Kunstroof?

5_sm_1.jpgGisteravond om negen uur zat ik in een restaurant aan het andere eind van Moskou voor een interview met een architectuurkenner over de vernietiging van historisch gebouwen. Ineens ging mijn telefoon. Het was mijn buurman Andrej. ,,Ben je thuis?” vroeg hij. ,,Ik heb je hulp nodig.”Ik vertelde hem waar ik uithing, maar zei dat ik onmiddellijk naar hem toe kon komen als het echt nodig was. ,,Ja, kom alsjeblieft”, zei hij. ,,Ze zijn bezig de schilderijen van mijn grootvader uit zijn atelier te roven. Ik probeer ze nu tegen te houden. Ik sta aan de kade, bij de brug naar Zamoskvoretsje.”

Ik nam afscheid van de architectuurspecialist en snelde met de metro naar de kade. Daar stond een vrachtwagentje waarvan de laadruimte was volgeladen met de schilderijen van Andrejs grootvader, de beroemde schilder Vladimir Alexandrovitsj Igosjev (1921-2007), de laatste ontvanger van de eretitel ‘Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie’.

De schilderijen waren zonder enig beleid in de vrachtwagen gezet en leken willekeurig tegen elkaar gesmeten en opgestapeld. Het deed pijn aan mijn hart, toen ik die chaos zag. Vooral toen ik een schitterend portret van een Eskimo-meisje ontwaarde, dat zeker beschadigd zou raken als de auto begon te rijden.

Andrej bewaakte de laadruimte samen met zijn moeder, Natasja, de dochter van de schilder, en zei: ,,Ze hebben het atelier leeggehaald, omdat ze het aan een ander hebben verhuurd. Als we niet door een buurman waren gewaarschuwd hadden we er iets van gemerkt.”

,,Wie zijn ZE?” vroeg ik.

,,De Moskouse Bond van Kunstenaars,” antwoordde Andrej.

Toen knapte er een glasplaat van een schilderijenlijst in het laadruim. Andrej werd woest. ,,Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig,” schreeuwde de dappere bewaker van grootvaders erfgoed tegen een man die stond toe te kijken.

Ik stapte op die man af en vroeg hem wie hij was. Hij liet een pasje zien van de Moskouse Bond van Kunstenaars en zei: ,,Michail Pavlovitsj Fjedotov.”

images_3.jpgVervolgens liet ik hem zijn verhaal doen, dat alleszins redelijk klonk. ,,We zijn hier omdat de moeder van die jongen (hij bedoelde Andrej) het atelier moet ontruimen. Dat had ze al een half jaar na de dood van Igosjev moeten doen, maar dat is niet gebeurd. Het atelier is al twee jaar aan een andere kunstenaar verhuurd, die ervoor betaalt en er al die tijd niet in kan.”

Natasja kwam nu bij ons staan. ,,Ik ben zelf ook kunstenaar,” zei ze. ,,En ik ben lid van de Bond van Kunstenaars.”

Fjedotov: ,,Maar niet van de Moskouse, maar van de Russische. En die heeft niets over dit atelier te zeggen.”

Natasja: ,,Maar ik heb een maand geleden nog alle vaste lasten van dit atelier betaald bij de Moskouse bond en daar werd niets gezegd over een op handen zijnde ontruiming. En nu hebben jullie zonder dat ik erbij was de deur opengebroken en het atelier leeggehaald. En ik ben bezig met de Tretjakov-galerie om een tentoonstelling van zijn werk te maken. Hoe kan ik daar nu nog aan werken als jullie zijn doeken weghalen.”

Fjedotov: ,,We hebben u ruim van te voren gewaarschuwd. Er zijn brieven verstuurd en we hebben u geprobeerd te bellen, maar kregen steeds een antwoordapparaat. De schilderijen gaan naar een bewaakt depot. U hoeft nergens bang voor te zijn.”

