Matennaaiers

Hoe slim moet een voetballer zijn? Woensdag kreeg ik tijdens Sporting Lissabon-FC Twente zoveel doortraptheid over me uitgestort dat ik gewoon begon te verlangen naar een zekere domheid. Hopelijk was het theater in Lissabon niet maatgevend voor wat we het komende seizoen aan list en bedrog te zien zullen krijgen, maar ik vrees van wel. De neiging om je te laten vallen bij de minste of geringste aanraking is inmiddels te wijdverbreid om zomaar weer te onderdrukken.

Iedereen speelt het spelletje mee, maar als je erop gaat letten, wat ik tijdens deze wedstrijd onwillekeurig deed, heb je geen leuke avond. Het komt een beetje door mijn dochter. Die voetbalt, en nu moet ik haar steeds uitleggen wat er aan de hand is. Dus ook dat die meneer daar met dat vertrokken gezicht op de grond vrijwel zeker geen pijn heeft. Dat hij maar doet alsof, in de hoop dat zijn tegenstander een gele kaart krijgt. Als opvoeder moet je zulk gedrag natuurlijk afkeuren – en dan heb je als liefhebber al snel het nakijken.

Wat een aanstellerij, dacht ik woensdag, en wat een vervelende, verwijfde types eigenlijk, die voetballers. Vooral in Portugese dienst, maar ook in Twentse. Zelfs een avontuurlijke back als Ronnie Stam gedroeg zich als een matennaaier. Je komt die uitdrukking nog maar zelden tegen. Logisch, in een wereld van matennaaiers verliest zo’n woord betekenis.

Terwijl de zoveelste voetballer schreeuwend ter aarde ging (om een paar tellen later lachend verder te lopen), zag ik ineens Johan Cruijff weer voor me. Wat zou dit potje voetbal baat hebben bij de geest van Johan, dacht ik zomaar.

Veertig jaar geleden – ik zo oud als mijn dochter nu – liep Cruijff op een hobbelig veld in Tsjechoslowakije alleen op de keeper af. Hij werd gehaakt, en nog tijdens zijn val schoot hij op doel. Wat dom, zou je nu zeggen. Want Cruijff miste. Vanwege zijn doelpoging kreeg Ajax geen penalty en even later moest de bijna 22-jarige spits geblesseerd het veld af.

Het gevolg was een helse strijd tegen Spartak Trnava om een plaats in de Europa Cup I-finale. Het liep goed af, maar met een benutte penalty in de zesde minuut was het allemaal veel simpeler gegaan.

Niet zo slim dus, die Johan. Maar als kleine jongen laafde ik me aan dat almaar willen doorvoetballen van hem, die onstuitbare drang om verder te spelen. Ik droomde weg bij foto’s van verdedigers die zijn shirt aan flarden trokken; terwijl hij, tanig mannetje met opverend haar, zijn best deed overeind te blijven. Zo wilde ik later ook worden. Nu speel ik thuis de commentator om te voorkomen dat mijn dochter hetzelfde denkt.

    • Auke Kok