Baskische terreur door steeds kleinere groep

De aanslagen van de laatste dagen verhullen dat de Baskische afscheidings- en terreurbeweging ETA de afgelopen jaren is verzwakt.

De ETA stuurde vijftig jaar geleden een brief naar de toenmalige Baskische regioregering in ballingschap. In Spanje worden de terreuraanslagen van de afgelopen dagen gezien als een viering van dit jubileum. De Baskische afscheidingsbeweging – de oudste nog bestaande politieke terreurorganisatie in Europa – leeft nog steeds en is in staat hard toe te slaan, zo lijkt haar verjaardagsboodschap.

De vijftigjarige is taai, maar niet gezond. „De statistieken tonen dat de ETA steeds minder in staat is om aanslagen te plegen”, zegt de Baskische ETA-specialist Florencio Domínguez. „Vorig jaar besloot ETA door te gaan met het geweld. De tactiek is een aantal aanslagen achter elkaar te plegen om indruk te maken. Maar de slagkracht neemt af.”

Effectiever politieoptreden – de afgelopen jaren werd tot vier keer toe de nieuwe leiding opgepakt – heeft de beweging verzwakt. „Maar je hebt maar een kleine groep nodig om terrorisme vol te houden”, zegt Domínguez. Hij schat de harde kern van de ETA op zo’n honderd man. Twintig tot dertig nieuwe terroristen per jaar rekruteren, is genoeg om het geweld vol te houden.

Eind 1958 richtten studenten in Baskenland de ETA op. Euskadi Ta Askatasuna staat voor ‘Baskenland en Vrijheid’: gewapenderhand en geschoeid op marxistisch-leninistische leest moest de natiestaat Groot-Baskenland worden gevestigd. Het streven werd gesteund door jonge Baskische priesters.

Na de eerste aanslag in 1961 op een trein met Franco-veteranen reageerde het Franco-regime met bruut geweld tegen de ETA. Dat leidde tot sympathie bij links in Spanje, dat de beweging zag als een rechtvaardige strijd tegen de onderdrukking. De spectaculaire aanslag eind 1973 op admiraal Carrero Blanco, de gedoodverfde opvolger van Franco, oogstte bewondering, ook elders in Europa.

Met de dood van de dictator begon de neergang van de beweging. Spanje werd een democratie, Baskenland een regio met vergaande onafhankelijkheid. ETA-gevangenen kregen amnestie. Veel ETA-leden van het eerste uur zworen het geweld af, maar binnen de ETA won de tak die de strijd wilde voortzetten als middel om het Groot-Baskenland af te dwingen.

In 1980, vijf jaar na de dood van Franco, pleegde de ETA een record aantal aanslagen met een totaal van bijna honderd doden onder politie, militairen en politici. Politieke kleur deed er niet meer toe: alles wat de Baskische staat in de weg stond, werd opgeblazen of met een nekschot afgemaakt.

Ook in eigen kring kreeg het geweld een centrale rol: in 1986 werd Dolores González Catarain, een voormalige ETA-leidster die de beweging vol walging had verlaten, als verraadster voor de ogen van haar zoontje doodgeschoten.

Het mengsel van heilsgedachten waar de beweging uit was ontstaan – nationalisme, communisme en katholicisme – vormt een hechte basis voor de ‘religieuze’ manier waarop ETA opereert, aldus de van oorsprong Baskische politicoloog Antonio Elorza. „ETA heeft alle kenmerken van een totalitaire beweging”, schrijft hij. Het geweld werd daarbij een doel op zich. Afpersing, onder de noemer van ‘revolutionaire belasting’, en de straatterreur door jonge ETA-sympathisanten gaven de beweging steeds maffia-achtige trekjes.

De hardnekkigheid waarmee de ETA blijft bestaan is volgens veel niet-nationalisten te wijten aan de houding van de opeenvolgende regioregeringen van de Baskisch-nationalistische partij PNV. Deze streeft eveneens naar afscheiding, maar is principieel geweldloos.

„Sommigen schudden aan de boom, anderen rapen de noten op”, werd een bekende uitspraak van Xavier Arzalluz, de man die gedurende lange tijd zijn stempel drukte op deze ‘gematigde’ nationalistische partij. Zijn partij kwam het afgelopen decennium met steeds nadrukkelijker eisen voor een afsplitsing van Baskenland.

„De ETA voelt zich hierdoor moreel nog steeds sterk”, zegt Domínguez. „Zij ziet de radicalisering van de gematigde nationalisten als hun succes.” In de twee miljoen inwoners tellende regio Baskenland schat hij de sociale aanhang van de beweging op zo’n 120.000 personen. De harde kern bevindt zich vooral in dorpen op het Baskische platteland. „De sociale controle binnen deze wereld is sterk”, verklaart Domínguez.

De nieuwe regioregering onder leiding van de socialist Patxi López heeft de strijd aangebonden met het goedpraten van het geweld. In Baskische scholen, waar onder het nationalistische bewind de boodschap van een onafhankelijk Baskenland er nadrukkelijk werd ingehamerd, wordt het lesmateriaal herzien. Het publieke vertoon van ETA- posters en de huldiging van ETA-gevangenen wordt aangepakt. Het zijn stappen die op termijn hun vruchten moeten afwerpen, denkt Domínguez. „Onder de Baskische jongeren vindt nu nog vijftien procent het geweld gerechtvaardigd. Dat is een gegeven waar je niet om heen kan.”