Talibaan zijn een voorbeeld

De rellen in het noorden van Nigeria zijn het werk van radicale moslimjongeren.

Zij vechten tegen decadente politici en de corrumperende invloed van het Westen.

Religieus extremisme voortkomend uit diepe sociale ellende is een groeiende plaag in Nigeria. In het noorden van het land, waar sinds zondag honderden jonge militante moslims aanvallen hebben geopend op met name politiebureaus, vinden al ruim dertig jaar spontane uitbarstingen plaats van extremistisch geweld. Daarbij vielen duizenden doden; tienduizenden burgers sloegen op de vlucht.

Nigeria, met 140 miljoen inwoners Afrika’s volkrijkste natie, is een land van twee goden: het christendom domineert in het weelderig groene zuiden en de islam in het droge noorden. De structuren van de feodale staten die de Britse kolonisten er in de negentiende eeuw aantroffen, maakten het hun relatief gemakkelijk het uitgestrekte savannegebied te besturen. Noordelijke politici gingen na de onafhankelijkheid van Nigeria in 1960 een invloedrijke rol spelen in de nationale politiek. Uit frustratie over de decadentie van deze politici in het olierijke en uiterst corrupte Nigeria begonnen moslimjongeren in het noorden zich steeds meer af te keren van hun traditionele leiders.

In het noorden strijden traditie en de moderne consumptiemaatschappij om voorrang. Leden van de noordelijke elite zijn de meeste tijd aan de macht geweest sinds 1960, maar de armoede bleef in het noorden groter dan in het zuiden. Dat leidde in 1980 tot de eerste religieus geïnspireerde opstand. In de miljoenenstad Kano richtten jongeren onder leiding van hun leider Maitasine op grote schaal vernielingen aan en vielen tweeduizend doden. Sindsdien zijn er vrijwel ieder jaar religieuze onlusten.

Veel van de leiders van de fanatieke moslimsektes blijken aan de Ahmadu Bello Universiteit in Zaria te hebben gestudeerd. Halverwege de jaren negentig riep economiestudent Ibrahim El-Zak-Zaky de islamitische revolutie uit en – hoewel de Nigeriaanse moslims soennitisch zijn – stuurde hij zijn volgelingen naar het shi’itische Iran voor een opleiding. Begin deze eeuw ontstond een nieuwe beweging in het noordoosten, de Aanhangers van de Profeet, die zich vestigde in de gebieden waar de afgelopen dagen aanvallen van militanten plaatsvonden. Ze hadden een basis in Kanamma waar de afgelopen dagen de opstand begon.

De Aanhangers van de Profeet werden verslagen en Boro Haram (Illegaal Onderwijs) werd geboren. Deze beweging, verantwoordelijk voor de recente rellen, neemt een voorbeeld aan het bestuur van de Talibaan indertijd in Afghanistan en wijt, net als zijn voorlopers, het onheil in Nigeria aan de decadente politieke klasse en de corrumperende invloed van het Westen, zoals door onderwijs. De leider van Boro Haram is universitair opgeleid en in de dertig. Zijn losjes gestructureerde beweging bestaat uit ontevreden jongeren die bereid zijn hun leven te wagen bij aanvallen op politiebureaus, andere regeringsgebouwen en kerken. Hun oorlogskreet: alles westers is on-islamitisch.

De opstand van de militanten heeft echter geen connectie met andere politieke conflicten, zoals vorig jaar in Jos, waar religie wordt gebruikt door politici om aanhangers tot geweld aan te zetten. Of met de rebellie in de zuidelijke olierijke Nigerdelta.

In het Westen, dat afhankelijk is van Nigeria’s olie, neemt de vrees toe dat Nigeria onbestuurbaar is. Amerika is militair actief in de Sahara en de Sahel om er vermeend internationaal terrorisme te bestrijden. Bewijzen voor banden van de militanten met de Talibaan of Al-Qaeda heeft de Nigeriaanse overheid niet. Wel noemde Bin Laden enkele jaren geleden Nigeria rijp voor de heilige oorlog.