De Hoop Scheffer

Voordat hij tien dagen geleden werd geveld, was secretaris-generaal De Hoop Scheffer enthousiast bezig aan een afscheidstournee binnen de NAVO, de alliantie die in 1949 is opgericht door slechts 12 landen en zestig jaar later is uitgedijd tot 28 lidstaten. De ex-minister van Buitenlandse Zaken was, na Stikker (VVD, 1961-1964) en Luns (KVP, 1971-1984), de derde Nederlander die deze topfunctie bij de NAVO vervulde. Geen ander land heeft zo lang een stempel kunnen drukken op de ambtelijke organisatie van het bondgenootschap. Maar anders dan deze voorgangers, die opereerden in de relatief heldere dichotomie van de Koude Oorlog, diende De Hoop Scheffer diplomatiek veel behoedzamer te laveren.

Toen hij in 2004 aantrad, moest hij leiding geven aan een alliantie die door de oorlog in Irak was verscheurd. Tegelijkertijd moesten nieuwe bondgenoten, die door hun verleden in het voormalige sovjetkamp a priori wantrouwen jegens Moskou koesteren, worden geïntegreerd zonder rancuneus Rusland onnodig voor het hoofd te stoten.

De afgelopen vijf jaar is de dialoog verbeterd. De rentree van Frankrijk in het politieke gremium van de organisatie staat daarvoor symbool. De NAVO is nu weliswaar niet meer zo in het ongerede als in 2003 maar weet nog altijd niet goed raad met haar identiteit. Die dubbelzinnigheid is, politiek gesproken, de erfenis van De Hoop Scheffer.

Zelf heeft de Nederlander daar op de valreep geen geheim van gemaakt. In een toespraak op 7 juli in Brussel zei hij: „We hebben bescheiden vooruitgang geboekt maar niet genoeg”. Met deze rede opende hij een speciaal seminar dat uiteindelijk moet leiden tot een nieuw ‘strategisch concept’ voor de NAVO.

Het huidige dateert uit 1999. Kortom, uit een tijd waarin Oost en West nog op zoek waren naar het ‘vredesdividend’ dat na de Koude Oorlog zou worden uitgekeerd en het al sluimerende ressentiment tegen de nieuwe wereldorde nog niet zo grootschalig terroristisch of gewelddadig vorm had gekregen.

De NAVO beseft dat ze nu niet eenzijdig een monopolie op vrede en veiligheid kan opeisen. „De belangrijkste wereldmachten in de 21ste eeuw zijn Amerika, Europese Unie, Rusland, China, India, Brazilië en Zuid-Afrika”, aldus De Hoop Scheffer eerder deze maand. Bovendien heeft het Westen zich economisch in de vingers gesneden. „De immense begrotingstekorten maken het voor de regeringen moeilijker om lange en dure buitenlandse interventies en missies te onderhouden”, erkende hij toen. Dat is, uit de mond van De Hoop Scheffer, een harde diagnose.

Zeker. Als het erop aankomt heeft de secretaris-generaal van de NAVO weinig greep op dit soort majeure strategische kwesties. Uiteindelijk is hij vooral een functionaris, wiens (on)macht wordt begrensd door de lidstaten, de Verenigde Staten voorop. En binnen die smalle grenzen heeft De Hoop Scheffer geen grote fouten gemaakt.

Maar iets minder koudwatervrees voor openlijke politiek zou zijn ambtsperiode wel meer cachet hebben gegeven.