Analfabeten denken mee over spelling

De Ethiopische regionale overheid heeft Leidse wetenschappers om hulp gevraagd om op democratische wijze een spelling te maken voor drie kleine regionale talen.

Sprekers van de Ethiopische taal Sheko discussiëren over voor- en nadelen van Latijns en Amhaars schrift. Foto Anne-Christie Hellenthal Hellenthal, Anne-Christie

Mizan Teferi is een afgelegen provinciestadje in Ethiopië. De meeste mensen zijn er boer en hebben hooguit een paar jaar lagere school gehad. Sommigen hebben elektriciteit, anderen niet. Er zijn in het stadje twee computers waar je in theorie het internet mee op kunt – maar dat lukt niet altijd. De Leidse taalonderzoekers Anne-Christie Hellenthal en Christian Rapold waren er onlangs te gast om de bevolking te helpen met het maken van een spelling voor drie kleine regionale talen, zodat die opgeschreven kunnen worden: het Benchnon, het Sheko en het Diizi. De regionale overheid had hen daarvoor uitgenodigd.

Het ligt op het eerste gezicht misschien niet voor de hand om daarvoor mensen uit Leiden te vragen, maar deze onderzoekers zijn de eersten die die taaltjes echt bestudeerd hebben; de Ethiopiërs zelf spreken het ‘alleen maar’. En het maken van een consequente spelling is een vak op zich, typisch iets voor taalkundigen. Rapold is gepromoveerd op de grammatica van het Benchnon, de taal die in en rond het stadje door 290.000 mensen wordt gesproken. Hellenthal hoopt binnenkort te promoveren op de grammatica van het Sheko, een taal die ‘een uur met de bus reizen daarvandaan’ gesproken wordt door 40.000 mensen.

Honderden door de regionale overheid geselecteerde mensen – uit ieder district tien man – bezochten de bijeenkomsten om een schrift voor de regionale talen te kiezen. De officiële taal, het Amhaars, wordt geschreven in een lettergrepenschrift van 234 verschillende tekens, maar in Ethiopië is men ook bekend met het Engels en het Latijnse schrift. Na twee dagen uitleg en discussie werd er met handopsteken gestemd. Men koos voor het Latijnse schrift. Unaniem, want in dit deel van Afrika houdt men van consensus: er wordt beraadslaagd, de discussie gaat een bepaalde kant op en iedereen conformeert zich daaraan.

Vervolgens werd besloten welke klank hoe geschreven werd, weer in samenspraak met de sprekers, onder wie ook enkele analfabeten. De Latijnse spelling past zeker niet naadloos op de klanken die in dit deel van Ethiopië gebruikt worden. De onderzoekers stelden bijvoorbeeld voor om de retroflexe medeklinkers – s en z uitgesproken met een ‘opgekrulde tong’ – te schrijven als sx en zx. De mannen van het comité vonden die x maar niks. Ze hadden daar liever een apostrof. En zo geschiedde, het werd s’ en z’.

In spelling wil je het liefst alle klankverschillen die betekenisverschillen zijn weergeven, zegt Hellenthal. Maar de talen waar het hier om gaat zijn toontalen: bij sommige werkwoorden is het verschil tussen passief en actief slechts een verschil in toon, en zo ook het verschil tussen ik en wij. Hellenthal: „We weten precies hoe dat in de grammatica werkt. Maar moet je al die toon ook schrijven? Voor de lezer is dat heel prettig, maar voor de schrijver betekent het veel extra werk. Soms is het niet erg als er iets wegvalt. Als er in de rest van de spelling maar genoeg clous aanwezig zijn.”

Er is maar één manier om daar achter te komen: door het uit te testen. „Collega’s in Ethiopië gaan dat nu doen met middelbare scholieren, die al Engels kunnen schrijven. Die krijgen eerst een korte introductie in die spelling. Vervolgens laat je ze teksten voorlezen en kijk je hoe dat gaat en waar het fout gaat.”

De spelling is vooral bedoeld om moedertaalonderwijs mogelijk te maken. Het onderwijs kampt nu met een enorme uitval, doordat kinderen op hun zesde meteen met het Amhaarse schrift beginnen – een enorme drempel als ze van huis uit een heel andere taal spreken. En de Leidse onderzoekers zijn behalve wetenschappelijk ook religieus gemotiveerd. Ze promoveren aan de Universiteit van Leiden, maar werken, zoals veel onderzoekers van kleine talen in afgelegen gebieden, ook samen met SIL International, een christelijke organisatie die taalonderzoek combineert met het maken van bijbelvertalingen.

Hellenthal: „Ik ging daar af en toe naar de kerk en dan zag ik: alles wat daar in het Amhaars gebeurt gaat het ene oor in en het andere oor uit. Dat raakt het hart niet echt. Je merkt het ook aan hoe ze de liederen zingen. Zingen in het Amhaars of in de eigen taal, dat maakt een enorm verschil.”

    • Berthold van Maris