Soms bereik je nu eenmaal meer met geweld

Geweld is niet erfelijk, geeft geen evolutionair voordeel en zetelt niet in onze hersenen.

Kiezen voor geweldloosheid kan dus ook. Maar is dat wel altijd beter?

Maart 2008, een Tibetaanse demonstrant wordt weggedragen bij de Chinese ambassade in Parijs Foto AP An activist of the France Tibet association is being taken away by a French police officer during a demonstration against the violence in Tibet, Sunday, March 16, 2008 near the Chinese embassy in Paris. Violence spilled over from Tibet into neighboring provinces Sunday as Tibetan protesters defied a Chinese government crackdown while the Dalai Lama warned that the area faced "cultural genocide" and appealed to the world for help. (AP Photo/Jacques Brinon) AP

Geweld is alomtegenwoordig. In het noorden van Nigeria vechten moslims tegen christenen. In Spanje gaat een autobom af. Elke dag kunnen we in de krant lezen hoe, waarom en in welk deel van de wereld de agressie oplaait. Geweld lijkt een natuurlijk bestanddeel van de menselijke psyche te zijn. Toch gruwen de meeste mensen van gewelddadig gedrag en gaan we het het liefst uit de weg.

Zijn wij van nature nu gewelddadige of juist geweldloze wezens?

Deze vraag werd al in 1986 door Unesco voorgelegd aan een team van wetenschappers, bestaande uit gedragsbiologen, genetici, psychologen, neurologen en antropologen, die het vraagstuk vanuit hun diverse disciplines wetenschappelijk moesten beantwoorden. De academici kwamen tot de conclusie dat geweld niet inherent is aan de menselijke natuur.

Volgens hun bevindingen, vastgelegd in de ‘Verklaring van Sevilla over Geweld’, is geweld niet erfelijk, heeft het geen noemenswaardig evolutionair voordeel gebracht en zetelt het evenmin in onze hersenen of in ons zenuwstelsel. Gewelddadig handelen komt niet voort uit onze geaardheid, maar uit hoe we geconditioneerd en gesocialiseerd zijn, schrijven de wetenschappers. Hun slotconclusie luidt: „Dezelfde soort die de oorlog uitvond, kan ook de vrede uitvinden. Die verantwoordelijkheid ligt bij ieder van ons.”

Geweld is dus een keuze. Geweldloosheid is dat ook. Als middel om conflicten op te lossen, zijn beide keuzes in de loop van de geschiedenis veelvuldig gemaakt. Het geweld haalt vaak de krant en het journaal, terwijl geweldloosheid op minder media-aandacht kan rekenen. Toch heeft geweldloos verzet in de geschiedenis wel degelijk een rol van betekenis gespeeld. Werkt geweldloosheid eigenlijk niet veel beter dan geweld?

De Amerikaanse politicoloog Gene Sharp heeft uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan om de structuren van geweldloosheid in kaart te brengen. Sharp onderscheidde maar liefst 198 methodes van geweldloze actie, van handtekeningenacties en hongerstakingen tot demonstraties en burgerlijke ongehoorzaamheid. Volgens Sharp berust de macht van een leider altijd op de gehoorzaamheid – actief of passief – van zijn onderdanen. Passiviteit (niets doen) heeft dan ook niets met geweldloosheid te maken, omdat het enkel de status quo handhaaft. Geweldloze actie is wel degelijk verzet, zij het met andere middelen dan geweld.

Een eerste voordeel van dit vreedzame verzet is dat een geweldloos leger vele manschappen kent. Ieder mens, of hij nu oud of jong, sterk of zwak is, kan een bijdrage leveren. Zo waren het in Berlijn ten tijde van de Tweede Wereldoorlog gewone huisvrouwen die een effectieve geweldloze actie organiseerden en duizenden Joodse mannen het leven redden. In 1943 wilde Goebbels Hitler voor diens verjaardag een ‘Jodenvrij Berlijn’ cadeau doen. Daarvoor liet hij alle Joodse mannen die waren getrouwd met niet-Joodse vrouwen – en daarom gespaard waren gebleven – met duizenden tegelijk oppakken. Onmiddellijk kwamen hun echtgenotes in actie en hielden zich een week lang dag en nacht voor de poort van de gevangenis op, waarbij ze leuzen scandeerden en de vrijlating van hun mannen en kinderen eisten. De vrouwen lieten zich niet wegjagen en zich evenmin provoceren tot geweld. Om geen verdere onrust te veroorzaken bond het nazi-regime in en liet de Joodse mannen weer vrij.

