Doorzetters stapelen zich een dure weg omhoog

In de jaren 70 kwamen arbeiderskinderen hogerop door via mavo en havo in het hoger onderwijs te eindigen. Tegenwoordig is het een succesvolle weg voor allochtone studenten.

Rabia Bouzian was op het vmbo de beste. Nu doet ze hbo. 29-07-2009, Rotterdam. Leerling Hogeschool Rotterdam, Rabia Bouzian. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Ze was misschien te bijdehand in groep acht, toen de Citotoets werd gehouden en het schooladvies werd gegeven, lacht Rabia Bouzian (24). Ze is nu vijfdejaars studente economie aan de Hogeschool Rotterdam. Hoe dan ook ging ze naar het vmbo, toen vbo geheten. „Ik dacht, ik ben toch niet zo pienter als mijn zus, die vwo deed.” Toen ze haar vmbo-diploma haalde, was ze de beste van haar school.

Rabia is een klassieke stapelaar. Na het vmbo volgde ze de mbo-opleiding mode en handel. Ze haalde negens. „Mijn ouders zijn eerstegeneratiemigranten en stimuleerden ons door te leren, ik ben nummer acht van negen kinderen. Maar ik was de enige die vmbo deed.”

Inmiddels is haar levensmotto ‘kennis is macht’. Want na het mbo volgde hbo. „Wat vroeger in mijn nadeel was, dat ik te bijdehand was, werkt nu in mijn voordeel. Met doorzettingsvermogen kun je heel ver komen in het leven.” Rabia telt op haar vingers na: ze is voorzitter van het mentoraat-in-oprichting voor Marokkaanse studenten, ze begeleidt 10 vmbo-scholieren en ze heeft pas een lifestylemagazine opgericht.

Uit het SCP-rapport Making up the gap van deze week blijkt dat het aantal allochtonen dat een hbo-opleiding volgt in tien jaar is verdubbeld. Meer dan onder autochtonen is het studiesucces van allochtone studenten toe te schrijven aan het stapelen. Het stapelen van opleidingen kan op twee manieren: binnen de middelbare school: vmbo-havo-hbo, of vmbo-mbo-hbo.

Ruim 40 procent van de allochtone studenten aan hbo of universiteit is begonnen in het vmbo, bleek vorige maand ook al uit onderzoek van het Amsterdamse instituut IMES. Liefst driekwart van hen gebruikt de mbo-route om het hbo te bereiken, terwijl de rest via de havo naar het hbo gaat. Autochtonen stapelen maar half zo vaak.

Met name in de jaren zeventig, ten tijde van de Mammoetwet, was het dé manier voor arbeiderskinderen om zich een weg omhoog te banen. In de jaren negentig werd het dure stapelen door het ministerie ontmoedigd, want het kost één of twee studiejaren meer. Maar de laatste jaren stimuleert de overheid het juist, omdat het een uitkomst is voor scholieren die wat later hun talenten ontwikkelen.

Henri Cronie (24) is er zo een. Hij is derdejaars pedagogiek aan de Hogeschool Rotterdam. Als zesjarige vanuit Suriname gekomen, kreeg hij op de basisschool een vmbo-advies. „Mijn moeder en ik rekenden op havo. Ik denk dat ik te speels was.” Hij deed de mavo, dat ging goed, daarna mbo cios, sport en beweging. In het derde jaar kreeg hij een „conflict” met een docente, waardoor hij een heel jaar moest overdoen. Hij kon een jaar werken in een zwembad en merkte daar dat hij graag wilde werken met „kinderen met een probleem”. Aan een ander ROC maakte hij het mbo af. „Maar ik wilde verder.” Om te kunnen werken met kinderen met gedragsproblemen, koos hij voor pedagogiek. „Als ik deze omweg niet had gehad, was ik hier misschien niet terechtgekomen.” Nu denkt Henri zelfs na over de universiteit. „Ik heb nog veel vragen die ik wil onderzoeken.”

Waarom stapelen allochtone studenten vaker? Leerlingen komen met een taalachterstand van de basisschool en werken die pas later weg. Hun ouders zijn minder vaak actief betrokken. Ook krijgen ze op de basisschool net iets vaker een schooladvies dat lager is dan de Citotoets rechtvaardigt.

Zeker meisjes krijgen vaak een „veilig” advies, zegt Jan Roelof, lid van het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam. „Eigenlijk al vanaf de basisschool gaat het zo. Doe jij maar eerst vmbo, dan zien we later wel verder. Of vanuit thuis: dat kun jij niet.” Van de 28.000 studenten aan zijn hogeschool is 34 procent allochtoon.

Het advies voor Garreling Michel (24), toen nog op Curaçao, zat tussen mavo en havo in. Ze koos voor mavo. „Ik was bang dat havo me niet zou lukken. Dan zou het lastig zijn om terug te gaan.” Na een stapelcarrière heeft ze net haar hbo-opleiding sociaal-pedagogisch werk afgerond.

Is het erg dat studenten veel stapelen? „Die lange weg is op zich niet zo heel erg, want ze halen het wel”, stelt Roelof. „Soms is het wel schrijnend om te horen hoe leerlingen het zelf ervaren. Hun zelfbeeld is minder.” Bovendien is de kans op uitval groot tijdens een omweg. Degenen die het halen zijn echte doorzetters, concludeerden de IMES-onderzoekers al.

„Rendement is een vervelend woord”, zegt Roelof, „maar het rendement van allochtone studenten is 10 tot 12 procent lager dan autochtone studenten. Daarom zetten we er zo hard op in.”

De hogeschool houdt, net als veel andere hbo-instellingen, een intakegesprek met nieuwe leerlingen. Roelof: „We weten natuurlijk wat voor problemen we kunnen verwachten.” Daaruit volgt eventueel een taalcursus en koppeling aan een peer-coach: een oudere student als begeleider. Andere peer-coaches bezoeken juist mbo- of vmbo-scholen om leerlingen te prepareren. In totaal zijn er 250 peer-coaches. „De vraag vanuit de scholen overtreft vele malen het aanbod.”

Eerdere artikelen over ‘stapelen’ op nrc.nl/binnenland

    • Marieke van Twillert