Andrej: ,,We weten niet wat jullie in die vrachtwagen hebben gezet, omdat we er zelf niet bij waren. Een van jullie kan wel een schilderij achterover hebben gedrukt. En boven staat nog een deel van de collectie. Iedereen kan daar nu zo bij.” En tegen mij: ,,Ik vertrouw ze voor geen cent. Er staat hier voor een vermogen aan schilderijen. Ik weet niet wat ze hebben ingeladen en wat niet, omdat ik er niet bij was. Zoiets kan toch niet in Nederland, dat de eigenaar van een pand zonder deurwaarder of politieagent het huis van zijn huurder openbreekt en het leeghaalt?”

images_2.jpgFjedotov: ,,Er is een bewaker boven en we hebben een inventarisatie van de collectie gemaakt. In de vrachtwagen staan 365 schilderijen. De lijst is nu bij mijn collega’s die op het politiebureau een verklaring afleggen.”

Het vrachtwagentje probeerde nu weg te rijden. Andrej trachtte te verhinderen dat de bijrijder de deur van het laadruim dichtdeed. Natasja rende naar de bestuurder en trok de contactsleutel onder zijn hand eruit. Andere leden van de Kunstenaarsbond probeerden nu met geweld haar die sleutel afhandig te maken. ,,Laat me los,” krijste Natasja. Ze beet in de arm van een van de ambtenaren van de kunstenaarsbond en gilde om hulp.

Ik probeerde de strijdende partijen uit elkaar te trekken en te bemiddelen in het gewelddadige conflict. Wat lukte, want zowel Natasja als de ambtenaren kwamen tot bedaren.

Toen kwam de politie eraan. De officier bekeek de situatie, wreef over zijn voorhoofd en zei: ,,Dit is een zaak voor mijn baas.”

De baas werd ingelicht en zou zo komen. ,,Hij heeft het druk,” zei de politieman, toen ik na een uur vroeg waar zijn baas bleef. ,,Maar wij blijven hier in de auto om ervoor te zorgen dat ze elkaar niet weer te lijf gaan.”

,,Ik ben bereid om hem wat steekpenningen te geven als hij wat eerder komt”, zei ik schertsend, ,,want ik wil naar bed.”

De agent kon erom lachen. De ene na de andere BMW, Landrover, Jeep of Mercedes reed intussen onder zijn toeziend oog door het rode stoplicht. ,,Idioten,” gaf hij als commentaar. Het was een door Russische agenten wel vaker gemaakte opmerking, want als een politieman een bekeuring aan een verkeersovertreder uitschrijft, zal hij zelden moeite doen om een bankoverval te beëindigen, die twintig meter verderop plaatsvindt.

Tegen half twee kwam eindelijk de commissaris van de Taganka-wijk aanzetten. Hij zag eruit alsof hij net terug van vakantie kwam en droeg een Hawaï-hemd. Uit zijn achterzak puilde een pakje sigaretten. Met gekwelde blik luisterde hij naar wat beide partijen te zeggen hadden en sprak toen de verlossende woorden: ,,Dit moet u onderling oplossen.” Hierna vertrok hij. Iedereen stond inmiddels tegen elkaar te schreeuwen. Natasja tegen een verhuizer, een man van de Kunstenaarsbond tegen Andrej, de commissaris tegen een agent, een andere agent tegen een buurman van de overleden schilder.

De verbaasde politieman, die juist zo op verlossing door zijn meerdere had gehoopt, verzuchtte nu dat iedereen maar naar het politiebureau moest gaan om daar procesverbaal te laten opmaken, voor zover dat mogelijk was.

Andrej en Natasja hadden inmiddels een advocaat gebeld, met wie ze vandaag een afspraak hebben. Met zijn allen werd de gang naar het politiebureau ingezet. Het was inmiddels twee uur ‘s nachts.

Waar de kunstwerken van Igosjev naartoe zullen gaan, is voorlopig nog onduidelijk.

    • Michel Krielaars