Versplintering van de massamedia

Online of flatline – Een uitweg uit het sterfhuis van de media Auteurs: A. Beishuizen en J. van Bentum Uitgever: Mediata, Amsterdam; 110 pagina’s; 14,95 euro

Mediamores – Over digitale cultuur, bloggende burgers en journalistieke ethiekAuteur: H. BlankenUitgever: Atlas, Amsterdam; 256 pagina’s; 19,95 euro

Online of flatline – Een uitweg uit het sterfhuis van de mediaAuteurs: A. Beishuizen en J. van BentumUitgever: Mediata, Amsterdam; 110 pagina’s; 14,95 euro

Is er toekomst voor massamedia in deze tijden van de iPhone, MSN, Hyves en GeenStijl? Ja en nee. Het schap met recentelijk verschenen boeken van pessimisten lijkt echter beter gevuld dan dat van de optimisten. De Britse auteur Andrew Keen bijvoorbeeld vreest het einde van de kwaliteitsmedia. In The Cult of The Amateur schrijft hij dat de professionele journalistiek wordt overwoekerd door goedwillende amateurs. Ook journalist en schrijver Nick Davies twijfelt aan de toekomst van massamedia. De economische crisis raakt met name dagbladuitgeverijen zo hard, schrijft de Brit in Flat Earth News, dat zij fors moeten bezuinigen op hun redacties. De achterblijvers zijn geen partij meer voor het oprukkende leger van voorlichters en marketingmensen.

Maar optimisten zijn er ook. Misschien niet helemaal in de persoon van de Amerikaan Chris Anderson, die vindt dat papieren kranten geen toekomst hebben. „Ze zijn uren te laat en laten inkt na op je vingers.” Maar de auteur van de bestseller The Long Tail en het vorige week verschenen Free vindt wel dat media (en andere traditionele sectoren) nog voldoende mogelijkheden hebben om te overleven. Deels door informatie gratis te maken, deels door het grote bereik dat ‘gratis’ genereert slim te gelde te maken.

De auteurs van twee Nederlandse boeken die onlangs verschenen over massamedia in een digitale wereld, scharen zich ook onder de optimisten. Henk Blanken, auteur, blogger en adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, schrijft in Mediamores: „Als ik, mes op de keel, zou moeten kiezen tussen het cultuurpessimisme van Keen en het naïeve techno-optimisme van de Google-generatie, kies ik toch voor het laatste.” Massamedia moeten zich volgens Blanken realiseren dat zij niet meer zoals vroeger in staat zullen zijn om de gehele massa te bereiken. Zij moeten zich tevreden stellen met een kleiner bereik. In zo’n niche is plaats voor journalisten als professionals. „Het inzicht dat kleine groepen belangrijker worden, illustreert hoe de massamedia eroderen. Dat proces van versplintering is nog lang niet ten einde.”

In tien informatieve essays behandelt Blanken onder meer de wens van webgebruikers om oude, ‘pijnlijke’ stukken te laten wissen uit online archieven, de juridische status van de hyperlink en de journalistieke code van het Genootschap van Hoofdredacteuren.

Waar Blanken beschrijft hoe de mediaconsumptie verandert in een digitaliserende samenleving en waarom kranten, tijdschriften, radio en tv „geen andere keuze hebben” dan zich aan te passen, illustreren Alex Beishuizen en Johannes van Bentum hoe dit in de praktijk te brengen. De twee vormen de hoofdredactie van Computable, het grootste ICT-vaktijdschrift van Nederland.

Hun ‘uitweg uit het sterfhuis van de media’, zoals de ondertitel van hun boek luidt, hebben zij gevonden door zich primair te richten op internet. Computable is sinds dit voorjaar niet langer een papieren blad met een website, maar in de eerste plaats een site die een wekelijkse samenvatting op papier brengt. Het is volgens de auteurs het eerste traditionele weekblad ter wereld dat door een webredactie wordt gemaakt.

Beishuizen en Van Bentum leggen helder uit hoe zij Computable hebben getransformeerd. Niet alleen door zich te richten op het web, ook door het journalistieke werk strak en efficiënt te organiseren. Redacteuren maken nooit alleen maar een nieuwsberichtje over een bepaald onderwerp, maar concentreren zich op thema’s die meerdere artikelen (van bericht tot analyse en interview) opleveren. Elk type stuk heeft een vaste lengte, zodat het produceren van de papieren uitgave een invuloefening wordt. Computable zal minder last hebben van abonnees die klagen dat zij kopij al eerder (online) hebben hebben gelezen, omdat het vakblad gratis wordt verspreid onder de lezers.

Reacties op (online) artikelen gebruikt de Computable-redactie intensief. „Internet biedt de traditionele journalist waarvoor hij het liefst zou willen wegduiken: feedback”, schrijven Beishuizen en Van Bentum. „De lezer is de echte expert.” In die opmerkingen schuilen nogal wat tevredenheid en optimisme. Onder de lezers van Computable bevinden zich wellicht minder querulanten en beroepsreageerders dan bij algemenere media.

Henk Blanken wijdt in Mediamores een hoofdstuk aan wat ook wel de ‘trollen’ van internet worden genoemd. „Meutevorming – digital lynch mobs – is een veel voorkomend fenomeen dat moeilijker te bestrijden valt dan een bijbelse plaag. Dat heeft slecht één oorzaak. Anonimiteit.”

Blanken geeft enkele voorbeelden van het digitale volksgericht waarmee internetgebruikers iemand razendsnel kunnen afbranden. Zoals een Marokkaans-Arabische columnist van website Spunk.nl overkwam die kritisch had geschreven over Berbers.

Zo’n actie, waarbij je al schuldig bent voordat je bent veroordeeld, beperkt zich niet tot het web. Blanken is ook zeer kritisch over de affaire-Joran van der Sloot. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries paste wat Blanken betreft de mores van de digitale media toe bij het massamedium televisie.

    • Jan Benjamin