Het verlangen naar een decreet

In Nederland weet je nooit wie de beslissing neemt, vinden Cruz en Ortiz, de Spaanse architecten van het verbouwde Rijksmuseum. En die ingang in de passage: toch nog eens naar kijken.

Antonio Cruz (links) en Antonio Ortiz Foto Javier Barbancho/El País 23-07-09.Foto Javier Barbancho. Antonio Ortiz arquictecto en su estudio de Sevilla. El Pais

Nee, ze hebben geen moment overwogen zich terug te trekken als architecten van het vernieuwde Rijksmuseum, ook al is het project intussen vijf jaar en 100 miljoen uitgelopen. Nee, ze hebben er geen moment aan getwijfeld dat hun ontwerp voor de uitbreiding – althans grotendeels – zou worden gerealiseerd. Toegegeven, er is tegenslag geweest onderweg. Jazeker, ze hebben zich meer dan eens verwonderd over de manier waarop besluiten in Nederland tot stand komen. Of niet. Maar gewanhoopt – dat niet.

Oktober vorig jaar is de aanbesteding alsnog gelukt, door het project in zeven percelen op te knippen. En eerder deze maand werd gevierd dat de bouw eindelijk is begonnen. De stemming op het bureau van de Spaanse architecten Antonio Cruz en Antonio Ortiz is dan ook nadrukkelijk optimistisch. Ze willen niet meer stilstaan bij de moeilijkheden van de afgelopen jaren, zeggen ze, ze kijken nu vooruit naar de realisatie van een groot en complex project.

„Ons ontwerp is voor 90 procent overeind gebleven”, zegt Ortiz, degene die zich van de twee de laatste vier jaar het meest met het slepende project heeft beziggehouden. „Het zou natuurlijk ook naïef zijn om te denken dat er bij een lang en complex proces als dit niets aan je oorspronkelijke ontwerp zou veranderen. Een ontwerp wordt ook vaak beter door de inzichten van anderen. Er was voor ons slechts één teleurstelling, en wel een grote: de entree in de onderdoorgang.”

Daar kan nog verandering in komen: Cruz en Ortiz hebben nieuwe varianten voor de entree voorgesteld. Stichting Het Nieuwe Rijksmuseum heeft bij stadsdeel Oud-Zuid een bouwadviesaanvraag ingediend, volgens de woordvoerder van het stadsdeel „een middel om een standpunt van het stadsdeel te krijgen over een eventuele aanvraag voor een bouwvergunning”. Er zou wel een gedeeltelijke wijziging van het bestemmingsplan nodig zijn, zegt zij. Er komt een onafhankelijk verkeersonderzoek en er wordt advies gevraagd aan de brandweer en aan de welstandscommissie. „Als het tot een vergunningaanvraag komt – en dat is dus nog de vraag – zal de vergunning op zijn allervroegst in mei 2010 bruikbaar zijn.”

Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum: „Sinds mijn aantreden vorig jaar heb ik met een groot aantal betrokkenen hierover gesproken. Het blijkt dat niemand tevreden is met de gang van zaken en dat niemand blij is met het resultaat. Iedereen heeft begrip voor de wens van het museum om naar het best haalbare resultaat te streven. Er zijn vele belangen en meningen, en we zoeken nu naar een oplossing waarbij iedereen aan zijn trekken komt. Maar de bouw is al begonnen en er zijn financiële grenzen.”

Volgens Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol gaat het nog maar om een inventarisatie. „De bouw is begonnen conform het bestaande ontwerp”, zegt zij, „en daar wordt niet vanaf geweken tenzij er overduidelijk nieuwe ingrediënten aan te pas komen. Ik zal niet ontkennen dat we met z’n allen zijn blijven kijken naar de entree, of die niet beter kan. Maar dat mag niet in de weg staan waar we nu aan bouwen.” Vorige maand zei PvdA-minister van Cultuur Plasterk in het radioprogramma Kunststof: „Het is goed er nog eens naar te kijken of er niet nog wat kan met de ingang.”

Van der Pol heeft overigens zelf ook ervaring met een langdurige museumverbouwing: haar eerste plan voor het Scheepvaartmuseum in Amsterdam dateert uit 1995. Het wordt nu eindelijk uitgevoerd – helaas is daarmee een derde belangrijk Amsterdams museum voor langere tijd gesloten. Haar voorganger als Rijksbouwmeester, Mels Crouwel, is met zijn bureau Benthem Crouwel verantwoordelijk voor de nieuwbouw van het andere, het Stedelijk.

Cruz en Ortiz laten hun nieuwe ontwerp(en) niet zien: na alle eerdere consternatie willen ze de stille diplomatie die rond de nieuwe ingang gaande is, niet verstoren. Zoals bekend is hun oorspronkelijke ontwerp voor de entree – een trap naar beneden midden in de passage met fietspaden aan weerszijden – tegengehouden door het stadsdeel Oud-Zuid, dat geen toestemming wilde geven voor bouwen in de passage. Na veel overleg over en weer en acties door met name de Fietsersbond, is een compromis bereikt, de zogenoemde Cuypersvariant.

