CDA: dna afstaan bij klein vergrijp

Regeringspartij CDA vindt dat meer mensen verplicht moet kunnen worden DNA af te staan. Volgens het Tweede Kamerlid Cisca Joldersma van deze partij is het gebruik van DNA-materiaal bij het oplossen van misdrijven dermate succesvol gebleken, dat deze methode grootschaliger moet worden toegepast.

Zij zei dit gisteren in het televisieprogramma Eén Vandaag, naar aanleiding van het nieuws dat met behulp van DNA-onderzoek deze week in zowel een moordzaak uit 1991 als uit 1994 een verdachte is aangehouden. Het gaat hierbij om de moord op de 8-jarige Semiha Metin in Deventer en de moord op de 72-jarige Fieny Wouters in Heerlen. De verdachten konden worden opgespoord omdat DNA-materiaal dat was aangetroffen op de plaatsen van het misdrijf en dat was opgeslagen in de landelijke databank, overeenkwam met het DNA van de personen die onlangs in verband met een ander misdrijf waren aangehouden.

Nu zijn verdachten nog slechts in een beperkt aantal gevallen verplicht genetisch materiaal af te staan. Het betreft zedendelinquenten en verdachten van misdrijven waarop een gevangenisstraf van minimaal vier jaar staat. Het genetisch materiaal wordt beheerd door het Nederlands Forensisch Instituut in een databank. Op dit moment beheert het instituut het DNA-profiel van 80.000 personen en zijn daarnaast 40.000 sporen opgeslagen. Zodra een spoor overeenkomt met dat van een persoon is er sprake van een match. Dat was deze week dus tot twee keer toe het geval.

Het CDA vindt nu dat in meer gevallen gebruik moet kunnen worden gemaakt van DNA-onderzoek, wat betekent dat meer mensen verplicht worden genetisch materiaal te laten afnemen. Kamerlid Joldersma denkt hierbij aan winkeldieven, exhibitionisten en mensen uit de drugshandel. „Neem een hennepteler. Die komt er nu vaak met een taakstraf van af. Wie weet zit hij in de georganiseerde misdaad. Als je zijn DNA te pakken hebt, heb je hem ook eerder te pakken”, zei zij gisteren in Eén Vandaag.

In hetzelfde programma zei een medewerker van het Forensisch Instituut dat wekelijks zestig nieuwe matches worden gevonden tussen een spoor van een misdrijf en van een persoon afgenomen DNA-materiaal. In de databank is nog voldoende ruimte voor de opslag van meer gegevens. Voor het verruimen van de mogelijkheden gebruik te maken van DNA-materiaal is een wetswijziging nodig.