Verdachte van terreurmelding Ikea vrijgelaten

De vrouw die ervan wordt verdacht in maart een valse melding van terreurdreiging te hebben gedaan, zit niet langer vast. De rechtbank in Rotterdam heeft vanmorgen haar voorarrest opgeheven. Ze blijft wel verdachte in de zaak.

De 48-jarige Saïda H. is volgens justitie de vrouw die op 11 maart vanuit Brussel naar de Nederlandse politie heeft gebeld met een melding over een dreigende terreuraanslag bij Ikea en Mediamarkt in Amsterdam-Zuidoost. Die melding had grote gevolgen, de warenhuizen werden ontruimd en zeven mensen werden met veel geweld aangehouden door arrestatieteams. Een dag later werden zij allemaal weer vrijgelaten. Ze zijn geen verdachte meer.

Bij de zitting bleek vanmorgen dat Saïda H. op één van de adressen woonde die in de terreurmelding werden genoemd. Haar man en kinderen werden als gevolg van de melding aangehouden.

Op de zitting verklaarde het OM dat Saïda H. in 2004 na de aanslagen in Madrid ook al een melding heeft gedaan over terreurdreiging. Die zou deels onjuist zijn geweest, stelde het OM. En volgens justitie heeft ze daarna nog meerdere malen „aandacht gevraagd van overheidsdiensten met onjuiste informatie”, aldus de officier. Justitie suggereerde dat Saïda een verwarde vrouw is met een psychiatrisch verleden en wil haar laten observeren in het Pieter Baan Centrum. Saïda H. was zelf aanwezig bij de zitting – een kleine vrouw gehuld in een lange witte omslagdoek met een kanten rand. Ze zei in gebrekkig Nederlands dat ze onschuldig is. „Ik zou zoiets nooit, echt nooit doen, mijn gezin is alles voor me.” Ook zei ze graag naar huis te willen maar te vrezen voor haar leven. Mensen die denken dat zij de belster is, zouden haar iets willen aandoen.

Volgens de advocaat van Saïda H., mr. B. Schnier, zijn er ten minste vier andere mogelijke verdachten. Eén van hen is een Belgische vrouw die de eigenaresse zou zijn van de simkaart waarmee naar Nederland werd gebeld door, meent justitie, Saïda. Schnier: „Er wordt ingezoomd op mijn cliënt en andere mogelijke daders worden niet onderzocht.”