Lokale politici zetten de stad Mostar op slot

De gemeenteraadsleden van de stad Mostar in Bosnië-Herzegovina krijgen geen cent meer, tot ze eindelijk een burgemeester kiezen.

Een man springt vanaf de 25 meter hoge Stari Most in de Neretva in Mostar. De brug werd tijdens de oorlog vernield door Kroaten. Foto AP A diver drops through the air from the Mostar bridge during traditional jump from the Mostar Bridge, 75 kms south of Bosnian capital of Sarajevo, Sunday, July 26, 2009. Total of 60 divers compete in the event and drop from the 25 meter high bridge into the Neretva river. (AP Photo/Amel Emric) AP

Veertien jaar na het einde van de burgeroorlog zit Mostar weer helemaal op slot. Deze keer niet door etnisch geweld, maar door een politieke impasse die Bosnische Kroaten en Bosniaks (Bosnische moslims) weigeren te doorbreken. Bijna acht maanden na de lokale verkiezingen is er daardoor nog steeds geen burgemeester. En dus geen begroting, waardoor brandweerlieden, leraren en ander gemeentepersoneel al vijf maanden geen loon meer hebben ontvangen. De brandweer weigert nog uit te rukken voor kleine brandhaarden.

Veertien keer hebben ze het geprobeerd, de leden van de gemeenteraad. Evenveel keer hebben ze doelbewust gefaald, omdat Kroaten geen Bosniak willen als burgemeester en omgekeerd. Door een regel die minderheden moet beschermen, houden ze elkaar in een houdgreep.

En nu is Valentin Inzko, de Hoge Vertegenwoordiger namens de internationale gemeenschap, het beu. Hij besliste gisteren om via een speciale regeling de rollen om te draaien: het gemeentepersoneel krijgt opnieuw loon, maar de betalingen aan de gemeenteraadsleden – die tot nu gewoon doorgingen – worden geblokkeerd. Tot ze hun dispuut hebben opgelost.

Inzko haalde scherp uit naar de politici in Mostar, met 100.000 inwoners de grootste stad van Herzegovina. „Hun cynisme is onacceptabel geworden. Door de stadsdiensten te blokkeren hebben ze de burgers van Mostar onnodig leed berokkend en levens in gevaar gebracht. Ik zie niet in waarom ze betaald moeten worden als ze weigeren hun werk te doen.”

Kroaten en Bosniaks in Mostar hebben elk hun eigen frustraties. Aan het begin van de Bosnische oorlog (1992-95) vochten ze samen tegen de Bosnische Serviërs, maar in 1993 keerden de Kroaten zich ook tegen de moslims. De vernieling van de Stari Most (Oude Brug) over de Neretva stond symbool voor de verdeeldheid in de stad.

De moslims zijn nog altijd getraumatiseerd door de oorlog. Aan hun kant vielen de meeste slachtoffers. Ten oosten van de rivier Neretva, waar de moslims wonen, zijn de gevolgen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar. Daarom verdienen ze de minderheidsbescherming, argumenteren ze.

De Kroaten, na de oorlog de grootste groep in Mostar, voelen zich gefnuikt in hun ambities. Mostar is de enige stad met een Kroatische meerderheid, terwijl op federaal niveau de Bosnische Kroaten veruit de kleinste groep zijn. De stad laat zien hoe moeilijk multi-etnisch bestuur tot stand komt in Bosnië.

De International Crisis Group (ICG) ziet Mostar als een test voor heel Bosnië. In een recent rapport sprak de denktank nog de hoop uit dat de lokale politici hun problemen zelf zouden oplossen, zonder druk van bovenaf. Die hoop is voorlopig tevergeefs gebleken.

Rapport ICG en achtergrond op nrc.nl/buitenland