In bloei door een bom

A Time to Love and a Time to Die. Regie: Douglas Sirk

DVD FILM

A Time to Love and a Time to Die.

Regie: Douglas Sirk. € 19,99 (2 discs, GB import) ****

Tussen vorm en inhoud gaapt een kloof in A Time to Love, A Time to Die van Douglas Sirk (1958). Wat zich voor de camera afspeelt, is onvervalst melodrama, het filmgenre waarmee Sirk in de jaren vijftig grote successen boekte. Maar zijn cameravoering is zeker niet melodramatisch. Sirk hield van lange, ingewikkelde, bewegende shots, die altijd een zekere afstand behouden tot de scènes, hoe hartverscheurend die ook mogen zijn. Het melodramatische, wellicht banale materiaal krijgt daardoor een onvermoede waardigheid en zelfs een zekere geheimzinnigheid.

A Time to Love and a Time to Die is gebaseerd op een roman van Erich Maria Remarque, die ook een kleine rol speelt in de film. De film speelt zich af in Duitsland, in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog, als de kans op een overwinning definitief is verkeken. Soldaat Ernst (John Gavin) krijgt verlof van het Oostfront om zijn ouders in Berlijn op te zoeken. Zijn ouderlijk huis blijkt veranderd in een ruïne, zijn vader en moeder zijn spoorloos. Hij ontmoet Elizabeth (de innemende Liselotte Pulver), die eveneens ouderloos is (haar vader zit in een concentratiekamp). Tussen de twee bloeit de liefde op, tegen de achtergrond van de volledige verwoesting van hun wereld.

Clichématig, zeker. Toch kruipt deze film onder de huid. Een hoogtepunt is de scène waarin het verliefde stel tijdens een wandeling op een boom stuit, die buiten het seizoen in volle bloei staat. De bloemen zijn uitgekomen, concludeert Ernst, door de hitte van een bomaanslag. De natuur is daardoor van slag geraakt. Met Ernst en Lotte zal het precies zo gaan.

Voor de film keerde Sirk, van oorsprong Duitser, terug naar zijn vaderland dat hij in 1937 was ontvlucht met zijn half-Joodse, tweede vrouw. Hij filmde op authentieke locaties, tussen de ruïnes die in Berlijn nog ruim voorhanden waren. In de film komen ook akelig geloofwaardige archetypen van nazi’s voor, met onder meer een klein rolletje voor de jonge Klaus Kinski, maar vooral door de rol van een plaatselijke districtsleider, die Ernst nog van school kent; een knaap die niet mee kon komen op school, maar nu, met dank aan de partij, alle touwtjes stevig in handen heeft, en daar gretig misbruik van maakt.

Hyperromantiek en oorlogsrealisme zouden gemakkelijk kunnen botsen, zouden dat misschien wel móéten doen, maar Sirk komt ermee weg. Alles in deze film is zowel kunstmatig en opgeblazen als diep doorvoeld en echt, theatraal én subtiel – een raadselachtige film tot het einde.

    • Peter de Bruijn