uitbouw van architect Pi de Bruijn aan te passen en een extra ingang te maken aan de Museumpleinkant. Het zou mooi zijn, vinden alle betrokkenen, als straks de ingangen van de vier instellingen allemaal naar het Museumplein gericht zijn. Het Van Gogh Museum zou graag een tweede ingang hebben om de almaar toenemende bezoekersaantallen in goede banen te kunnen leiden. „We bereiken nu al de grenzen van onze capaciteit”, zegt directeur Axel Rüger. „Bovendien zijn de bezoekersstromen straks juist aan de Museumpleinkant te verwachten. Dus de noodzaak van een tweede ingang is er zeker.” Maar concrete plannen zijn er nog niet. Rüger: „We zitten nog in de schetsfase.”

Als alle plannen doorgaan, is het Museumplein straks zelf een attractie, een bestemming waar toeristen niet meer omheen kunnen. De gemeente omschrijft het in haar Visie als een ‘vijfde culturele instelling’: een plek waar culturele evenementen worden georganiseerd, waar hoogwaardige horeca te vinden is, waar toeristen én bewoners graag willen verpozen. Met zo’n plein moeten de bezoekersaantallen kunnen groeien van 3,5 naar 5 miljoen per jaar. Die toestroom levert de stad, zo schat de gemeente, elk jaar 1,25 miljard op aan bestedingen en 12.500 voltijdbanen in de toeristische sector.

Vooruitlopend op die glorieuze toekomst vindt er tussen de drie musea, het Concertgebouw en het Concertgebouworkest al regelmatig overleg plaats, niet alleen tussen de directeuren maar bijvoorbeeld ook tussen de marketingafdelingen. Onder de werktitel ‘Kunst van de Middeleeuwen tot morgen’ wordt nagedacht hoe er samengewerkt kan worden op het gebied van programmering, educatie, administratie en online ticketing. „We moeten het Museumplein als merk in de wereld zetten”, zegt Reinink. „Er wordt deze jaren ongelofelijk veel in de vier culturele instellingen geïnvesteerd, een half miljard euro in totaal. Het zou zonde zijn om dan niet een paar miljoen extra te investeren in een goed Museumplein.”

Wethouder Carolien Gehrels heeft drie tot vier keer per jaar ‘Museumpleinoverleg’ met de vijf directeuren. „Heel visionair”, noemt ze die gesprekken. „De energie spat ervan af. We kunnen echt van elkaar profiteren.” Rüger en Reinink beamen dat de samenwerking tussen de musea en het Concertgebouw sterk is verbeterd. „Er zit nu een heel nieuw team van directeuren”, zegt Reinink. „We weten elkaar snel te vinden en kunnen goed met elkaar overweg.”

De contouren van de toekomst beginnen zich nu heel duidelijk af te tekenen, zegt Gehrels tevreden. Maar de financiering van al die plannen is nog lang niet rond. De gemeente schat de kosten voor het tienjarige project op 75 miljoen euro, waarvan 30 miljoen door derden moet worden opgebracht en 45 miljoen door de gemeente. „Ik hoop echt dat dat geld er in deze economisch slechte tijden ook komt”, zegt Reinink. „En dat er nog wat geld overblijft na alles wat de Noord-Zuidlijn heeft opgeslokt. Zodat we het museumveld dat er nu ligt eindelijk eens kunnen veranderen in een echt museumplein.”

Bekijk de online tentoonstelling over het Museumplein: www.tentoonstellingmuseumplein.nl