Ik ontwikkel een nieuwe danstaal

Nanine Linning (32) staat aan het begin van een internationale carrière als choreograaf.

„Ik droom altijd groter dan mogelijk is.”

Foto Mieke Meesen Ik ontwikkel een nieuwe danstaal Zo blijft Nanine Linning geïnspireerd Nanine Linning (32) staat aan het begin van een internationale carrière als choreograaf. „Ik droom altijd groter dan mogelijk is.” Meesen, Mieke

Morgen begint Nanine Linning met haar nieuwe baan. De Nederlandse choreografe wordt artistiek leider van het Tanztheater Osnabrück. Tegelijkertijd zal ze haar dansgezelschap in Nederland aanhouden. „Volwassen worden op twee benen”, noemt ze het. In Nederland werkt ze met freelancers, meestal in een dansstudio en heeft ze alle vrijheid om voorstellingen op de planken te zetten. In Duitsland heeft ze het hele jaar door een dansgezelschap tot haar beschikking en werkt ze in het theater, de plaats waar haar hart sneller gaat kloppen. Linning studeerde in 1998 af aan de Rotterdamse Dansacademie en was tussen 2001 en 2006 de jongste huischoreograaf van Scapino Ballet Rotterdam ooit. „De stap die ik nu ga nemen, is heel belangrijk.”

Hoe ben je terechtgekomen bij het Tanztheater Osnabrück?

„Cry Love, een vorige productie van mij, speelde in het theater van Luzern. Blijkbaar heeft dat toen rondgezongen en hoorden mensen van het Osnabrücktheater over mij. Ze zijn toen komen kijken zonder dat ik het wist. Later belden ze mij om te komen praten over het artistiek leiderschap en kreeg ik een tweejarig contract aangeboden.”

Wat is het verschil tussen werken in Nederland en in Duitsland?

„In Nederland trekken we van theater naar theater, maar de meeste tijd brengen we door in een studio. In Osnabrück werken we voortdurend in hetzelfde theater samen met een orkest, een operagezelschap, een acteursensemble en een dansgezelschap. Als ik bezig ben met een stuk, kan ik daar bijvoorbeeld ook drie zangers voor vragen en wat muzikanten.”

Waar vind je de inspiratie voor de inhoud van je stukken?

„De ultieme manier van kunst maken is je leven leiden. Heel intens leven door alles in je op te nemen. Vijf of zelfs vijftien jaar later kunnen de verschillende ervaringen zich gevormd hebben tot een idee. Eigenlijk is het net als moleculair koken: je stopt verschillende ingrediënten bij elkaar en na jaren onderzoek komt er een ijsblokje met olijfsmaak uit. Dat ijsblokje is niet geïnspireerd op iets, het is het resultaat van een krankzinnige kronkel in iemand zijn hoofd. Dat geldt ook voor inspiratie. Ik zie inspiratie niet als iets wat van buiten komt. Inspiratie zit in mij. Het wordt gevormd door mijn emoties en gevoelens. Het schreeuwt om naar buiten te komen. Van inspiratie kan ik ’s nachts wakker worden en uit mijn bed springen. De moeilijkheid ligt hem vooral in de uitwerking van de ideeën, maar door creativiteit komt er altijd een oplossing. Soms niet meteen, maar wel op de lange termijn.”

Hoe gaat dat dan?

„Momenteel ben ik bezig met een voorstelling over Siamese tweelingen. Daar heb ik al langere tijd een fascinatie voor. Hoe voelt dat om altijd aan elkaar vast te zitten, samen een auto te besturen, een vriendje te delen, en wat als de één van blauw houdt en de ander van groen? Ik ben mij gaan verdiepen in Siamese tweelingen. Ik heb onderzoeken gelezen, plaatjes verzameld en geëxperimenteerd met de dansers door ze aan elkaar vast te binden. Eigenlijk gaat de voorstelling over de eeuwige zoektocht naar een wederhelft. Waarom leven we overal ter wereld in koppeltjes? Dat vind ik interessant. Die interesses sluimeren en soms komt dat opeens naar boven en vertaalt zich dat bijvoorbeeld naar een voorstelling over Siamese tweelingen.”

