Middeleeuws schateren

Al zes eeuwen leeft Geoffrey Chaucer voort dankzij zijn kluchtige verhalen, de ‘Canterbury Tales’. De moderne lezer heeft baat bij de nieuwe hertaling.

De kathedraal van Canterbury digitphoto.us digitphoto.us

Geoffrey Chaucer: The Canterbury Tales. Hertaald en bewerkt door Peter Ackroyd. Penguin Classics, 436 blz., € 31,-

De bespreker van een nieuw boek van Peter Ackroyd moet er altijd vlug bij zijn, anders is het intussen het vorige geworden. Het is dan ook een uitgestrekt oeuvre dat hij al voor zijn zestigste heeft afgeleverd: na eerst een paar gedichtenbundels, een stroom historische en andere romans (over Thomas More, Charles Dickens, T.S.Eliot, Shakespeare), een aantal biografieën en geschiedeniswerken (zoals dat over Londen) verschijnt nu zijn hervertelling van Chaucers Canterbury Tales. Het hervertellen betekent dat de verhalen ingekort zijn, en ook dat de middel-Engelse poëzie van Chaucer vervangen is door modern proza.

De eerste reden om Chaucers veertiende-eeuwse tekst door modern Engels te vervangen is dat het middel-Engels moeilijk en soms onmogelijk meer te begrijpen is. Het was al eerder gedaan met sommige delen, bijvoorbeeld door Dryden in 1670. Een meer recente versie in moderne dichtregels van Nevill Coghill (1951) is nog steeds verkrijgbaar. Voor Nederlandse lezers is de vertaling in versregels van Ernst van Altena uit 1996 beschikbaar. Wat Ackroyds versie daarop voor heeft, is dat zijn moderne Engels dichter bij het origineel staat, op een drogere toon dan Coghill.

Vrijgekocht

Chaucer werd in 1342 geboren als zoon van een welvarende middenstandsfamilie. Op zijn 17de diende hij een tijdje bij de Engelse troepen in Frankrijk, werd gevangen genomen en vrijgekocht en vervulde daarna verschillende banen in semi-overheidsdiensten. In de daaropvolgende jaren begon hij te dichten; een van zijn eerste inspanningen was een gedeeltelijke vertaling van de Franse Roman de la Rose. Zijn carrière liep voorspoedig, tot hij in 1386 zijn politieke protectie verloor. In die tijd moet hij begonnen zijn aan de Canterbury Tales, en hij ging daarmee door toen hij in 1389 in regeringsdienst terug mocht keren. Men neemt aan dat hij er net zowat mee klaar was voor zijn dood in 1400.

De Tales die hij bijeenbracht om door de pelgrims te laten vertellen op hun tocht van Southwark in Oost-Londen naar het graf van Thomas à Becket waren bijna allemaal bestaande verhalen uit delen van Europa. Zij hadden in de diverse taalgebieden andere vormen aangenomen; volgens de gangbare opvatting, in West-Europa tenminste, zijn zij nergens zo goed terecht gekomen als in Engeland. Wie ze, aangevuurd door hun eeuwenoude reputatie, voor het eerst gaat lezen zal er niet meteen mee ingenomen zijn. De middeleeuwse kluchtige humor is grappig omdat hij middeleeuws is, niet omdat hij ons zes eeuwen later nog kan verrassen; en de wendingen in de vertelkunst zullen alleen vastberaden liefhebbers meeslepen.

Als voorbeeld kan dienen het verhaal waarvan de titel zo niet de inhoud het bekendste is: ‘The Wife of Bath’s Tale’. Dat vertelt van een jonge ridder die een meisje eenzaam zag wandelen in het bos en haar verkrachtte. Er kwam een schandaal van en hij zou terechtgesteld zijn als de dames aan het hof niet voor een tweede kans gepleit hadden: als hij binnen een jaar een algemeen aanvaard antwoord kon vinden op de vraag ‘what is the thing that women most desire’? zou hij gratie krijgen. Hij reisde een jaar lang rond en kreeg het antwoord pas de laatste dag van een oude vrouw: vrouwen willen net zo veel gezag en respect genieten als mannen.

Dat is het! riepen alle hofdames toen hij hiermee aankwam, en de ridder dacht dat hij vrij uit ging, alleen was hij de prijs van de gratie vergeten: hij moest de oude vrouw trouwen en haar het gezag toekennen bovendien. Dat kan ik niet! riep hij uit totdat ze hem liet weten hoe onaangenaam zij voor hem kon worden; goed dan, zei hij, ik aanvaard het gezag – en zij veranderde meteen in een jeugdig engeltje.

Zo’n verhaal doet het alleen nog als het gesteund wordt door de gedachte dat de lezers en toehoorders er zeshonderd jaar geleden om schaterden. Hetzelfde geldt ook bijvoorbeeld voor de ‘Summoner’s Tale’, hoewel dat een tijdloos thema heeft: de summoner, die geld ophaalt voor de kerk, komt de welgestelde bejaarde Thomas bezoeken, die niet in de stemming is en vindt dat hij in de loop der jaren al te veel geld heeft moeten afdragen. Als de summoner aanhoudt zegt Thomas tenslotte dat hij achter zijn rug toch nog iets te bieden heeft; hij gaat overeind zitten om dat binnen bereik van zijn bezoeker te brengen en perst een geweldige scheet uit zijn achterste – heel middeleeuws.

Romeinse keizer

Anderen zullen meer plezier beleven aan een fantasie zonder kluchtige tonen, zoals ‘The Man of Law’s Tale’, dat de avonturen vertelt van Constance, dochter van de Romeinse keizer. Zij wordt naar Syrië afgevoerd waar de sultan die over haar schoonheid gehoord heeft, met haar wil trouwen en zijn hele hof het christendom zal opleggen. De moeder van de sultan accepteert het niet. De dag na het huwelijk laat zij alle betrokkenen ter dood brengen en stuurt Constance terug de Middellandse Zee op. Die zwerft drie jaar over de wateren, behoed door de zorg van de Heer, totdat zij in Northumberland aankomt waar zij een valse beschuldiging overleeft en opnieuw een troon bestijgt. Maar ook daarvan wordt ze verjaagd en ten slotte keert ze terug in Rome waar zij na nog een avontuur haar laatste jaren doorbrengt. Dit verhaal, zonder waarschijnlijkheid en zonder humor, heeft het geheimzinnige vermogen om zijn lezer bezig te houden en met de Middeleeuwen te verzoenen.

Ook met Chaucer? Dat is niet nodig. Hij was een eminente man van zijn tijd. Als wij ons proberen voor te stellen welke van onze humoristische tijdgenoten over zeshonderd jaar nog nieuwe uitgaven en nieuwe vertalingen zullen verdienen, is het overleven van Chaucer pas echt ongelofelijk.

Er is alle reden om hem in ere te blijven houden en te bestuderen, en voor de van poëzie verstoken lezer van onze tijd heeft Ackroyds vertaling er een heel aannemelijke vorm aan gegeven.