Waarom is Michelangelo's David zo klein geschapen?

Tijdens haar vakantie in Florence bewonderde Sandra de Gier uit Haarlem beroemde beelden uit de Renaissance. Zoals David van Michelangelo. Prachtig, schrijft ze, maar ze vraagt zich af waarom zijn geslacht zo minuscuul is. „Bij de enorme spierbundels steekt het zo onnatuurlijk af.”

Joost Keizer mailt vanuit New York het antwoord. Hij werkt voor Columbia University en bestudeert het beeld uit 1504 al jaren. „Een groot geslacht werd in de Middeleeuwen en Renaissance opgevat als een symbool van een excessief seksuele drift, en dat is nou juist niet wat Michelangelo met zijn David beoogde.” Keizer denkt overigens niet dat iemand in de Renaissance Davids piemel als klein zou hebben ervaren. „Een toeschouwer in die tijd zal het beeld hebben vergeleken met antieke beelden, niet met mensen van vlees en bloed.” Wij hebben de neiging om de kloof tussen kunst en werkelijkheid te laten verdwijnen, maar tijdens de Renaissance deden mensen dat niet.

Het lid van David roept trouwens nog een vraag op. De man die de reus Goliath overwon en later koning van Israël werd, zou volgens de Joodse traditie besneden moeten zijn. Maar Michelangelo spaarde zijn voorhuid. Waarom? Een uroloog wijdde in 1971 een wetenschappelijk artikel aan die vraag. Met een heftige urologendiscussie tot gevolg. Wilde Michelangelo de kerk niet beledigen? Katholieken doen immers niet aan besnijden. Of was Michelangelo niet geïnteresseerd in de anatomie van het menselijk lichaam? Eén uroloog vermoedde dat de kunstenaar gewoon een grap wilde maken.

De verklaring is eenvoudiger, zo schreven Roland M. Strauss en Helena Marzo-Ortega in 2002 in de Journal of the Royal Society of Medicine. Hoewel vrijwel alle bijbelse figuren besneden waren, hadden Renaissance-kunstenaars de gewoonte om de besnijdenis niet te tonen.

Keizer legt uit waarom: „David is niet afgebeeld als een Jood, maar als tijdloze figuur uit het christelijk geloof. Misschien heeft het er ook nog mee te maken dat in die tijd in Florence een fanatieke vervolging van Joden plaatsvond.”

Ernst-Jan Pfauth

    • Ernst-Jan Pfauth