Hoe beeld je de concepten die je fascineren uit?

„Ik en mijn dansers beelden nooit iets uit. Dat is een vloek in de danswereld, we zijn geen mimespelers! Wij laten mensen iets zien met bewegingen, een danstaal. Bij Bacon, één van mijn vorige producties, wilde ik een voorstelling maken over wat ik ervoer bij het kijken naar het werk van de schilder Francis Bacon. Zijn schilderijen zijn heel fysiek en vragen om dans en beweging. Lichaamsdelen vloeien in elkaar over en verdwijnen in de schaduw. Het is de constructie en deconstructie van het lichaam.

In de voorstelling wou ik daarom mijn dansers uitkleden en van alle sociale bagage ontdoen. Als hompen vlees. Om dat te bereiken heb ik de dansers aan hun enkels opgehangen boven het binnenkomende publiek. Daar ontneem je iemand zijn menselijkheid mee, het roept een heel naar gevoel op.”

Spreek je op die manier je publiek aan?

„Ja, ik vind het belangrijk om emoties en gevoelens te ontlokken bij het publiek. Voor iedere voorstelling ontwikkel ik nieuwe danstalen die universeel zijn en die mensen direct voelen en herkennen bij zichzelf. Bij klassieke balletvoorstellingen is de taal heel ingewikkeld en vastgelegd in bepaalde codes. Als een danseres bijvoorbeeld haar armen naar voren kruist, vindt ze iemand leuk. Ik probeer juist mijn taal te baseren op universele emotionele codes. Iedereen van Afrika tot in Azië weet hoe het voelt om verdrietig te zijn, of verliefd. Daarvandaan werk ik, zodat ook een leek als jij mijn voorstellingen kan zien, ervaren en begrijpen.”

Wat wil je in de toekomst nog maken?

„Ik heb nog zoveel ambities. Ik zou heel graag een opera willen maken. Voor mij is dat de ultieme kunstvorm, alle disciplines vallen erin samen. Dansen is het ondergeschoven kindje in de opera. Als er een pauze valt, dan worden er wat bewegingen uitgevoerd. Ik denk dat ik vanuit mijn expertise als choreograaf iets toe kan voegen aan de bestaande operatraditie. Ook wil ik nog graag een videoclip maken. Dan spreek je een heel groot en breed publiek aan. In de videoclipwereld is nog veel te verbeteren. De dans die nu wordt gebruikt, is heel beperkt en veel clips lijken op elkaar. Door met anders getrainde dansers te werken zou ik het genre videoclip naar een ander niveau willen tillen. Ook zou ik meer met andere kunstenaars willen samenwerken. Kunstenaars als David LaChapelle, Björk en Damien Hirst inspireren mij om het beste uit mijzelf te halen. Ik weet niet of ik ooit een project met hen zal gaan doen, maar ik beschouw deze kunstenaars als een stok achter de deur om beter mijn best te doen.”

Wat doe je ervoor om je ambities te realiseren?

„Ik durf groot te dromen. Daarom ben ik ook gekomen waar ik nu ben. Door altijd groter te dromen dan mogelijk was. Door mijn dromen uit te spreken en op te schrijven, maak ik ze een stuk concreter. Daarna betrek ik andere mensen erbij om mij te helpen. Bovendien ben ik niet bang. Regelmatig denk ik bij mijzelf, hoe moet ik dit krankzinnige plan nu weer realiseren? Maar als ik twee tellen mijn ogen dicht doe, heb ik weer alle vertrouwen in mijzelf. Gebeurtenissen hebben een eigen logica en een eigen timing. Ik probeer de dingen zo min mogelijk te forceren en meestal, als ik er klaar voor ben, gebeurt het. Eigenlijk wou ik vijf jaar geleden al op internationaal niveau werken, maar ik moest toen nog te veel leren. Ik ben heel positief en flexibel ingesteld. Als ik ‘nee’ te horen krijg, incasseer ik dat twee minuten en begin ik met een volgend plan om mijn doel wel te kunnen realiseren. Dat is het leuke aan het kunstenaar mogen zijn. Er zijn meer wegen naar een doel toe. Als je maar stevig genoeg inzet op een doel, wordt het vanzelf de realiteit.”