'Rechtspositie spelers topklasse is schimmig'

Invoering van de topklasse tussen amateur en profvoetbal creëert een grijs gebied op het terrein van arbeidsrecht. „We kunnen niet aanvaarden dat voetbal boven de wet staat.”

Voor een gehoor van zaakwaarnemers, bestuursleden en managers uit de voetbalwereld kreeg professor Evert Verhulp onlangs op een symposium weinig steun. Maar zijn stelling was niettemin kraakhelder. De invoering in 2010 van de topklasse, de buffer tussen amateurs en profs, zal nog meer onduidelijkheid creëren over de arbeidsrechtelijke positie van de voetballer. Zowel bij betaalde amateurs als fullprofs. De hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam vindt het een „grof schandaal” dat de voetbalwereld zich stelselmatig niets aantrekt van het arbeidsrecht. Met de invoering van de topklasse zullen de schrijnende gevallen toenemen, zei hij op een seminar van de vakbond voor profvoetballers (ProProf) en de belangenvereniging van spelersmakelaars (Pro Agent).

Verhulp heeft er weinig vertrouwen in dat de KNVB de rechtspositie van de voetballer in de nieuwe afdeling goed gaat regelen als de spelers niet allemaal een werknemersstatus krijgen. Vermoedelijk zal maar een deel van de spelers in de topklassen onder de CAO betaald voetbal gaan vallen. Hierdoor ontstaan situaties die op gespannen voet staan met hetgeen Hendrik Lodewijk Drucker in 1907 heeft bedoeld met de wet op de arbeidsovereenkomst. „De bond tolereert nu ook dat in de eerste divisie bij elke club wel een aantal amateurs rondloopt zonder enige rechten”, constateert Verhulp. „Ik vraag me af hoe straks het onderscheid wordt gemaakt tussen amateurs en profs. Het loopt met de topklassen allemaal volstrekt door elkaar heen. Veel amateurclubs in de hoofdklassen hebben hun [betaalde] spelers ondergebracht in stichtingen. Het is de vraag wie dan de werkgever is: de club of de stichting. Amateurvoetballers gaan straks vallen onder beschermende maatregelen die de wet biedt.”

De KNVB mag volgens Verhulp niet zijn eigen arbeidswetten opstellen. „Het Nederlandse arbeidsrecht is op belangrijke onderdelen dwingend. De arbitragecommissie van de KNVB past dat toe naar de bestaande praktijken in het voetbal, ook als die wringen in het arbeidsrecht. Een speler die de formele werknemersstatus niet heeft kan met zijn probleem naar de kantonrechter stappen en die zal wél op basis van de wet oordelen. Ik krijg er soms kromme tenen van hoe er in het voetbal met arbeidsrecht wordt omgesprongen. We kunnen niet aanvaarden dat deze sport boven de wet staat. Of we moeten voor het voetbal een status aparte aanvragen. Daar moet de Tweede Kamer dan mee instemmen. Maar je dient wel met heel goede argumenten te komen.”

Amateurs in de topklasse krijgen straks volgens Verhulp een groot aantal rechten, de clubs tegelijkertijd plichten. „Als de speler een worst krijgt van de slager om de hoek kan dat een vorm van loon zijn en is al snel sprake van een arbeidsovereenkomst. Dan zijn het in feite gewone werknemers, hebben ze recht op ontslagbescherming en mag hij zich beroepen op het sociale verzekeringsstelsel. De club dient dan premies voor hem af te dragen. Een contract dat twee keer wordt verlengd, is een verbintenis voor onbepaalde tijd. Bedingen, zoals een boetebeding of non-concurrentiebeding, zijn ongeldig. Een club dient het fatsoen te hebben de positie van de spelers die ze opstellen goed te regelen. Ook als die speler een rotschop krijgt en arbeidsongeschikt wordt. De clubs passen de basisnormen van het arbeidsrecht voor amateurs niet toe.”

Leo Beenhakker, bondscoach van Polen en technisch adviseur van Feyenoord, vond dat Verhulp zich te veel zorgen maakte over de (sociale) misstanden in de voetbalwereld. „Die amateur van IJsselmeervogels speelt voor de lol. En de profvoetballers zaten de afgelopen weken lekker met hun voetjes in het water op de Bahama’s.”

De KNVB begint vanaf het seizoen 2010-2011 met twee topklasse; één voor de zondagamateurs en één voor de zaterdaghoofdklassers. Elke topklasse telt zestien clubs. Aan het einde van het komende seizoen degraderen uit de eerste divisie twee clubs naar de nieuwe topklassen. Vervolgens elk jaar één, tenzij de amateurkampioen niet bereid is naar het betaald voetbal te promoveren.

Verhulp constateerde verder dat de verplichting opleidingskosten te betalen bij een buitenlandse transfer op gespannen voet kan staan met het Europees recht op vrij verkeer van werknemers. Onlangs sprak de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie zich uit over het betalen van een opleidingsvergoeding in de zaak van voormalig Olympique Lyon-speler Olivier Bernard. In dit advies aan het hof was de conclusie dat een opleidingsvergoeding niet strijdig is met Europees recht, mits de hoogte van het bedrag de werkelijke opleidingskosten van een club dekt. Het afschaffen van opleidingskosten zou voor clubs aanleiding kunnen zijn minder te investeren in jeugdopleidingen.