Doorbraak in zoektocht naar een malariavaccin

Er kan een vaccin tegen malaria ontwikkeld worden dat mensen helemaal beschermt tegen deze ziekte, waaraan nu nog jaarlijks een miljoen mensen sterven. Dat vaccin is er nog niet, maar in theorie kan het worden gemaakt.

Nijmeegse onderzoekers hebben aangetoond dat mensen snel eigen weerstand kunnen opbouwen tegen de malariaparasiet. Ze schrijven er vandaag over in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine. In dit beroemdste medische tijdschrift verschijnen zelden resultaten op basis van een experiment met slechts 15 gezonde vrijwilligers. Maar nu dus wel.

„Het was helemaal niet zeker dat de proef zou lukken,” zegt onderzoeksleider Rob Sauerwein, hoogleraar medische parasitologie aan het UMC St. Radboud. „In Afrika duurt het namelijk vijf tot tien jaar voordat mensen in malariagebieden afweer hebben ontwikkeld tegen malaria.” Daardoor hebben vooral jonge kinderen vaak jarenlang van malaria te lijden. Jaarlijks overlijden naar schatting 800.000 kinderen jonger dan 5 jaar aan de ziekte. „En bovendien is het tot nu toe nog niemand gelukt om een goed beschermend malariavaccin te maken”, zegt Sauerwein.

In Nijmegen lieten tien gezonde mensen zich ongeveer 40 keer steken door muggen die met de malariaparasiet waren besmet. Dat gebeurde in drie steeksessies, met een maand tussenruimte. De vrijwilligers slikten al die tijd chloroquine, een medicijn dat de malariaparasiet doodt. Geen van de tien kreeg malaria, omdat ze beschermd waren door de chloroquine. Vijf andere vrijwilligers kregen ook een veertigtal muggenbeten, maar van muggen zonder malariaparasiet.

Een maand later werden alle vijftien mensen opnieuw gestoken, ieder door vijf besmette muggen. Zonder chloroquine te slikken. Vijf mensen kregen malaria, met parasieten in het bloed. Ze voelden zich ziek, hadden flinke koorts en hoofdpijn. Het waren de vijf die nog niet eerder door besmette muggen waren gestoken. De tien anderen kregen geen malaria. Tijdens de eerdere, door chloroquine beschermde infecties had hun afweersysteem voldoende weerstand opgebouwd om opnieuw binnenkomende malariaparasieten te vernietigen.

Het verschil tussen het experiment in Nijmegen en de werkelijkheid in Afrika waar het vijf tot tien jaar duurt voor iemand weerstand opbouwt is waarschijnlijk dat door de chloroquine de besmetting beperkt blijft. Het afweersysteem blijft dan aan het werk.

Besmetting zonder bescherming van chloroquine is echter zo massaal dat het afweersysteem verlamd raakt, zodat er nauwelijks weerstand ontstaat.

Malaria is een infectieziekte van een parasiet (een Plasmodium-soort) die niet direct van mens op mens overgaat, maar via een tussengastheer: een mug. Bij een steek van een besmette mug komt de parasiet binnen in een vorm (sporozoïet) die zich in de lever vermenigvuldigt. Daar ontwikkelt zich een parasietvorm (merozoïet) die in rode bloedcellen groeit. Als bloedcellen vol parasiet uiteenvallen, ontstaan de malariakoortsen.

De Amerikaanse malariabestrijder Carlos Campbell, verbonden aan het Program for Appropriate Technology in Health (PATH) in Seattle, becommentarieert het onderzoek in The New England Journal of Medicine. Hij vindt het belangrijk dat is aangetoond dat de hele malariaparasiet een goede basis voor een vaccin kan zijn. De laatste decennia probeerden vaccinmakers om een malariavaccin te maken op basis van één afweeropwekkend eiwit van de parasiet. De meeste mislukten. Eén zo’n vaccin wordt nu in drie Afrikaanse malariagebieden getest. Het beschermt ongeveer 65 procent van de gevaccineerden. Volgens Campbell hebben beide methoden bestaansrecht, maar Sauerwein vindt dat zijn onderzoek de richting aangeeft voor een nieuw, beter vaccin. Hij werkt met een subsidie van het Nederlandse Topinstituut Pharma samen met het Amerikaanse biotechbedrijf Sanaria dat zo’n hele-parasietvaccin ontwikkelt.