Ongezien oordelen

De Raad van State heeft het besluit vernietigd waarmee het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten (NFPK+) subsidie weigerde aan Theater Nomade. De groep van theatermaker Ab Gietelink laakte het dat het Fonds oordeelde zonder de recente voorstellingen te kennen. Het lijkt een tik op de neus van dat Fonds, maar zo wordt dat niet ondergaan. Bijna triomfantelijk zijn de reacties van zowel de fondswoordvoerder als, op zijn weblog, van de voorzitter van de raad van bestuur, George Lawson. Want, analyseren zij, Gietelink kan deze slag gewonnen hebben, het NFPK+ ligt boven. Immers, de adviescommissies mogen artistiek blijven oordelen over theater- en muziekgroepen zonder hun optredens te hebben bijgewoond. Een doorwrocht beleidsplan of een sprankelende aanvraag kunnen een positief subsidieadvies legitimeren. Omgekeerd voldoen een onhandige aanvraag of een frivool beleidsplan als reden voor een afwijzing.

Ook al is de gevolgtrekking van het NFPK+ juridisch in orde, wie van de podiumkunsten houdt voelt op zijn klompen dat het niet de bedoeling is dat zo’n fonds, als het zo uitkomt, koffiedikkijkend oordeelt over de ingediende subsidieverzoeken. Want alle aandacht voor beleidsplannen ten spijt, er wordt wel degelijk inhoudelijk geoordeeld. Zo zei het Fonds over de afwijzing van Gietelink: „De artistieke ontwikkeling en betekenis van de voorstellingen is [sic] te beperkt.” Maar wat wisten de commissieleden van Gietelinks ontwikkeling? Sinds 2004 had geen van hen zijn voorstellingen gezien. Zij baseerden hun negatieve oordeel op wat zij hoorden van door hen vertrouwde bronnen, wier expertise niet te controleren valt en wier status onduidelijk is. Dit advies is nu vernietigd. Maar als dit een gangbare manier van doen is, zijn allicht ook anderen de dupe geworden van deze troebele werkwijze.

Het verwondert bovendien dat het NFPK+ zo veel waarde hecht aan het recht om een voorstelling níét te bezoeken. Alleen de gretige liefhebber van de podiumkunsten zou in zo’n commissie zitting moeten kunnen nemen. Commissieleden moeten zich alomvattend op de hoogte stellen, op avontuur gebrand zijn, nieuwsgierig en wars van vooroordelen, immuun voor gevestigde meningen. Niets is hun te veel. Ze gaan graag op zoek naar performers in ontwikkeling, zodat ze niet verrast worden door hun aanvragen. Is ze dit te veel werk, dan horen ze niet in zo’n commissie.

Een prachtige subsidieaanvraag kan leiden tot een onmogelijke voorstelling. Anderzijds dwarsboomt een onhandig beleidsplan niet per definitie theater van formaat. Ze zijn hulpmiddelen bij de beoordeling, maar het enige serieuze houvast is: wat rolde er recentelijk uit de hoge hoed van de groep of kunstenaar die om subsidie verzoekt? Waar ligt op dit moment haar of zijn kracht? Als het NFPK+ afziet van dat inzicht, beknot het fonds het eigen oordeel.

Subsidie wordt uitgekeerd aan theatermakers, maar wordt uiteindelijk besteed voor het Nederlandse theaterpubliek. Wat telt is wat er zich in het theater afspeelt.