47.555 ondernemers begonnen in de eerste helft van dit jaar voor zichzelf, ondanks de recessie

De crisis weerhoudt mensen er niet van een eigen bedrijf te beginnen. Voor de meesten is ondernemen geen noodzaak.

„Onze vaders zorgden voor de helft van de financiering.” Foto Thomas Donker modezaak vedette, papestraat 19 den haag Donker, Thomas

In de eerste zes maanden van 2009 zijn er 47.555 startende ondernemers bijgekomen, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel (KvK). Dat zijn er iets meer dan in de eerste helft van 2008. Toen waren het er 45.942. Na het eerste kwartaal van 2009 deed de KvK een onderzoek naar starters. Het merendeel van hen blijkt zzp’er te zijn, zelfstandige zonder personeel.

De beweegredenen van de starters om ondanks de crisis een eigen zaak te beginnen zijn ‘onafhankelijkheid’ en ‘waarmaken van een droom’ (met respectievelijk 40 procent en 19 procent). Dit zijn dezelfde beweegredenen die ondernemers vóór de recessie opgaven. Voor slechts 15 procent van de starters blijkt ontslag of reorganisatie de reden te zijn.

Bijna driekwart van de ondervraagden geeft aan last te hebben van de crisis. Vooral het vinden van nieuwe klanten blijkt lastig. Uit de studie blijkt ook dat in het eerste kwartaal van 2009 slechts 5 procent van de starters een financieringsaanvraag indiende bij de bank. Dat komt doordat het merendeel van de zzp’ers geen grote investeringen hoeft te doen om aan de slag te kunnen.

Arjan van den Born is half maart gepromoveerd op een onderzoek naar zzp’ers. Hij stelt vast dat de meeste bedrijven nu niet zitten te wachten op al die freelance ICT’ers, journalisten en adviseurs. „Bedrijven zijn al blij als ze hun eigen personeel aan het werk kunnen houden.”

‘Als we dit overleven, overleven we alles’

Walter Boogers en Willem van de Moosdijk openden in oktober 2008 Weltra in Weert, een bedrijf in lakspuiten en industrieel stralen: de oppervlakte van een laklaag afschuren zodat de lak beter hecht. De eerste maand kende Weltra een vliegende start. Maar eind vorig jaar zakte de markt in. Sindsdien zijn Boogers en Van de Moosdijk vooral bezig het hoofd boven water te houden. „Maar als we deze periode overleven, overleven we alles.”

Boogers werkte dertien jaar als industrieel lakspuiter en wilde altijd al een eigen bedrijf beginnen. Met Van de Moosdijk, een vriend, durfde hij de stap te zetten. Vorig jaar was er in het lakspuiten en stralen nog voldoende werk. Een goed moment dus om een eigen bedrijf te beginnen. De financiering was zo rond, vertelt Van de Moosdijk. „30 procent betaalden we uit eigen middelen. Met de presentatie van een op dat moment realistisch ondernemingsplan, kregen we de rest van de bank.”

Maar eind vorig jaar ging het dus mis. „Niemand zag het op dat moment aankomen”, zegt Boogers. Hij legt uit dat Weltra vooral afhankelijk is van constructiebedrijven, en daar daalde de productie met ongeveer 60 procent. „We spuiten ook meubels, maar ook in die branche gaat het slecht.”

Afgelopen half jaar hebben ze een vaste klantenkring opgebouwd en ze hebben genoeg opdrachten om te overleven. Ook de bank biedt steun, zegt Boogers. „Toen de opdrachten terugliepen, hebben we goede gesprekken gevoerd met de bank. Als we écht in nood zitten, dan zijn ze bereid om extra te investeren.”

‘Er origineel uitzien in crisistijd’

Bernadette de Kroes en Solvej Moleveld runnen sinds december Vedette in Den Haag, een kleine, lichte winkel met hippe bloesjes, laarzen en sinds kort ook motorhelmen. Los van elkaar wilden de vrouwen een modezaak beginnen. Moleveld studeerde styling en werkte in verschillende kledingzaken. De Kroes deed toerisme en werkte als grondstewardess op Schiphol. Ze namen ontslag toen ze het „perfecte” pand vonden. „Begin november vorig jaar hoorden wij dat dit vrij kwam”, vertelt De Kroes. „De week daarna zijn we naar Parijs gereden om inkopen te doen.”

