Geen duimbreed toegeven

Het is dit jaar 150 jaar geleden dat Nobelprijswinnaar Knut Hamsun geboren werd. Zijn heruitgegeven roman ‘Mysteriën’ spreekt nog altijd tot de verbeelding.

Knut Hamsun, 1944 Foto AP/Scanpix Norway **ADVANCE FOR SUNDAY MARCH 1** ** FILE ** This is a July 20 1944 file photo of Norwegian author Knut Hamsun. Some 15 years ago, sculptor Skule Waksvik started work on a statue of 1920 Nobel Literature Prize winner Knut Hamsun, a Norwegian who was adored by his countrymen for his writing but despised for supporting the Nazis during World War II "No one wanted it," said Waksvik. "I threw it away." The idea of honoring Hamsun, reviled as a traitor after 1940-45 Nazi occupation of Norway, stirs angry debate here, 57 years after his death on Jan. 19, 1952. Hamsun supported Norwegian traitor Vidkun Quisling and his collaborator government, gave his Nobel medal to Nazi propagandist Joseph Goebbels in 1943 and wrote an obituary praising Adolf Hitler in 1945 . (AP Photo / Scanpix Norway) ** NORWAY OUT NO SALES ** AP

Knut Hamsun: Mysteriën.De Geus, 317 blz. € 19,90

Op een zomeravond in juni, eind 19de eeuw wordt er in een klein stadje aan de kust van Noorwegen gevlagd. Zojuist is bekend geworden dat juffrouw Kielland, dochter van de plaatselijke dominee, zich heeft verloofd. Het dek van een passerende stoomboot biedt een uitstekende blik op het schouwspel. Een man in een opvallend geel pak met een grote fluwelen hoed komt aan wal. Hij reist met twee koffers en een vioolkist.

Knut Hamsuns roman Mysteriën (1892) is gecomponeerd rond deze merkwaardige bohémien genaamd Johan Nilsen Nagel. Het boek verscheen twee jaar na Hamsuns doorbraak Honger en behandelt het thema van de eeuwige wandelaar, de zwervende vreemdeling die zich opdringt aan een landelijke gemeenschap. Een thema dat vaker terugkeert in het werk van Hamsun (pseudoniem voor Knut Pedersen 1859-1952).

Nagel neemt zijn intrek in het plaatselijk hotel, eet zwijgend zijn maaltijden en maakt nachtelijke omzwervingen in het bos, overdag ligt hij op bed. Hij geeft zich uit voor agronoom, landbouwkundige, en verklaart te zijn gekomen om een stuk land te kopen, maar hij onderneemt niets. Hij is er gewoon. In het stadje ontstaan al snel praatjes. Bent u zakenman? Bent u bereisd? Speelt u viool? Heeft u verstand van transport? Bent u liberaal? Op alle vragen komen ontkennende antwoorden.

Nagels interesse wordt pas gewekt als hij hoort van ene Karlsen, een begaafde jongeling die, afgewezen door Dagny Kielland, de hand aan zichzelf slaat. Over deze ‘kwestie’ hoort hij de dorpsgek Minuut uit, met wie hij bevriend raakt.

Nagel besluit te blijven. Bij bewoners van alle rangen en standen klopt hij aan voor een praatje. Hij haalt doorlopend twijfelachtige herinneringen op of vertelt over zijn dromen. Soms geeft hij zich over aan een ‘monologue interieur’ waarin hij hierover reflecteert. Door deze techniek kan Hamsun doordringen tot de diepste zieleroerselen van zijn hoofdpersoon. Daarin slaagt hij zo goed, dat hij vaak in één adem genoemd wordt met de Weense schrijver Arthur Schnitzler, en gezamenlijk werden ze door Freud zijn ‘psychische tweeling’ genoemd.

Autobiografisch

Net als in Honger moest de hoofdpersoon geen ‘type’ zijn maar ‘een individu’, een overgevoelig mens waarvan Hamsun de ‘psychofysische’ uitingen tot in het kleinste detail onder woorden wilde brengen. Dit vereiste een nieuwe stijl: associatief, suggestief en expressief. Honger is, anders dan Mysteriën, autobiografisch. De ik-figuur beziet zijn hongerdelirium en zijn wanhopige pogingen om als schrijver te leven afstandelijk, met galgenhumor, maar ook betrokken, in de ban van wisselende gemoedstoestanden. In beide boeken is het een meisjesfiguur (juffrouw Kielland in Mysteriën, Ylajali in Honger) die de hoofdpersoon buiten zichzelf brengt.

