Tbs? Nee, dank u wel. Doe mij maar 15 jaar

De helft van de verdachten werkt niet mee aan onderzoek uit angst om tbs te krijgen, volgens een recente peiling.

Ze worden niet behandeld en dat baart het OM zorgen.

Vroeger kwam het zelden voor, zegt officier van justitie Huibert Donker van het Openbaar Ministerie (OM) in Breda. Nu is het eerder regel dan uitzondering: verdachten die in aanloop naar de rechtszaak weigeren mee te werken aan een onderzoek naar hun psyche.

Zo proberen ze te voorkomen dat de rechter hen tbs oplegt. Ze vrezen het onvoorspelbare verloop van terbeschikkingstelling. Tbs kan keer op keer verlengd worden door de rechter, zonder maximum.

Het is een trend, zegt ook een woordvoerder van het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische onderzoekskliniek van justitie. Steeds meer verdachten werken niet mee aan het door de rechter gelaste onderzoek. Het PBC houdt de weigeringen niet structureel bij, maar enkele maanden geleden is een eenmalige telling gehouden: de helft van de verdachten deed niet mee.

Overigens weerhoudt dat de onderzoekers er niet altijd van om toch over die personen te rapporteren aan de rechter. Ook zwijgende verdachten vertonen gedrag dat geanalyseerd kan worden, en daarnaast wordt er gesproken met vrienden en familie. En de rechter kan altijd tbs opleggen – of er nu een psychische stoornis is vastgesteld of niet.

Officier van justitie Donker noemt het „zorgelijk” dat de helft van de verdachten in het PBC weigert zich psychisch te laten onderzoeken. Vooral omdat het betekent dat stoornissen die tot een delict hebben geleid niet behandeld worden, zegt Donker, met een grotere kans op recidive.

Voor de verdachten zelf is het ook nadelig, vindt het OM, omdat de rechter vaak tot een hogere straf komt als een verdachte niet meewerkt aan psychisch onderzoek. Advocaten die hun cliënten standaard adviseren te zwijgen tegen de onderzoekers, zouden zich meer bewust moeten zijn van de maatschappelijke gevolgen, vindt justitie.

Maar advocaten vinden tbs vaak simpelweg „geen goed alternatief meer” voor celstraf, zegt strafrechtadvocaat Roosjen uit Drachten. De gemiddelde duur van een tbs-maatregel is opgelopen van vierenhalf naar acht jaar in tien jaar tijd.

Dat komt volgens Roosjen door de „overdreven” reacties van politici op incidenten met tbs’ers in het verleden. „Hoe verschrikkelijk die ook zijn geweest.” In april was er nog een spoeddebat over een tbs’er uit de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht die een 34-jarige vrouw uit Enschede in haar woning zou hebben gegijzeld en verkracht. Ook zij had een tbs-verleden. En er zijn long-stay-afdelingen gekomen, waar mensen zitten die uitbehandeld zijn. Van de 1.883 tbs’ers die in september 2008 vast zaten, zaten er 176 op zo’n afdeling.

Strafrechtadvocaat Gerard Spong noemt het betoog van het OM „kletskoek”. „Justitie moet zich niet met ons werk bemoeien. Wij zijn er om het belang van de cliënt te verdedigen en soms is dat ermee gediend niet mee te werken.” Spong vindt het heel verdedigbaar dat een verdachte kiest voor een langere gevangenisstraf om de onberekenbaarheid van de tbs-praktijk te vermijden. „Liever zeker vrij na vijftien jaar celstraf dan twaalf jaar en tbs.”

Spong noemt ook een ander risico: voor een verdachte die ontkent. „Als iemand van plan is zich in de rechtszaal te beroepen op zijn zwijgrecht is het wellicht onverstandig om zeven weken te gaan zitten praten in het Pieter Baan Centrum. Dat kan gevolgen hebben voor de bewijsvoering.”

    • Merel Thie