Zoals het nu op papier staat krijgt het museum vier ingangen in de passage: twee liften en twee draaideuren. Cruz: „Lange tijd had het gebouw twee ingangen aan de voorkant. Dat vond iedereen onduidelijk, dat moest worden opgelost, maar met vier ingangen blijft die onduidelijkheid nu voortbestaan. Wij zijn na de prijsvraag juist gekozen voor deze opdracht wegens de helderheid van onze oplossing voor de entree. Het zou treurig zijn als we na zoveel jaar werken hieraan, niet het best mogelijke resultaat zouden bereiken.”

Als de opening, zoals nu verwacht, in 2013 plaatsvindt zijn ze allebei 65. En zal dit vermoedelijk hun langst lopende project zijn.

Het bureau van Cruz y Ortiz

is in het historische centrum van Sevilla gevestigd in een typisch Andalusisch herenhuis. De kamers met houten luiken zijn rond een luchtige binnenplaats gestapeld; in overeenstemming met de ingetogen stijl van hun architectuur is alles rustig, strak en wit. Ze komen allebei uit Sevilla en leerden elkaar tijdens hun opleiding kennen; ze werken sinds 1971 samen. Het bureau, dat met 22 medewerkers in Spanje en 7 in Amsterdam als middelgroot geldt, werkt door heel Europa. Op dit moment zijn ze bezig met een stadion voor het voetbalteam Atlético de Madrid, dat voor atletiek kan worden aangepast als Madrid de Olympische Spelen van 2016 binnenhaalt. In hun eigen woonplaats bouwden ze overheidskantoren, woningen, een stadion en de openbare bibliotheek.

In Nederland realiseerden ze woningbouw in Amsterdam en Maastricht. Naast het Rijksmuseum hebben ze ook andere projecten, die – anders dan het Rijks inmiddels – stilliggen. Bijvoorbeeld hun nieuwe bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam op het Binnengasthuisterrein. De UvA heeft van het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum alle steun gekregen, zegt zij, en de monumentenvergunning is ook al gegeven, maar omwonenden en monumentengroepen hebben bezwaar aangetekend. Salomé Bentinck, hoofd huisvesting van de UvA: „Het ontwerp dateert uit 2001, maar het ziet er nu naar uit dat we pas in 2011 kunnen gaan bouwen.” Op de Wilhelminapier in Rotterdam zouden Cruz en Ortiz samen met Alvaro Siza woontorens bouwen – een, twee, of drie, de stedenbouwkundige setting verandert steeds – maar met de economische crisis zijn de plannen in de ijskast gelegd.

In haar twee uur durende film Het Nieuwe Rijksmuseum, die eind vorig jaar in première ging op het IDFA, brengt documentairemaker Oeke Hoogendijk navrant in beeld hoe het project over telkens weer een ander obstakel struikelde. Daarin is goed te zien hoe Cruz en Ortiz van de ene verbazing in de andere vallen. Bijvoorbeeld dat een stadsdeel beslist over de bouwvergunning voor een gebouw van nationaal belang. Ortiz nu: „In Spanje is er voor de uitbreiding van het Prado door architect Rafael Moneo nota bene een speciale wet aangenomen.” Dit ‘parlementaire decreet’ uit 1995, het eerste in zijn soort in de Spaanse geschiedenis, zorgde ervoor dat het project door kon gaan ondanks veranderingen in de Spaanse politiek.

Hij vertelt dat hij op een van de vele vergaderingen iemand uit de buurt hoorde zeggen, dat het Rijkmuseum ‘gewoon huisnummer zoveel op de Stadhouderskade is’. „Dat is een misvatting”, zegt hij in een van de weinige momenten dat hij zich enige stelligheid permitteert. „Dit is het nationale museum, dat kun je niet behandelen als zomaar een gebouw. De buurtbewoners moeten niet vergeten dat hun woningen en winkels juist dankzij dat museum flink in waarde toenemen.”

Het ontwerp voor

het Nieuwe Rijksmuseum behelst behalve het entree ook een ateliergebouw, een studiecentrum, het Aziëpaviljoen en het infocentrum. In de film van Hoogendijk is goed te zien hoe in de loop van de tijd het studiecentrum flink hoog begint, dan weer kleiner wordt, dan weer groter, om tenslotte klein te eindigen. Binnen het museum spraken medewerkers over „the incredibly shrinking study center”. „Het studiecentrum zat niet in de oorspronkelijke opdracht”, vertelt Ortiz. „Het kwam er later bij toen het museum ontdekte dat het ruimte nodig had als toegang tot de nieuwe bibliotheek en voor het depot. Dat hebben we nu opgelost door het depot ondergronds te maken, ook al is dat een duurdere oplossing.” Het verkleinen van het studiecentrum was vooral een esthetische beslissing, zegt hij. „Dat was op dat moment vervelend, maar ook wij vinden dat de verhouding tussen de twee nu beter is. Het had immers die hoogte gekregen omdat het letterlijk een opstapeling was van functies. Er is altijd een zeker proces van erosie als je ideeën de stap maken van individueel naar collectief, en soms worden ze er beter van.”

