Irak erkent geweld in kamp Iraanse ballingen

De Iraakse regering heeft vandaag verklaard dat zes Iraniërs om het leven zijn gekomen bij een confrontatie tussen Iraakse veiligheidstroepen en Iraanse ballingen in de omgeving van Bagdad. Het incident heeft tot bezorgdheid geleid dat het Iraakse leger, dat na de terugtrekking van het Amerikanen zelf verantwoordelijk is voor de veiligheid, buitensporig geweld gebruikt.

De confrontatie vond dinsdag plaats bij kamp Ashraf, ten noorden van Bagdad. Het kamp, waar ongeveer 3.500 Iraniërs leven, werd opgezet in 1986 om Iraniërs te huisvesten die de Iraakse leider Saddam Hussein hielpen in diens oorlog tegen Iran. De huidige, shi’itische regering in Irak heeft verklaard dat zij kamp Ashraf wil sluiten en de 3.500 bewoners wil uitzetten. De Iraniërs zijn bang dat zij in Iran vervolgd worden.

Bagdad ontkende aanvankelijk de gewelddadigheden in kamp Ashraf. De Iraniërs verklaarden dat er zeker zeven doden en honderden gewonden waren gevallen toen Iraakse veiligheidstroepen het kamp bestormden. Vandaag erkende Bagdad het incident, maar een regeringswoordvoerder ontkende dat er excessief geweld is gebruikt. Bagdad heeft een onderzoek aangekondigd.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton drong gisteren in Washington aan op „terughoudendheid aan beide zijdes”. Clinton riep Bagdad ook op om „niemand gedwongen uit te zetten naar een land” waar „mishandeling of dood” dreigt. Washington droeg in februari officieel de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in Irak over aan de regering in Bagdad.

De VS beschouwen de Iraanse groepering in Ashraf officieel als een terroristische organisatie, maar de groepering heeft in het verleden wel geheime informatie aan Washington gegeven over het bewind in Iran. (Reuters, AP)