Een Vlaamse met een Jamaicaanse ziel

Ze werd ontdekt door zanger Milow, nu willen producers Dr. Luke en Wyclef Jean met haar werken.

Vlaams raggatalent Selah Sue (20): „Ik wil dat mijn geluid uniek is.”

Sanne Putseys (20), beter bekend als Selah Sue, op haar studentenkamer in Leuven. Foto Martijn van de Griendt Belgi‘, Leuven, 5 juli 2009 zangeres Selah Sue foto/copyright: Martijn van de Griendt Griendt, Martijn van de

Blank als porselein is ze. Ernstige, metaalblauwe ogen. In het open raam van haar studentenhuis in Leuven vormt het zonlicht een witte krans om haar blonde hoofd. Maar dit blanke popje heeft een zwarte stem; krachtig, hees, rauw, vibrerend. Ze rapt, scat en spuugt woorden in een lui, Afrikaans aandoend Engels. Een Vlaamse met een Jamaicaanse ziel, dat is Sanne Putseys (20) – inmiddels beter bekend als Selah Sue. ‘White girl, rhymes like a Jamaican’, staat er al bij een YouTube-post.

Putseys luisterde veel naar reggae en ragga op de middelbare school, en zong ooit een raggamedley op een festival, gewoon omdat ze het ‘stoere muziek’ vond. Nu is ragga een onmisbaar element in haar repertoire, naast soul, hiphop, en rustiger singer/songwriterwerk. Ze schreef twee eigen ragganummers: ‘Raggamuffin’ en ‘Fyah Fyah’; beiden hits op YouTube en MySpace. Putseys: „Ragga is voor mij zo natuurlijk gaan voelen, ik zou het nooit meer willen missen.”

Naast een Jamaicaanse ziel heeft de zangeres een chaotische geest. „Wordt dit een lang interview? Waar is het eigenlijk voor?” Ze draagt slippers onder een strakke zwarte jurk met witte polkadots en heeft haar haar slordig opgestoken. Haar studentenkamer, krap twintig vierkante meter, is niet voorbereid op bezoek. Het groen/blauw gebloemde dekbed rommelig beslapen, ondergoed op de grond. Een bord met ketchupresten in de kast, naast stapels dvd’s van Grey’s Anatomy en Gooische Vrouwen. Half lege flessen rode wijn en cola op de schouw. „Ja, mijn vriend en ik zijn allebei nogal slordig. De rotzooi stapelt zich snel op. Maar nu hebben we pas schoongemaakt.”

Selah Sue staat deze zomer op de belangrijkste Nederlandse festivals. Een week van tevoren heeft ze nog „géén idee” wat ze op North Sea Jazz gaat doen. „Ik had eigenlijk nog nooit van dat festival gehoord.” En Lowlands, weet haar bezoek toevallig wat voor festival dat is? Groter dan Pinkpop? Echt? Wow.

Het is snel gegaan met Selah Sue. Anderhalf jaar geleden studeerde ze nog psychologie, en deed ze niets met haar muziek. Eén keer zong ze twee liedjes op een open mic-avond in Muziekcentrum Het Depot in Leuven. Daar werd ze gezien door zanger Milow, en hup, nu vliegt ze de wereld over om te onderhandelen met internationaal vermaarde producers als Dr. Luke, Sly en Robbie, Farhot en Wyclef Jean.

Onder de indruk van die grote namen is Putseys nauwelijks – de aandacht maakt haar niet onzeker. „Integendeel: ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Nu kan ik doen wat ik écht wil. Vorig jaar was ik nog een ongelukkige, doelloze psychologiestudent. Ik leerde wel, maar had geen idee waarvoor. Nu heeft alles zin: ik werk elke dag aan mijn debuutalbum, en wil er het allerbeste album denkbaar van maken. Ik wil dat het een kunstwerk wordt.”

Origineel is het in elk geval, de jonge Vlaamse die doorleefde ragga zingt. Zelfs als ze het kort voordoet op slippers in haar meisjeskamer komt het volstrekt geloofwaardig over. Ze zet haar mond wijd open, en beweegt lippen en tong snel en nadrukkelijk – haar hele gezicht beweegt mee. De heesheid en het donkere timbre heeft ze van zichzelf, de expressieve techniek leidt tot de juiste hoekigheid. Ook het tempo en het accent kloppen. Wonderlijk.

Putseys: „Toen ik klein was, kon ik al goed stemmen en accenten imiteren. En op de middelbare school vonden mijn broer en zijn vrienden het stoer om die raggastijl na te doen, en ik, toen veertien, wilde dat natuurlijk ook.” Op haar twaalfde ging ze op klassieke gitaarles, op haar vijftiende stopte ze daarmee. „Alleen klassiek repertoire studeren, dat was niks voor mij. Ik wilde zelf composities schrijven, en erbij zingen.”