Volgens de Amerikaanse pacifist David McReynolds van de War Resisters League schuilt de kracht van geweldloos verzet voornamelijk in de menselijkheid waarmee de tegenpartij tegemoet wordt getreden. „Geweldloosheid is veel meer dan de weigering om te slaan – het is een handreiking doen naar de tegenstander. Door altijd met waardigheid te handelen, dwingen we onze opponent ertoe om ons in een ander licht te zien, wat het moeilijker voor hem maakt om geweld te gebruiken”, aldus McReynolds.

Als voorbeeld noemt hij de actie van Vietnamveteranen, die in 1971 uit protest tegen de oorlog tijdens een massale demonstratie hun oorlogsmedailles over het hek van het Witte Huis gooiden. Een dag vóór de actie schreven ze een brief naar alle politieposten in Washington, waarvan de aanhef luidde „aan onze broeders in het blauw”. In de brief legden ze hun beweegredenen voor de actie uit. Zo kweekten ze begrip bij de politie waardoor deze minder geneigd was geweld tegen hen te gebruiken.

Als de autoriteiten dan toch met bruut geweld reageren, maakt dat de morele corruptie van het regime zichtbaar voor het oog van de wereld. Denk aan de internationale verontwaardiging die uitbrak nadat de vreedzame studentenprotesten van 1989 op het plein van de Hemelse Vrede in Peking bloedig uiteen werden geslagen.

Zo’n uitbarsting van geweld werkt vaak als olie op het vuur en wakkert de volharding en daadkracht van het geweldloze verzet aan. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1978 tijdens de voornamelijk geweldloos georganiseerde islamitische revolutie in Iran. Toen de machthebbende sjah onder de demonstrerende bevolking een bloedbad liet aanrichten, namen de stakingen en boycots alleen maar toe, evenals het aantal demonstranten. De sjah zwichtte onder de geweldloze druk en ayatollah Khomeini keerde uit ballingschap terug om een nieuwe regering te vormen.

Toch bestaat er naast – of misschien wel dankzij – de succesverhalen ook veel valse romantiek over de geweldloze doctrine. Want de menselijkheid waar geweldloosheid zich op richt, is tegelijkertijd ook haar achilleshiel. Als een regime zo machtsbelust is dat het ongevoelig blijft voor een zachte benadering, lachen de dictators in hun vuistje en blijven ze vrolijk verder regeren. Dat ondervindt onder meer de dalai lama, die al vijftig jaar tevergeefs probeert zijn land met geweldloze middelen terug te winnen.

Ook Gandhi’s geweldloosheid in India miste uiteindelijk haar doel. Zijn acties vormden nooit een daadwerkelijke bedreiging voor de Britse machthebbers. De reden dat de Britten uiteindelijk vertrokken, had te maken met het succes van de Indian National Army, een militair vrijheidsleger aangevoerd door de vrijheidsstrijder Subhas Chandra Bose. Dit succes vond niet zozeer plaats op het slagveld – het leger werd al op de grens met Birma verslagen – maar bestond vooral uit de enorme invloed die het had op het moreel van de Indiase strijdkrachten in dienst van het Britse leger. Er brak muiterij uit in de marine en ook bij de land- en luchtmacht brokkelde de loyaliteit aan de Britse kroon in rap tempo af.

De toenmalige Britse minister-president Clement Attlee gaf later toe dat het vooral de militaire activiteiten van Bose waren waardoor de grond onder de Engelse voeten in India te heet werd en men besloot te vertrekken. Volgens Attlee was de invloed van Gandhi op dat besluit „minimaal” geweest. Geweld was hier dus effectiever dan geweldloosheid.

Volgens veel historici heeft Gandhi’s geweldloosheid de bevrijding van India eerder vertraagd. Vijf jaar eerder, in 1942, kreeg hij de onafhankelijkheid van zijn land op een presenteerblaadje aangereikt. De Britten waren zo verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog dat ze bereid waren India zelfbestuur en een semi-onafhankelijke status aan te bieden als deel van de Engelse Commonwealth – waartoe ook Australië behoort – als India hen zou bijstaan in hun strijd tegen de Japanners. Gandhi verwierp het voorstel omdat het tegen zijn geweldloze principes indruiste. Veel bloedvergieten en de uiteindelijke opsplitsing van India en Pakistan waren het gevolg.

Geweldloosheid is dus niet per definitie superieur aan geweld. Wat dat betreft had Gandhi een voorbeeld kunnen nemen aan zijn eigen spirituele leermeester Sri Krishna. In het Hindoeïstische epos de Mahabharata wordt verteld hoe Krishna zelf in een groot conflict verwikkeld raakte. Toen al zijn geweldloze voorstellen om de vete te slechten op niets uitliepen, stuurde hij uiteindelijk aan op een grote oorlog. Die wist het probleem wel op te lossen.