Een Engels geheim

Zomer is volheid. Als volheid een woord is wat wel niet zal. Maar toch is het zo: de bomen staan vol in blad, de grassen en granen zijn hoog en weelderig, de bloemen die bloeien, lang zoveel niet als in het voorjaar, zijn volle bloemen (denk aan de dahlia, allitereer ik maar even), de zomer heeft, om zo te zeggen, iets zelfverzekerds. Zelfvoldaan zou je ook kunnen zeggen. Groot en dik en vol.
En die goede tijden die zijn nu! (Hier moet trompetgeschal klinken.)

Je merkt het ook op de markt: overvloed. Behalve de biologisch geplukte handsperziebonen zakken alle groenten in prijs, want ze zijn er gewoon, volop. Fruit ook, volop. Soms wel raar, iedereens frambozenstruiken zijn zo’n beetje uitgeproduceerd (straks komen de herfstframbozen aan de andere struiken) en juist nu liggen in de winkels en op de markten grote bakken frambozen.
Onthoud dat.

Dan gaan we nu even naar Engeland.
Engeland is tegenwoordig wel bekend om zijn chefs, van Pietje Precies Heston Blumenthal tot prop-het-erin en smijt-het-in-de- oven Jamie Oliver, maar de Engelse keuken volgen we toch liever niet. Die heeft niet de reputatie navolgenswaard te zijn. Dus geen internationale triomfen voor kip met muntsaus, rosbief met Yorkshire pudding of steak and kidney pie. Dat is soms jammer. Vooral van die steak and kidney pie. Toch krijg je die nog wel eens, in ieder geval hebben we er weet van. Maar zeer jammer is het van een echt Engels zomergeheim: summerpudding.

De eerste keer dat ik het kreeg, was van een Engels georienteerde vriendin die verklaarde dat ze uitsluitend eetuitnodigingen had verstrekt teneinde deze pudding te kunnen maken (die strikt genomen geen pudding is, want er komen geen melk, room of eieren aan te pas, maar Engelsen noemen nu eenmaal elk toetje ‘pudding’). Dat schiep verwachtingen. En ik moet zeggen, die werden volledig ingelost.

Summerpudding is een reden om mensen te vragen om bij je te komen eten.
De pudding bestaat voornamelijk uit frambozen, aangevuld met wat rode bessen, of, voor wie wil, aardbeien of zwarte bessen en witbrood. Dat is eigenaardig, maar zo is het nu eenmaal. Het blijven Engelsen.
Liggen er dus volop frambozen op de markt, aarzel niet.

Summerpudding (voor vier personen)

  • 1 pond frambozen
  • 125 g rode bessen
  • 125 g suiker
  • ½ witbrood van een dag oud
  • evt. 1/8 slagroom

Kook de frambozen en de bessen 2 tot 3 minuten met de suiker, geen water toevoegen. Bekleed een souffleschaal, of een andere niet te wijde, diepe schaal, met het brood, korstjes eraf. Het brood moet helemaal aansluiten, zonder kieren, want dan loopt het fruitsap daardoor heen.
Vul de schaal met fruit, houd een klein kommetje sap achter, en bekleed het fruit van boven ook weer met wittebrood. Zet er een bord op of iets anders dat precies past, zodat het een beetje aangedrukt wordt en zet het een nachtje in de ijskast.

Stort de pudding op een diep bord, giet het achtergehouden sap erover en serveer (bijvoorbeeld na die dragonkip van gisteren, wil me nergens mee bemoeien, maar dat zou echt een prima dinertje zijn). Zet er eventueel een kom geslagen, vrijwel ongezoete room bij op tafel, maar dat hoeft niet, deze pudding is geweldig zoals-ie is.