Diverse partijen toonden al commerciële interesse in de zangeres. Maar de zacht ogende Putseys knokt hard voor behoud van haar eigen stijl. „Ik wil een uniek geluid. Eén keer heb ik ‘Valerie’ van Amy Winehouse gezongen, gewoon, omdat ik dat een lekker lied vind, niet omdat ik op haar wil lijken. Ik wil absoluut geen look-a-like zijn.”

Haar eigenzinnigheid kostte haar een contract bij Universal, verkennende gesprekken met producer Dr. Luke (Katy Perry, ‘Womanizer’ van Britney Spears) brak ze af. „Ja, die mensen zeggen wel dat je je eigen stijl mag behouden, maar ondertussen moet wat je maakt geschikt zijn voor een groot publiek. Nou, ik weet wel hoe dat klinkt, en dat wil ik niet.” Natuurlijk, Wyclef is ook commercieel, erkent ze. „Maar”, zegt Putseys, „als het dan commercieel is op de manier van The Miseducation of Lauryn Hill, succesvol, maar ook steengoed, dan mag het.”

Putseys noemt Lauryn Hill als de belangrijkste invloed op haar zangstijl; het hortende, stotende, de langgerekte lettergrepen uitgestrooid over de melodie. Ja, dat wil ze wel even voordoen. „Supposed to be-ie-ieee”, zingt-stottert ze hees, met veel lucht tussen de klanken.

Schrijven kun je zo’n zanglijn eigenlijk niet, zegt Putseys. Ze ontstaan spontaan. Als ze bezig is aan een nieuw liedje, neemt ze alle stappen op. Al improviserend ontstaan de beste dingen, en die belanden dan in het lied. „Ik zou ontzettend graag ook op het podium improviseren, maar dat kan nu niet, omdat ik meestal mezelf begeleid op gitaar. Ik kan eigenlijk niet zo goed gitaar spelen, dus nu zit ik steeds vast aan die paar akkoorden. Dat ben ik behoorlijk beu.”

De ergernis over haar ‘handicap’ de gitaar komt herhaaldelijk terug tijdens het gesprek. De beperking hindert haar, ze wil sneller vooruit. „Ik verveel me snel. Bovendien kan ik veel meer met mijn stem. Als iemand nu de gitaar van me overneemt, kan ik me op mijn stem concentreren.”

Dat proces is in ontwikkeling. Putseys vond artistiek onderdak bij het Franse label Because Music, ook de stal van Justice, Manu Chao en Amadou en Mariam. De Fransen regelen de samenwerking met diverse producers. Ze krijgt bijvoorbeeld beats toegestuurd van de Franse producer Farhot, die ook met de Nigeriaanse belofte Nneka werkt. Putseys zingt vervolgens over de beats heen, en neemt dat op op haar laptop. „Farhot heeft al het een en ander teruggeluisterd en hij vond het geweldig. Nu heb ik hem mijn kale vocalen gestuurd, zodat hij er meer beats bij kan maken.”

‘Ass’ is zo’n nieuw nummer. Echt Afro-Amerikaans klinkt het, in een strakke, harde, Europese productie. Tussen zweepslagen van beats schieten gitaarriffs als elastiek heen en weer. Putseys wendbare stem gaat ertegenin, eroverheen, er onderdoor. Het resultaat is volstrekt onvergelijkbaar met wat ze tot nu toe heeft gedaan. „Ik wil dat graag, die variatie. Maar eerdere liedjes krijgen ook een plek op de plaat hoor. Ik moet alleen nog even goed uitzoeken wat de rode draad wordt.”

De ‘nieuwe’ koers veroorzaakt nog een probleem: de tekst. Putseys: „Ik kan op zulke beats onmogelijk zingen over gevoelens, of over depressie. Bij dit soort nummers moet het over coole dingen gaan. Gangsterrap zal het nooit worden; ik ben nou eenmaal geen gangster. Maar ik vind het wel lastig om te bedenken wat wél, ook omdat mijn Engelse woordenschat niet zo groot is. Daar helpt mijn zus me nu bij, die heeft Engels gestudeerd.”

Soms zingt ze uitsluitend klanken, in ‘Ass’ bijvoorbeeld. „Daar zeg ik echt helemaal niets. Och, weet je wat het is? Toen ik nog zo zoekend was schreef ik gewoon altijd daarover – dat was steeds weer een bron van inspiratie. Maar het afgelopen jaar is alles zo goed gegaan, dat ik die gevoelens van twijfel niet meer heb. Ik ben nu gewoon té gelukkig.”