Veel van de mensen met wie Cruz en Ortiz de afgelopen acht jaar hebben samengewerkt, zijn intussen weg: de voorzitter van het stadsdeel, de Rijksbouwmeester, projectleiders, museumconservatoren, zelfs de museumdirecteur. Ortiz: „De Leeuw heeft altijd gezegd dat hij in 2008 zou weggaan. Hij dacht dat het dan klaar zou zijn, en hij heeft ook gezegd dat hij vond dat zijn taak was volbracht. Maar ik begrijp mensen niet die tijdens een dergelijk project weggaan omdat ze zich dat van tevoren hebben voorgenomen. Dat moet iets Nederlands zijn, dat het leven zich helemaal volgens plan moet afspelen. Anderen die daarna halverwege het project binnenkomen hebben niet dezelfde relatie met het gebouw.”

Maar ze hebben ook sterke figuren in het museum meegemaakt, haast hij zich te zeggen, zoals de conservator van het Azië-paviljoen die zich met overgave bezighoudt met het ontwerp voor ‘zijn’ afdeling. In Oeke Hoogendijks film vertelt hij hoe hij een paar dagen thuis ging zitten om het helemaal te doorgronden en voor zichzelf ook de maquette nabouwde.

De Leeuw had de naam een moeilijke man te zijn, maar Ortiz zegt daar geen last van te hebben gehad. „Hij was heel goed op de punten die hem echt interesseerden, en hij was uitstekend in het werven van sponsors. Ik heb de indruk dat zijn opvolger Wim Pijbes zich meer met het héle proces bezighoudt.”

In Nederland, hebben ze gemerkt,

is het nooit duidelijk wie beslist. Je dénkt dat er een besluit is, maar om onnavolgbare redenen blijkt dat dan niet zo te zijn. In een onvergetelijke scene in de film zegt Antonio Ortiz als de welstand het hele plan onverwachts tegenhoudt: „Dit proces waarin niemand verantwoordelijkheid wil nemen, is too Dutch for me.” Maar op weer andere momenten hebben ze moeite met de eigengereidheid waarmee directeur De Leeuw beslissingen naar zich toe trekt, bijvoorbeeld over het studiecentrum naast het hoofdgebouw. „Iemand moet hem vertellen dat hij niet als enige hierover kan beslissen op basis van zijn persoonlijke smaak!” zegt Cruz tegen de projectleider. „Hij verschuilt zich achter anderen, maar hij beslist.” Die projectleider is inmiddels ontmoedigd vertrokken, en diens opvolger ook.

Terugkijkend op de gang van zaken zegt Ortiz nu: „Nederland staart zich blind op bijzaken. In Spanje kijkt de opdrachtgever naar de grote lijn. Als je die als architect goed hebt opgelost, nou, dan zal de rest ook wel in orde komen. In Nederland zegt nooit iemand ja of nee, men kijkt naar de kleine problemen daaromheen en wil dat je die eerst allemaal oplost. Maar als je alleen op de details let, gaat dat ten koste van de kwaliteit van het groter geheel.”

De Spanjaarden hebben gemerkt hoe sterk de sociale controle hier is. Antonio Cruz: „Die behoedt je voor catastrofen, maar ook voor hoogtepunten. Als je iedereen gelukkig wilt maken hou je een middelmatig plan over.” Het duidelijkste voorbeeld van die sociale controle was de Fietsersbond, die zich verzette tegen het mengen van fietsers en voetgangers bij de entree. Overigens delen niet alle museumbezoekers de kritiek van de Fietsersbond. Op de site van het museum schreef ene David Bell begin dit jaar: „Hebben de fietsers niet altijd de tunnel als doorsteek gebruikt? Ik weet zeker dat het in de toekomst niet gevaarlijker voor voetgangers wordt dan het al was.”

Even flakkert bij Ortiz de frustratie van toen weer op. „De Fietsersbond voerde campagne onder het motto ‘Red de passage’. Dat was demagogisch, want de passage was nooit in gevaar: er zat altijd al een fietspad in het plan. Dat is de macht van een politiek correcte minderheid.”

Cruz leunt achterover en filosofeert: „Wij zijn geen dichters die in afzondering werken, wij zijn architecten. We hebben te maken met grote, dure gebouwen voor veel mensen. Dat is een zeer veeleisend proces, maar we mogen de sociale werkelijkheid van ons vak niet vergeten en dat willen we ook niet.”