'We moeten de rommel van het parlement opruimen'

Tot ergernis van de president stemde Litouwen voor een homofobe wet. „Dit is een opstap naar censuur en schending van mensenrechten.”

Grybauskaite Foto Reuters ‘We moeten de rommel van het parlement opruimen’ Litouwen President maakt zich zorgen over homofobie die toeneemt onder druk van economische crisis in haar land Newly elected Lithuanian President Dalia Grybauskaite speaks to reporters during a joint news conference with Swedish Prime Minister Fredrik Reinfeldt after their meeting in Stockholm July 16, 2009. REUTERS/Bob Strong (SWEDEN POLITICS) Reuters

Dat ze het meteen druk zou hebben als president had Dalia Grybauskaite (53) wel verwacht. Het is immers economisch noodweer in haar land. Litouwen (3,5 miljoen inwoners) zit nog niet onder de plak van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), zoals buurland Letland, maar het scheelt niet veel. Er is werk aan de winkel.

Maar dat het zo erg zou worden, kwam toch als een verrassing. Met de groeten van het Litouwse parlement. Dat nam twee weken geleden een wet aan, die de publieke ‘verheerlijking’ van homoseksualiteit verbiedt. Grybauskaite had de laatste zin van haar eed nog niet uitgesproken of ze moest vol aan de bak om de imagoschade voor haar land te beperken.

„Mijn mensen gaan dit jaar niet met vakantie”, zegt de president in een gesprek in Vilnius. „We moeten de rommel van het parlement opruimen.”

Grybauskaite weet van aanpakken. Ze groeide op in een arbeidersgezin, haar vader was chauffeur en elektricien, zelf stond ze jarenlang in een bontfabriek om haar studie te bekostigen. Na de val van het Sovjetimperium in 1991 volgde een carrière in de Litouwse ambtenarij, in 1999 werd ze minister van Financiën en in 2004 Europees Commissaris (Begroting). Ze heeft dezelfde bijnaam als haar grote voorbeeld, de voormalige Britse premier Margaret Thatcher: IJzeren Dame.

Litouwen is een land van katholicisme en familiewaarden. Maar dat heeft de kiezers er niet van weerhouden om in mei, met 68 procent van de stemmen, voor het eerst een vrouw als president te kiezen, een ongetrouwde vrouw bovendien, zonder man, zonder kinderen, maar wel met een karatediploma en een zwak voor basketbal. En een hekel aan rommel.

Grybauskaite is niet alleen boos over die homofobe wettekst, onderdeel van een bredere wet die kinderen moet beschermen tegen „schadelijke publieke informatie”. Ze vindt dat het Litouwse parlement er vaker een potje van maakt. „Veel wetten die ik voorbij zie komen vertonen mankementen. Zoveel kan ik na twee weken al constateren. Met verbazing.” Een gesprek over homorechten, economische malaise en politieke cultuur.

Wat is er volgens u verkeerd aan die wet?

„De wet is vaag en voor veel interpretaties vatbaar. Je kunt er alles onder schuiven wat je wilt. Niet alleen homorechten zijn in gevaar, maar alle mensenrechten, het is een opstap naar censuur. Ik heb per presidentieel decreet een werkgroep van specialisten opgericht. Die moet in de herfst voorstellen doen voor amendementen. Ook binnen de regeringscoalitie is iedereen het er intussen wel over eens dat deze wet verre van perfect is.”

Dat werd twee weken geleden nog niet begrepen?

Grybauskaite lacht. „Zo werkt de Litouwse politiek. In theorie hebben we één Huis van Afgevaardigden, maar in de praktijk wordt het presidentiële ambt als tweede huis gebruikt, om fouten in wetteksten recht te zetten. Dit is nu duidelijk ook het geval. Mijn mensen gaan dit jaar niet met vakantie, we gaan de rommel van het parlement opruimen. In de afgelopen weken hebben we nog tachtig andere wetten voor ondertekening ontvangen.”

Neemt de homofobie in Litouwen toe?

„Ja. Dat heeft niet alleen te maken met traditionele familiewaarden, maar ook met de economische crisis, de samenleving staat onder druk. In moeilijke tijden is er altijd een hang naar protectionisme, er wordt naar vijanden gezocht. Dat is niet zomaar op te lossen, maar ik ga hard mijn best doen. In mijn verkiezingscampagne ging het ook geregeld over Europese waarden en mensenrechten. Dat heeft de kiezer kennelijk aangesproken.”

Het Baltische groeimodel gold lang als schoolvoorbeeld van economisch succes. Nu staat het symbool voor economisch mismanagement.

„Ho, ho, laten we niet te snel conclusies trekken. De zeepbel is inderdaad gebarsten, vooral in de bouw en in het vastgoed, maar het fundament van de economie, de industrie, is niet of veel minder aangetast. Deze crisis wordt vaak vergeleken met die van de jaren dertig, maar toen was de impact veel groter, er was honger. En wat zie je nu in Litouwen? Iedereen is aan het winkelen en er staan geen rijen in de straat. Macro-economisch ziet het er vreselijk uit, maar de werkelijkheid zegt iets anders.”

De Litouwse consument heeft onverantwoordelijk veel geld bij banken geleend en de politiek heeft het aangemoedigd. Is de conclusie niet gewoon dat Litouwen na bijna twintig jaar onafhankelijkheid niet voor zichzelf kan zorgen?

„Nee hoor. Tien jaar geleden was ik minister van Financiën tijdens de Russische roebelcrisis. Ik was zelf met het IMF aan het onderhandelen, we deden grote aanpassingen en snoeiden in uitgaven. Dat ging heel goed. In deze crisis waren we te laat met het herstellen van de begrotingsdiscipline. De vorige regering bleef eind vorig jaar te veel uitgeven, ook omdat het verkiezingstijd was. Daar betalen we nu de prijs voor.”

Het zou niet de eerste keer zijn dat Litouwse politici de handdoek in de ring gooien als het moeilijk wordt. Dit is de vijftiende regering in bijna twintig jaar. Durft de huidige premier Andrius Kubilius zijn reputatie op te offeren?

„Dat heeft hij al gedaan, gelooft u me. Hij heeft sinds zijn aantreden eind vorig jaar een hele reeks impopulaire beslissingen genomen, de begroting is al tweemaal onder het mes gegaan. Ik zie nog genoeg politieke wil om verder te bezuinigen, zonder druk van buitenaf, zonder IMF. Op korte termijn verwacht ik geen regeringscrisis.”

Uw voorganger, Valdas Adamkus, bemoeide zich weinig met binnenlandse kwesties en profileerde zich vooral met reizen naar het buitenland. Wat gaat u doen?”

„Ik zal zonder meer actiever zijn in het binnenland. De kiezers verwachten het van me, het was een van mijn beloftes in de campagne. Als professional heb ik de regering kennis en ervaring te bieden. Bovendien kan geen enkele president het zich in de huidige situatie permitteren om langs de zijlijn te blijven staan.”