Dieren willen best op tweede verdieping liggen

Schaalvergroting in de veehouderij. Er is geen ontkomen aan, zeggen ministers, ambtenaren, wethouders, boeren. Maar niemand wil megastallen in zijn achtertuin.

In 2040 verblijven varkens in architectonisch verantwoorde megastallen in landschapsparken. Zo moet dit stuk beginnen. Maar betrokkenen smeken: „Gebruik het woord mega niet. Het roept zo veel verzet op.” Varkensflats dan? „Nee!”

Een ander begin. In 2040 is het Nederlandse landschap als volgt ingedeeld. Er zijn steden en dorpen waar we wonen. Er is natuur. Er zijn industrieterreinen waar we werken. En in landbouwontwikkelingsgebieden houden boeren op grote schaal dieren.

In landbouwontwikkelingsgebied Graspeel, bij Landerd, een dorp tussen Den Bosch en Nijmegen, verblijven in 2040 zo’n 160.000 beesten. Op 300 hectare werken negentien varkensboeren, een geitenhouder, een koeienhouder en een paardenfokker. Ze hebben kavels van 3,5 hectare, vergelijkbaar met zes voetbalvelden.

De varkensbedrijven hebben elk 750 zeugen en 7.000 vleesvarkens. De koeienboer houdt 600 koeien, de geitenboer 10.000 melkgeiten. Buiten komen de beesten niet. Daarvoor is in Nederland te weinig ruimte.

Schaalvergroting in de veehouderij. Er is geen ontkomen aan, zeggen ministers, ambtenaren, wethouders, boeren. Zonder kunnen Nederlandse boeren internationaal niet concurreren. Zonder kunnen ze de investeringen die de overheid hen verplicht te doen om het welzijn van de beesten te verbeteren en milieuvriendelijker te werken niet betalen. „Schaalvergroting is een gevolg van steeds hogere eisen aan onder meer efficiëntie, kwaliteit en innovatie”, schreven minister Klink (Volksgezondheid, CDA) en minister Verburg (Landbouw, CDA) eind mei aan de Tweede Kamer.

De overheid bepaalde al in 2002 dat Utrecht, Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg gebieden moesten aanwijzen waar boeren, weg van dorp en natuur, intensief vee kunnen houden. Boeren moesten verhuizen: reconstructie van het platteland. Geen stank meer op dorpsterrassen, geen ammoniak meer bij zeldzame hei. Noord-Brabant wees vijftig gebieden aan.

Nu is het zeven jaar later. De provincie worstelt met de reconstructie. Er is verzet. Niemand wil een landbouwontwikkelingsgebied in zijn achtertuin. Begin deze maand ontving het provinciebestuur het burgerinitiatief ‘Megastallen-nee’, getekend door 33.234 Brabanders. Ondertekenaars maken zich zorgen over het welzijn van dieren en over de gezondheid van mensen die wonen in de buurt van een landbouwontwikkelingsgebied. Minister Klink beloofde onlangs onderzoek te laten doen naar de gezondheidsrisico’s die intensieve veehouderij met zich meebrengt.

„Laat ze het maar onderzoeken”, zegt varkenshouder en bestuurslid van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie Maarten Rooijakkers. „Dan kunnen ze de mensen straks geruststellen.” En na een stilte. „Het is ook goed dat voor dit stuk het jaartal 2040 is gekozen. Schaalvergroting in de veehouderij is een dynamisch proces van lange adem. Er moet draagvlak voor komen bij de mensen.”

De provincie Noord-Brabant en de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland vroegen vorig jaar twaalf beeldend kunstenaars, architecten en landschapsarchitecten grote stallen te ontwerpen die goed passen in het toekomstige landschap. Eind vorige maand nam Landbouwminister Verburg het boek Stallen in het landschap in ontvangst met daarin alle ontwerpen. Stallen die als gigantisch decorstuk beschilderd zijn met afbeeldingen van wolken. Erven met aardewerken varkenssnoetjes in het gras. „Sommige ontwerpen waren wel erg wild”, zegt wethouder Jos van der Wijst van Landerd.

Landerd koos voor landbouwontwikkelingsgebied Graspeel voor het ontwerp van Parklaan Landschapsarchitecten. Kavels aan de weg worden aan één kant aan het zicht onttrokken door houtwallen en zijn aan een andere kant zichtbaar achter een moerassige sloot vol riet. Voor de gebouwen op de kavel lieten de architecten zich inspireren door de Bossche school, gekenmerkt door sobere vormgeving en het gebruik van beton, baksteen en hout.

Op elke kavel staat vooraan een ‘boerderette’, want zo worden de toekomstige boerderijen genoemd. Het zijn landhuizen die niet meer worden bewoond door mannen op klompen, maar door ondernemers aan het hoofd van een firma, vaak bezitters van meerdere kavels in binnen- en in buitenland. De boeren van de toekomst zijn als de broertjes Smit in Wanroij. Met verschillende veehouderijen, eigen mestverwerkingsbedrijf en biogasinstallatie die gas levert aan het elektriciteitsnet.

Achter de boerderette staat een stal. Daarin staan silo’s met voedsel voor de dieren, veeverblijven en luchtwassers die zorgen dat zo min mogelijk ammoniak, stank en fijnstof de stal verlaat. Alles onder één dak, zodat het er rustig uitziet. Op daken liggen zonnepanelen. De stallen zijn maximaal twaalf meter hoog. Op twee verdiepingen kunnen varkens worden gehouden.

Van der Wijst: „Veel mensen vinden dat moeilijk om te horen. Maar maakt het dieren iets uit of ze op de eerste of tweede verdieping liggen? Het gaat hen om de bewegingsruimte .” Varkensboer Rooijakkers: „Mensen denken dat tien beesten altijd beter verzorgd worden dan duizend. Dat is onzin. In grote stallen wordt veel professioneler gewerkt. Er is vaak optimale ventilatie, meer comfort, warmte, uitgebalanceerder voedsel. ”

Geïnteresseerden kunnen in 2040 in een zichtstal in Graspeel door ramen kijken naar biggetjes met hangoren en roze neuzen die in de modder wroeten.„Mensen vervreemden van hun voedsel”, zegt Rooijakkers: „Het is belangrijk dat ze kunnen blijven zien waar worst en vleeswaar vandaan komen.”

Lees de eerdere afleveringen van deze serie op nrc.nl/binnenland