Tien jaar Mohammed

Toen koning Mohammed VI tien jaar geleden de troon van Marokko betrad, waren de verwachtingen hooggespannen. Eindelijk zou er een einde komen aan de „jaren van lood”, zoals het bijna dertigjarige koningschap van Hassan II door oppositionele Marokkanen werd genoemd.

Die hoop is deels uitgekomen. Mohammed VI, die morgen zijn jubileum viert en volgende maand 46 jaar wordt, heeft in de eerste fase van zijn bewind een begin gemaakt met de modernisering en democratisering van Marokko. Hij zette het privatiseringsbeleid van zijn vader voort en stimuleerde tegelijkertijd economische projecten die ten goede kwamen van de armsten. De gestage groei van 4 tot 5 procent per jaar leidde tot meer diversificatie van de economie.

Op politiek vlak stemden zijn initiatieven ook verwachtingsvol. Hij bleef in dezelfde gematigde toon over Israël spreken als zijn vader. Een week geleden nog heeft Mohammed VI bij de opening in Parijs van het Aladdin Project, dat Arabieren en Joden tot elkaar wil brengen, de holocaust erkend als „een van de meest tragische hoofdstukken uit de moderne geschiedenis”. De jonge koning stelde in eigen land eerder een verzoeningscommissie in die de mensenrechtenschendingen ten tijde van Hassan II onderzocht.

De belangrijkste hervorming van koning Mohammed VI, die anders dan zijn vader maar met één vrouw is gehuwd, is de herziening van het familierecht in 2003. De positie van de vrouw is versterkt, ook binnen het huwelijk dat niet meer door de man kan worden ontbonden met het simpel driemaal uitgesproken ‘je bent verstoten’. De mazen in deze wet worden weliswaar ten volle benut door mannen die zich niet wensen aan te passen, maar dit nieuwe recht is toch een stimulans voor een mentaliteit die meer past bij het Europa waartoe Marokko toenadering zoekt.

Of die door kan zetten, is echter de vraag. Want de tweede fase in het koningschap van Mohammed VI laat nu op zich wachten. Onder het mom van de bestrijding van islamitisch fundamentalisme, dat in de politieke arena opdook via de Partij voor Recht en Ontwikkeling, worden de burgerlijke vrijheden over een brede linie ingeperkt. Zo voelen de toch al minuscule shi’itische minderheid en de homoseksuelen de druk toenemen. De pers wordt ook weer meer gebreideld.

Die regressie doet vermoeden dat Mohammed VI bang is dat de belangen van de economische en politieke entourage rond het paleis, de zogeheten ‘makhzen’, kunnen worden geschaad door een voortgaande democratisering van de samenleving. Deze technocratische hofkring heeft zich recent georganiseerd in de Partij van Authenticiteit en Moderniteit (PAM), die dankzij de steun van boven electoraal van meet af aan succesvol was. Maar op langere termijn kan deze geprivilegieerde groep de modernisering van Marokko ook fnuiken.

Mohammed VI lijkt in ieder geval terug te deinzen voor de volgende fase van het project dat hij precies tien jaar geleden is begonnen: de economische én politieke integratie van een modern Marokko in de democratische ruimte van Europa.