Ze hebben wel even stilgestaan bij de recessie, „maar we zien juist ook mogelijkheden”, zegt Moleveld. „Onze kleding is niet erg duur en mensen willen er toch leuk en origineel uitzien, ook in deze crisistijd.” Vooral de ouders van de vrouwen hadden twijfels of dit het juiste moment was om te beginnen. De Kroes: „Maar we hebben hen weten te overtuigen. Onze vaders zorgden voor de helft van de financiering, de bank voor de andere helft.”

Toch heeft de crisis wel invloed. Op sommige dagen is het erg rustig. „Maar we blijven er in geloven.” Uiteindelijk willen De Kroes en Moleveld graag een eigen kledinglijn. De ontwerpen voor schoenen en tassen liggen al klaar, maar voorlopig is er geen geld voor. Moleveld: „Misschien over een half jaar, als het weer beter gaat met de economie.”

‘Iedereen draait nu minder’

Aan een houten tafel, schuin tegenover de keuken, drinkt René de Jong een espresso. Hij is de eigenaar van het nieuwe restaurant oKay, dat op de hoek van de Entrepothaven in Rotterdam ligt. De afgelopen vijftien jaar werkte De Jong als manager in verscheidene restaurants in en om Rotterdam. Een eigen zaak zat altijd al in de planning, maar er was geen haast, vertelt hij. Pas begin dit jaar werden de plannen concreet. Wegens de recessie kreeg hij bij zijn vorige werkgever opnieuw een jaarcontract in plaats van een vast contract. En toen was hij er klaar mee. „Het was tijd om voor mijzelf te beginnen.”

In januari ging de horecaondernemer op zoek naar een pand. In februari hoorde De Jong dat het restaurant waar hij nu zit vrij zou komen. En in maart kreeg hij de sleutels. Een paar dagen later schoven de eerste gasten aan tafel.

Aan geld komen, was geen probleem. Hij leende het volledige bedrag bij de bank. „Mijn ondernemingsplan werd goedgekeurd en ik had genoeg werkervaring en voldoende privébezit om de financiering rond te krijgen.”

Dat de economische malaise een lastige periode is, had De Jong al gemerkt bij zijn oude werkgever. „Iedereen draait minder, daardoor neemt de concurrentie toe.” Maar toch besloot hij de stap te zetten. „Ik heb wel getwijfeld, maar als je lang twijfelt, wordt het natuurlijk nooit wat.”

‘Klanten werven kost veel energie’

Nancy Brewster is op 1 april begonnen met haar juridisch adviesbureau NBLegal in Hoek van Holland. Haar kantoor aan huis oogt nog wat kaal, maar alle benodigdheden zijn aanwezig: een waterkoker, een smalle overlegtafel en een bureau.

Brewster maakte lange dagen bij het advocatenkantoor waar ze voorheen werkte. Ze had het naar haar zin, totdat ze begin dit jaar last kreeg van haar gezondheid. Brewster moest tijdrovende medische onderzoeken ondergaan. In maart besloot ze dat haar baan niet meer te combineren viel met de ziekenhuisbezoeken. „Ik had meer tijd voor mijzelf nodig.”

Maar Brewster wilde wel blijven werken. Een eigen bedrijf was de oplossing. „Ik kan nu afspraken met klanten maken wanneer het mij uitkomt. En ik kan mijn eigen deadlines stellen.”

Bij haar vorige werkgever was er nauwelijks iets te merken van de crisis. De opdrachten bleven binnenstromen en er was voldoende werk. In haar eigen kantoor merkt Brewster wel iets. Het kost veel energie om klanten te werven. „Sommige bedrijven, maar ook particulieren, zijn huiverig om geld uit te geven aan juridisch advies, ik moet het nu hebben van mensen uit mijn directe omgeving.”

Af en toe mist Brewster haar oude baan, met collega’s lunchen en de drukte van kantoor. Maar de vrijheid van een eigen bedrijf zal ze niet zomaar opgeven. „Ik leer veel en ben niet alleen bezig met het juridische, maar ook met netwerken en de administratie.”