Agent tikt van monitor over, maakt printje en faxt dat

Agenten klagen massaal over het computersysteem waarmee ze moeten werken. Tijdens een avonddienst in Eindhoven blijkt waarom. „Een bedrijf was allang failliet geweest.”

Eerlijk is eerlijk: het systeem werkt best goed. Het is alleen zo omslachtig. En totáál niet gebruiksvriendelijk. Waarom moet je dezelfde informatie steeds opnieuw invoeren? Kan dat niet gewoon automatisch van het ene naar het andere systeem worden gekopieerd? Sommige handelingen zijn zo onlogisch dat agenten, na ruim een half jaar met dit systeem te hebben gewerkt, nog niet weten hoe het precies zit. Puur uit onkunde, niet uit onwil. De telefonische helpdesk, waarvan „iedereen het nummer uit zijn hoofd kent”, is inmiddels gesloten: alle politieagenten behoren nu met ‘BVH’ (Basisvoorziening Handhaving) te kunnen werken.

Een dag op pad met twee agenten van het korps Brabant-Zuid-Oost om te zien hoe bureaucratisch het politiewerk is. Vorige week bleek namelijk uit een onderzoek van de SP dat agenten massaal klagen over het nieuwe computersysteem waarmee zij moeten werken: 91 procent van de ondervraagden zegt dat de BVH niet gebruiksvriendelijk is en niet snel werkt. Door alle papieren rompslomp zijn agenten bovendien minder op straat. En dat frustreert.

Brigadier Eelco Kanters (37) en hoofdagent Jalal Barta (31) vertellen honderduit over de softwareprogramma’s waarmee zij moeten werken. Vroeger had niet ieder politiekorps hetzelfde systeem. Je had Xpol, BPS en Genesys. Eind vorig jaar zijn die allemaal vervangen door de BVH, die ook wel gekscherend „Bureaucratie voor Handhavers” wordt genoemd. Daarin kunnen agenten meldingen registreren en aangiftes verwerken. Het nieuwe systeem is eigenlijk Xpol, maar dan in een nieuw grafisch jasje. De agenten die aan Xpol gewend waren, hebben weinig problemen met het nieuwe systeem. In het korps Brabant-Zuid-Oost werd echter BPS gebruikt, vertelt Kanters. Dat was een eenvoudig systeem met een ouderwetse lay-out. „Je tikte in welk formulier je wilde, voerde de gegevens in en dan kwam het formulier eruit gerold. Heel simpel. In het nieuwe systeem loop je vast als je niet alles hebt ingevuld, of als je een fout hebt gemaakt. Dan kun je helemaal van voor af aan beginnen en dat kost veel tijd.” Tijdens de eerste maanden deden agenten achter de balie er geen half uur over om een aangifte in te voeren, maar een uur. Een bordje op de deur waarschuwde voor langere wachttijden.

Genoeg gepraat, de straat op. Kanters en Barta zijn belast met de noodhulp. Zolang zij niets horen uit de meldkamer, surveilleren zij in en rond het centrum van Eindhoven. Het is een rustige dienst. Het tweetal hoeft niet achter opstootjes in de binnenstad aan, want daar is al een extra politieteam wegens de wedstrijd tussen PSV en Cherno More uit Bulgarije. Kanters en Barta krijgen de „minder spannende klussen”: een olievlek op een rotonde en een omgevallen boom op een schuurtje.

Aan het begin van de avond rijden de agenten langs Novadic-Kentron, het centrum voor verslavingszorg. Op de stoep zien zij een bekend gezicht, een 37-jarige man van Antilliaanse afkomst die bekendstaat als veelpleger en drugsgebruiker. De man wordt gezocht voor diefstal van een scooter en gereedschap. Zonder te protesteren gaat hij mee naar het bureau.

Terwijl de verdachte in zijn politiecel zit, voeren Kanters en Barta zijn gegevens in op de computer. Dat gaat al een stuk sneller dan in het begin, vertellen ze. Allebei hebben ze het systeem nu aardig onder de knie. Het fijne aan bekenden van de politie is dat ze eenvoudig te vinden zijn in het systeem. Het is alleen de afhandeling die veel tijd kost. De agenten moeten in allerlei databases zoeken. Vervolgens kunnen de agenten de gevonden informatie wel zien, maar ze moeten het woord voor woord gaan zitten overtikken.

„Als we een bedrijf waren geweest, waren we allang failliet”, zegt de dienstdoende hulpofficier van justitie, Giel de Kimpe. Hij moet nog papierwerk doen, aangezien de verdachte een nachtje in de cel moet blijven. Hij moet de piketadvocaat inlichten, net als het OM en de reclassering. Kanters: „Die formulieren moeten worden uitgeprint en dan gefaxt. Omdat het nu avond is, moeten we het faxnummer van de piketdienst opzoeken. We gebruiken nog net geen rooksignalen om onze boodschap over te brengen. Kan dat nou niet gewoon digitaal?”

Om elf uur ’s avonds, als de dienst van de twee agenten erop zit, moeten zij hun gewerkte uren registreren. Niet verantwoord betekent geen geld aan het einde van de maand. Maar de urenregistratie is heel omslachtig, laat Kanters zien. Vandaag heeft hij noodhulp gedaan, maar dat is geen keuzeoptie. Als hij noodgedwongen surveilleren invult moet hij verantwoorden waarom hij niet heeft gedaan wat hij moest doen. „Om gek van te worden”, zegt Kanters. „En dan willen ze ook nog dat wij onze uren heel precies omschrijven, zodat ze patronen kunnen zien.” Bijvoorbeeld dat om zes uur ’s avonds de meeste diefstallen worden gepleegd. Agenten zoals Kanters en Barta vertikken het om dat allemaal in te voeren. „In het nieuwe systeem kost dat gewoon veel te veel tijd, dus we omzeilen het”, zegt Kanters. „We willen graag zo veel mogelijk op straat zijn.”

Lees het SP-onderzoek op nrc.nl/binnenland