'Bederver' van het Duitse theater

Necrologie

Peter Zadek hervormde het Duitse theater met zijn enerverende regies van Shakespeare en Tsjechov.

Foto AFP (FILES) - A file photo taken on December 14, 2000 shows German director Peter Zadek and actress Eva Mattes posing in Bobigny, Paris, prior to the rehearsal of William Shakespeare's tragedy Hamlet, directed by Zadek as part of the 29th edition of Paris Autumn Festival. The legendary German theatre and film director Peter Zadek has died aged 83, the Austrian news agency APA reported on July 30, 2009. AFP PHOTO/MANOOCHER DEGHATI AFP

Regisseur Peter Zadek, een van de grote hervormers van het naoorlogse Duitse theater, is gisteren op 83-jarige leeftijd in zijn geboortestad Hamburg overleden. „Zadek heeft het Duitse theaterleven vormgegeven en veranderd,” zei de Duitse minister Bernd Neumann (Cultuur). De Berlijnse burgemeester Klaus Wowereit noemde de dood van Zadek: „een groot verlies voor de internationale theaterwereld en ook voor zijn thuisstad Berlijn.”

Na enkele provocerende regies in de jaren zestig vestigde Zadek zijn naam begin jaren zeventig in Bochum met een serie nuchtere, losse Shakespeareregies: met zijn houtje-touwtje verkleedkistvorm bevrijdde hij diens stukken in Duitsland uit een gewichtige, gestileerde Duitse traditie.

In Koning Lear (1974) zat dochter Cordelia op schoot bij de oude koning in een roze tutu. In Duitsland, zo betoogde hij, wortelt het theater te veel in de universiteit en te weinig in het circus. Zadek geloofde in het „kinderlijke” van het theater. Tot de hoofdzondes van het Duitse kunsttheater beschouwde hij de weerzin tegen amusement. Liefkozend noemde de Duitsers hem ‘De bederver’, omdat hij traditie, illusies en schone schijn ontluisterde.

Zadek werd geboren op 19 mei 1926 als zoon van een joodse kleermaker en hij emigreerde met zijn ouders naar Londen na de machtsovername van de nazi’s in 1933. Hij kreeg les bij het Old Vic theater, en op zijn 21e maakte hij na de oorlog hij zijn eerste regie: Salome van Wilde. Ook regisseerde hij daar in 1957 Het balkon van Jean Genet, dat enige ruchtbaarheid kreeg omdat de Franse schrijver zijn ongenoegen over de enscenering kenbaar maakte door op een repetitie Zadek te bedreigen met een vuistvuurwapen.

In 1958 keerde Zadek terug naar Duitsland, waar regisseur Kurt Hübner, een trefzekere talentspotter in die tijd, hem onder de arm nam. Samen met Peter Stein, Rainer Werner Fassbinder en Peter Palitzsch creëerden zij in de jaren zestig de ‘Bremer stijl’: Geheel in de lijn van de revolutionaire tijd schopten zij met experimentele regies het bourgeoispubliek tegen de schenen, en trokken een nieuw, jong publiek. Shakespeares Maat voor Maat (1967) werd bij Zadek een pop art revue.

Tot zijn beroemdste regies horen Othello in 1976 – waarin de Moorse generaal zijn vrouw Desdemona naakt over een waslijn gooit – en het Shoah-stuk Ghetto van Sobol in 1984. Over de eerste lezing van dat stuk zei hij: „Het was alsof ik een brief van thuis kreeg.”. Weerstand riep hij ook op, bijvoorbeeld door De koopman van Venetië, waarvan hij vier versies maakte. Hij werd beschuldigd van antisemitisme omdat hij de joodse woekeraar Shylock als een stereotype joodse schurk neerzette.

Behalve met een lange reeks Shakespeares is Zadek ook bekend geworden met subtiele Tsjechovs en Ibsens en met de eerste opvoering van de oerversie van Wedekinds Lulu (1988). Toen hij na jaren freelancen in 1985 in Hamburg intendant werd, trakteerde hij de plaatselijke elite op de rockopera Andi, over de moord op een hangjongere, met industriële geluidsmuren van postpunkgroep Einstürzende Neubauten.

Op het Holland Festival van 1998 maakte zijn melancholische regie van Tsjechovs Kersentuin veel indruk. „Een choreografie van de wanhoop,” noemde deze krant die voorstelling: „Geluk en pijn, afscheid en verstrooiing verweeft Zadek met elkaar tot een adembenemende eenheid. Elke scène, elk gebaar, elke beweging is exact en trefzeker. Zadek heeft een scherp oog voor wat mensen in al hun kleinheid beweegt; dat ze eenzaam zijn en dat ze desperaat proberen die eenzaamheid te ontlopen.”

In zijn latere regies was de bevrijdende werking van zijn vroegere werk soms ook zoek: lange, loodzware opvoeringen, zoals die van Shakespeares Antonius en Cleopatra, waarmee hij in 1994 op het Holland Festival stond. Berucht waren de torenhoge gages die hij vroeg, en de eindeloze repetitieperiodes die hij nodig had. Zijn laatste regie ging eerder dit jaar nog in Zürich in première, de komedie Major Barbara van Bernard Shaw.