Massaontslagen?Die zie je hier niet

Indonesië is van alle grote landen het minst geraakt door de economische crisis.

Het land exporteert weinig naar het Westen en heeft snel op de crisis gereageerd.

In grote zakken liggen de verkiezingsshirts nog in het naaiatelier, klaar om te worden weggegooid. Een herinnering aan het succesjaar van T-shirtfabriek Rafi Konveksi. De eigenaren, het echtpaar Bekti Waskito en Tuti Amalia, moesten zestig man aantrekken om alle opdrachten voor de Indonesische verkiezingen te kunnen bijbenen.

Nu is het weer rustig. Slechts twee van de twaalf naaimachines zijn bezet, door mannen die groene boordjes aan witte T-shirts naaien. Een ander bedient de pers om ze te bedrukken. Op een grote houten tafel zit een vrouw tussen balen met geknipte stof sloom te strijken.

Maar het jaar kan niet meer stuk. In de verkiezingsmaanden zette het bedrijf ruim drie keer zoveel om als in heel 2008. Om het te vieren is het echtpaar een weekeinde weg geweest; een T-shirt met een romantische foto van het uitje hangt in hun kantoor-aan-huis. Over de financiële crisis kunnen Bekti en zijn vrouw niet zoveel zeggen. Ja, confectiebedrijven die exporteren hebben het moeilijk, weten ze. „Maar voor de binnenlandse markt loopt het nog goed. Straks is het lebaran, het feest na de ramadan, dat is goed voor de verkoop. En daarna is het weer Kerstmis.” Ze maken zich geen zorgen.

Van de mondiale economische crisis is in Indonesië weinig te merken. Wie de gewone man ernaar vraagt, krijgt een niet-begrijpend antwoord. De crisis? Ja, een jaar geleden misschien, toen ook in Indonesië de prijzen van benzine en voedsel de pan uitrezen. Maar nu gaat het toch aardig goed? In het collectieve bewustzijn staat het woord krisis voor de Aziëcrisis twaalf jaar geleden, toen de economie met 14 procent kromp en de roepia, de Indonesische munt, negen keer over de kop ging. Wat men nu in de rest van de wereld een crisis noemt, stelt in Indonesië niets voor.

„Indonesië doet het erg goed”, zegt Joachim von Amsberg, landendirecteur Indonesië van de Wereldbank. „Van alle grote landen, is Indonesië het minst geraakt.” Vorig jaar groeide de economie met 6,1 procent, maar ietsje minder dan in 2007. Voor dit jaar wordt 4 à 4,5 procent economische groei verwacht.

Dat komt voor een groot deel doordat Indonesië een grote en diverse economie is, een economie bovendien die tot nu toe onderpresteerde. Anders dan sneller groeiende ontwikkelingslanden als China en India exporteert Indonesië relatief weinig naar het Westen. Hoewel ook de Indonesische export daalt (het eerste kwartaal met 20 procent), is de invloed daarvan op de economische groei minder groot dan elders. Het land kampt daardoor niet met massaontslagen of met een migratiestroom van de stad terug naar het platteland.

Een overblijfsel van de Aziëcrisis, toen bedrijven en banken bezweken onder buitenlandse schulden die door de ingestorte roepia niet meer af te lossen waren, is dat Indonesische banken conservatief zijn en weinig geïntegreerd met de internationale financiële markt. Ook bedrijven hebben weinig schulden. „Dat beperkt de groei in goede tijden”, zegt Von Amsberg. „Maar nu helpt het.”

Von Amsberg is enthousiast over de manier waarop de Indonesische regering op de crisis reageerde. „Toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september vorig jaar omviel, moesten andere landen nog wakker worden. Indonesië begon onmiddellijk de risico’s te beperken.” Zo zorgde minister van Financiën Sri Mulyani Indrawati voor een vangnet voor de financiële sector. Zij stelde de overheidsfinanciën veilig door een lening van 5,5 miljard dollar te regelen, onder andere van de Wereldbank.

De invloed van de mondiale economische crisis bleef zo beperkt tot specifieke groepen. Bedrijven die exporteren, mensen die hun vermogen in het buitenland hadden geïnvesteerd. „Wij noemen dit een crisis van de rijken”, zegt adviseur Patricia Susanto van Jakarta Consulting. Dure kleding, auto’s, sieraden, verre vakanties: daar geeft men nu minder aan uit. Maar voor de rest blijven Indonesiërs gewoon geld uitgeven.

Denkt het Westen misschien in termen van voorzichtig herstel, in Indonesië heerst optimisme. „Indonesië haalt zijn achterstand in”, zegt Von Amsberg van de Wereldbank. „Binnen een paar jaar zal het moeilijk worden om Indonesië buiten te sluiten van welke groep opkomende landen dan ook.”

Sinds de Aziëcrisis deden Indonesische bedrijven er veel aan om efficiënter te worden, zegt Sebastian Sharp, hoofd onderzoek van de Indonesische zakenbank Danareksa. Bedrijven die meer op connecties met het regime van oud-president Soeharto draaiden dan op eigen verdiensten, moesten veranderen. Banken verstrekken aan het bedrijfsleven nu makkelijker leningen. Sharp: „De afgelopen tien jaar gingen over herstructurering, de volgende tien gaan over groei.”

Maar er is een schaduwzijde. De infrastructuur bijvoorbeeld. Veel Indonesische wegen zijn zo hobbelig dat een rit van 40 kilometer twee uur kan duren. De havens zijn verwaarloosd. Er is een tekort aan elektriciteit. Zonder smeergeld kom je nog altijd niet ver. De corruptie is notoir groot. Doordat regionale regeringen meer macht kregen, worden bedrijven geteisterd door lokale bureaucratische regeltjes. En het onderwijspeil is niet vergelijkbaar met een land als bijvoorbeeld India, waar westerse hightechbedrijven in de rij staan om pas afgestudeerden in dienst te nemen.

Na vier jaar relatieve stabiliteit, kreeg het land onlangs weer te maken met terroristische zelfmoordaanslagen. Maar de beurs en de roepia reageerden nauwelijks. Sharp van zakenbank Danareksa, die aanslagen van dichtbij meemaakte, denkt niet dat het investeerders zal ontmoedigen. Hij is zo optimistisch dat hij Indonesië straks sneller ziet groeien dan China. „Deze regio wordt de grote verrassing.”

    • Elske Schouten