Vanaf nu gaan we niet meer piekeren

Eerder deze week hadden we het hier over problemen die maar doorzeuren. Een egoïstische vriendin die om de avond haar hart wil komen uitstorten. Een relatie met een foute man of vrouw.

Soms besluit je toch om daar maar niets aan te doen – want die vriendin is vaak ook heel gezellig en die foute relatie is best spannend. Maar dan blijft het toch in je hoofd zitten. Bij je chronische geldzorgen en je zieke moeder, waar je ook al zo over piekerde.

Maar vanaf vandaag gaan we niet meer piekeren. Nooit meer. Nou, bijna nooit meer. We gebruiken een truc die in veel therapieën en anti-depressiecursussen wordt gebruikt: we piekeren alleen nog maar op de momenten dat we met onszelf hebben afgesproken dat het mag. Bijvoorbeeld tussen vijf en zes ’s avonds.

Het voordeel daarvan is: op dat tijdstip ben je meestal lekker ingekakt en dan heb je helemaal geen energie meer om te piekeren. Merk je dat je buiten die tijd piekert, hou daar dan meteen mee op. Zeg tegen jezelf: nu niet, tussen vijf en zes mag het.

Je hersenen willen dat trouwens niet. Die willen piekeren, vooral vrouwenhersenen. Dat is een van de grote onrechtvaardigheden in de natuur. De Amerikaanse psycholoog Susan Nolen-Hoeksema heeft er veel onderzoek naar gedaan. Ze schreef er ook een mooi boek over, Women Who Think Too Much.

Je moet je hersenen dus opvoeden, alsof het je kinderen zijn. Willen ze piekeren? Nu niet. Tussen vijf en zes. Uiteindelijk geven ze het op.

Echt waar.

Ellen de Bruin schrijft over psychologie voor NRC Handelsblad en nrc.next

    • Ellen de Bruin