Je moet wel prangen, dat zijn de circuswetten

‘Kan een dier uit het circus dier zijn?’ was de vraag die deze week gesteld werd naar aanleiding van een eventueel verbod op circusdieren. Ja, denk je, alleen al op basis van de zinsconstructie. Maar volgens minister Gerda Verburg van Landbouw zijn er nog wel meer redenen om aan te nemen dat een dier uit het circus dier kan zijn. Een beetje vaag is het allemaal wel: er komt geen verbod op tijgers, olifanten en leeuwen in de tent, maar er wordt wel gekeken of er een Europees draagvlak is te vinden voor een dergelijk verbod. Dat kan je natuurlijk vergeten: de Italianen zullen daar nooit in meegaan.

Goed, het circus van de Romeinen had niet altijd een goede naam – het onderscheid tussen christen en dier bleek in die tijd niet altijd even eenvoudig, net zo min als het voor het CDA en de ChristenUnie tegenwoordig eenvoudig is om onderscheid te maken tussen een abortuspil en een breinaald.

Over breinaalden gesproken: beseft de Christen Unie wel dat het circus oorspronkelijk begonnen is als speelterrein voor de liefde? Het circus van tegenwoordig is wel wat kleiner dan vroeger – waar een volle tent in Circus Renz betekent dat 1200 stoeltjes gevuld zijn, telde het Romeinse Circus Maximus een kwart miljoen zitplaatsen, aldus Plinius in zijn Naturalis Historia. Maar die zitplaatsen zijn er nu niet minder benepen om. En dat is niet voor niets. ‘In het volgepakte Circus, ligt je kans: // je hoeft er niet in vingertaal je hartsgeheimen / te uiten, niet te wachten op een sluiks gebaar, // je mag dicht naast je dame zitten – niets belet je - / en lichaam tegen lichaam prangen waar je kunt, // meer nog: je móét wel prangen, dat zijn Circuswetten, / je moet je buurvrouw voelen, of zij wil of niet’, schrijft Ovidius in zijn Lessen in de liefde. In zo’n circus moet je ook je kansen grijpen, gaat Ovidius verder: ‘Als haar mantel al te laag over de grond gaat, / til die dan heel behulpzaam uit het stof omhoog, // waarna je als beloning, en als zij dat toelaat, met eigen oog wat inkijk in haar benen wint. // Houd bovendien je achterbuurman in de gaten, / dat hij haar zachte rug niet met zijn knie belaagt.’

Circusdieren hebben het dus lang niet zo slecht als veel mensen en kinderen blijkens het jeugdjournaal denken (bij dat jeugdjournaal gaat elk nieuwsitem tegenwoordig vergezeld van een enquête onder achtjarigen). Mens en dier opeengepakt in een circustent: dat is nu eenmaal traditie, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen die twee olifanten in een kleine container, dat kan een probleem worden. Immers: de dierenverzorgers moeten volgens de Animal Science Group van de Universiteit Wageningen verplicht meer kennis hebben van zaken als vaccinaties, gebitsverzorging en conceptie. Daar is vast Europees draagvlak voor te vinden. Hoewel, die details over conceptie – dat zou wel eens een gevoelig punt kunnen zijn voor dit kabinet.

Toef Jaeger

De literatuur is vaak een spiegel van de actualiteit. In deze rubriek elke week de koppeling tussen het actuele en fictie.