Uit de brieven die Hamsuns zoon Tore publiceerde, blijkt dat Hamsun soms hele hoofdstukken van zijn boeken – in dit geval hoofdstuk twee van Honger – niet beschouwde als een romanhoofdstuk maar als een analyse. De verwevenheid van het werk en de kunstenaar is bij Hamsun sterk. Als buitenstaander begonnen en geëindigd, schreef Hamsun over buitenstaanders, al dan niet zoekend naar hun plek in de maatschappij, maar zonder te buigen voor de absurde maatschappelijke orde.

Evenals Hamsun is Nagel in Mysteriën niet uit op status of rijkdom. Hij blijft voor de gemeenschap een mysterie. Zijn enige interesse is zijn niet aflatende verwondering voor mensen los van hun maatschappelijke positie: ‘De wereld zegt dat die en die verstandige man en vrouw zoiets nooit zouden doen en daaruit volgt dat het waanzin is het wel te doen. […] De wereld weet niets, neemt alleen als gegeven aan.’

Nagel weigert een sociale rol aan te nemen. Hij wil zijn overtuigingen niet baseren op de mening van de goegemeente. Niet napraten, maar nadenken. Op een feestje laat Hamsun Nagel uitleggen wat een groot man is in de vorm van een keuze: ‘Als ik u de keuze geef tussen bijvoorbeeld Leo Tolstoj, Jezus Christus en Immanuel Kant, dan moet u goed nadenken voordat u de juiste kiest. […] Volgens mij is niet hij de grootste die het best iets aan de man heeft kunnen brengen, ook al veroorzaakt hij altijd de meeste soesa in de wereld. Nee, de stem van mijn bloed zegt dat hij de grootste is die de meest fundamentele waarde aan het bestaan heeft toegevoegd, de meest positieve profijt.’

Twee zaken zijn van belang in deze sleutelpassage. De keuze die Hamsun hier bij monde van Nagel aan de lezer voorlegt is de keuze tussen het schone (Tolstoj), het goede (Jezus) en het ware (Kant). En dwars tegen de gewoonte van de tijdsgeest in kiest hij voor het goede. Dus niet voor ‘voor de eeuwige waarheid van Kant die de mysteriën van het bestaan juist teniet deed met zijn rationele kentheorie en niet voor warhoofd’ Tolstoj met zijn ‘maatschappelijke praatjes’.

Ook van belang is dat hij de grootsheid van de Grote Man scheidt van wereldlijk succes. ‘Nee, ik heb überhaupt geen hoge pet op van het vermogen iets aan de man te brengen, te colporteren, dat puur formele talent altijd goed gebekt te zijn.’

Slim

Dit is de sleutel voor wie greep wil krijgen op zowel het personage Nagel als op Hamsun zelf. Hij was geen handelaar, iemand die verlangens van mensen kan richten, om er zelf beter van te worden. Zo iemand is slim maar niet groot. De werkelijk grote mannen verkopen niets, ze laten dingen gebeuren. De maatschappij zal het niet begrijpen, maar de maatschappij verbaast zich over alles waar geen prijskaartje aan hangt. Ook Hamsun bleef zijn critici nog lang na zijn dood verbazen. Evenals Nagel accepteerde Hamsun de sociale hiërarchie niet. Niet toen hij succes had, noch toen ieder zich van hem afkeerde.

Het lijkt niet toevallig dat juist in een tijd van crisis een schrijver als Knut Hamsun weer komt bovendrijven. Het geheim op de bodem van de roman Mysteriën is het inzicht dat ieder mens duizend keer meer is dan zijn of haar maatschappelijke functie. Daarom heet het boek Mysteriën en niet ‘Mysterie’.

Daarom ook is Hamsun vooral een schrijver voor jonge mensen die hun plek in de maatschappij nog niet gevonden hebben. Voor hen gaat er een verbeten troost uit van zijn proza. In een ‘monologue intérieur’ tegen het einde van het boek is het dan ook evenzeer de schrijver als Nagel die aan aan het woord is: ‘Ik zet mijn tanden op elkaar en blijf erbij omdat ik gelijk heb: ik blijf als enige helemaal in mijn eentje pal tegenover de hele wereld staan zonder ooit toe te geven; soms, op bepaalde momenten, vermoed ik het eindeloze verband tussen bepaalde dingen. En ik heb er steeds iets aan toe te voegen wat ik vergeten was, ik geef geen duimbreed toe.’

    • Leonhard de Paepe