Einde voor de steenfabriek

Door de crisis in de bouw raken bakstenen en dakpannen overbodig.

In Nederland zijn al drie fabrieken gesloten.

De schoorsteen van De Roodvoet is al van ver zichtbaar, tussen de appelboomgaarden langs de Nederrijn. Maar hij rookt al maanden niet meer. Ook bij de Betuwse baksteenfabriek heeft de crisis toegeslagen. Na 126 jaar bijna onafgebroken draaien, heeft het Oostenrijkse moederbedrijf Wienerberger de stekker eruit getrokken.

Alleen Koen Wulterkens (64) rijdt nog buiten met de heftruck rond, om de laatste bergen baksteen verkoopklaar te maken. „We zijn steenrijk hier”, grapt hij. Wulterkens is een van de elf werknemers die nog op het terrein van De Roodvoet wonen.

De sluiting van Wienerberger Roodvoet in het Gelderse Rijswijk is een direct gevolg van de crisis in de bouw. Het Oostenrijkse moederbedrijf, dat in 2008 wereldwijd 2,4 miljard euro omzette, wordt hard geraakt door de malaise in de bouw. Op het hoofdkantoor in Wenen verwachten ze dat de vraag naar bakstenen en dakpannen dit jaar met een kwart terugloopt. Het concern besloot daarom onlangs 27 van zijn kleinere, oudere steenfabrieken wereldwijd tijdelijk of permanent stop te zetten.

In Nederland gingen steenfabriek Daams in Spijk (bij Gorinchem), Timmermans in het Utrechtse Elst en De Roodvoet in het Betuwse Rijswijk voorgoed dicht. Na de sluiting van deze drie fabrieken heeft Wienerberger in Nederland nog negentien productielocaties over, met bij elkaar bijna 1.000 werknemers. Wereldwijd telt Wienerberger 15.000 werknemers.

De Roodvoet leed de afgelopen jaren verlies. De fabriek produceerde jaarlijks 35 miljoen bakstenen, voor een steenfabriek relatief weinig. Maar de fabriek was gespecialiseerd in nicheproducten, zoals bakstenen voor woningrenovaties. Ze exporteerde ongeveer de helft van haar bakstenen naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De grote afhankelijkheid van de export heeft de Roodvoet de das omgedaan. De Duitse nieuwbouwmarkt kwakkelt al jaren, door overproductie in de jaren negentig. Toen de Britse nieuwbouwmarkt eind 2008 ook in elkaar klapte, viel de vraag naar de producten van De Roodvoet grotendeels weg.

Een rondgang door het bedrijf laat zien hoe abrupt het einde is gekomen. De machines uit de jaren zeventig zijn onlangs nog uitgerust met nieuwe sturingsapparatuur. Rond de tunneloven, waar de stenen in gebakken werden, staan vele vierkante meters aan gloednieuwe apparatuur. In 2007 investeerde moederbedrijf Wienerberger nog 1,8 miljoen euro in de fabriek.

Wienerberger heeft bij De Roodvoet en de andere steenfabrieken van het bedrijf geen gebruik gemaakt van de deeltijd-WW, maar direct gekozen voor fabriekssluitingen. Een deel van het personeel is herplaatst. Marketingdirecteur Geert Segers van Wienerberger in Nederland sluit niet uit dat nieuwe maatregelen nodig zijn als de bouwproductie na de zomer verder inzakt. „De rek is eruit, wat herplaatsing van personeel betreft.”

Tot nu toe zijn er vrijwel geen gedwongen ontslagen gevallen, zegt Segers. „De Polen en de uitzendkrachten zijn naar huis, maar van de 90 werknemers van onze drie gesloten fabrieken hebben we er 76 kunnen herplaatsen.” Volgens Bert Jan Koekoek, directeur Noordwest-Europa van Wienerberger, waren de fabriekssluitingen onvermijdelijk. „Wienerberger heeft al jaren het beleid om grootschaliger en efficiënter te werken. Sommige locaties zijn op termijn niet geschikt voor uitbreiding en zullen moeten sluiten. De crisis heeft dat proces versneld.”

Wat is de toekomst van de keramische industrie in Nederland? Koekoek: „In de jaren vijftig waren er honderden baksteenbakkers in Nederland, nu zijn dat er minder dan veertig. Ik verwacht dat die daling pas stopt als er een stuk of twintig fabrieken over zijn.”

    • Sam Gerrits