In de cel denk je na over de zin van het leven

Hoe word je gelukkig in drie weken? Vandaag deel 3: houd hoop.

Bij Exodus werken ex-gedetineerden aan een nieuwe plek in de samenleving.

In de cel denk je na over de zin van het leven. Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Sharma (25) was achttien jaar toen hij deze twee dingen te horen kreeg op een en dezelfde dag. Eén: je bent voor moord veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. En: je mag je dochter niet meer zien. „De grond zakte onder mijn voeten vandaan, het was het begin van een diep dal waar ik doorheen moest.”

We zitten in de tuin van het Exodushuis in Den Bosch, waar hij sinds maart woont. Exodus is een plek waar ex-gedetineerden en soms ook gedetineerden onder begeleiding aan een nieuwe plek in de samenleving kunnen werken.

Het pand, een oud kloostergebouw inclusief kerkje, wordt sinds 2005 door de Fraters van Tilburg verhuurd aan stichting Exodus. De manager van het huis, Jan Molmans, legt uit dat het programma in zo’n huis niet alleen moet leiden naar een baan en huis. Ze werken er ook aan zingeving.

Hoe? Via The Lion King bijvoorbeeld. De film is verplichte kost voor elke nieuwe bewoner. Molmans: „Dat vinden die stoere bonken met tatoeages in eerste instantie niet leuk natuurlijk, maar het leidt wel altijd tot gesprekken. De oom van de jonge leeuw vermoordt zijn eigen broer, een aanknopingspunt om te beginnen over de familieomstandigheden van die jongens.” Nou en dan komen de verhalen.

Of hun wordt gevraagd een liedje te laten horen dat ze mooi vinden. „Het meeste is pokkeherrie”, zegt Molmans, „maar als je vraagt waarom, dan is het één sentimentele bende: ‘het doet me denken aan mijn moeder’, of ‘dit luisterde ik toen ik gelukkig was’. We proberen hen bewust te maken van alle verbindingen die zij in het leven hebben. Het leven draait namelijk niet alleen om geld.”

Dat is een les die Sharma sinds zijn gevangenistijd wel heeft geleerd. Hij besloot zijn leven te beteren omwille van zijn dochter. Hij haalde in de gevangenis zijn diploma’s. „Je moet”, zegt hij, „je enthousiasme ergens in stoppen. In fitness, school of grappen maken, anders leid je een dood leven in de gevangenis. En leef van dag tot dag. Als je alleen maar dingen vooruit plant, gaat de tijd te langzaam.”

Tijdens zijn detentie besloot Sharma geestelijke verzorging aan te vragen, van een pandit, een hindoe-geestelijke. Niet omdat hij gelovig is, maar om iemand te hebben met wie hij kon praten. „Hij snapte waar ik vandaan kwam.” Ook Ashraf (29), de nieuwste bewoner in Exodushuis Den Bosch, kreeg geestelijke verzorging in de gevangenis. Hij werd tot tien jaar veroordeeld voor een drugsdelict. Ashraf, die net als Sharma liever zijn achternaam niet vertelt, heeft gekozen voor Exodus vanwege de structuur die wordt geboden. „Ze helpen me bereiken wat ik wil.”

In ruil daarvoor betaalt hij ongeveer 300 euro per maand, moet hij regelmatig alcohol- en drugscontroles ondergaan in het huis en moet hij zich houden aan de strikte regels. Geen geweld, ook niet verbaal, verplicht meedoen aan de wekelijkse kookavond, thema-avond en schoonmaakcorvee en toestemming vragen bij elke stap naar buiten.

De eerste helft van zijn gevangenistijd zat Ashraf vast in Griekenland, waar hij vloeiend Grieks leerde spreken en twee moorden meemaakte. Contact met het thuisfront was bijna niet mogelijk, en de tv bracht alleen Grieks nieuws. Van de moord op Theo van Gogh hoorde hij pas twee jaar later, toen er in Griekenland een Nederlandse gevangene bijkwam. Ashraf, een moslim, was blij met de bezoeken van een Nederlandse dominee. „Ik had veel aan hem, we praatten veel en hij bad ook voor mij.”

Justitie-hoofdpredikant Jan Eerbeek, de bedenker van de Exodushuizen, was jarenlang zelf ook werkzaam als gevangenispredikant. Sinds 1998 stuurt hij predikanten aan. „Als mensen vastzitten, komen ze tot de diepere vragen van het leven: waar leef ik voor, wat is de zin van het leven en wat doe ik met mijn schuldgevoelens? Zij hebben behoefte aan vertrouwelijke gesprekken daarover.” Geestelijk verzorgers, vindt hij, zijn er om de gevangenen hoop te geven. Dus probeerde hij, zonder onderscheid te maken tussen moordenaar en kruimeldief, de kwetsbare kant van een gevangene te ontdekken. „Toen ik in Scheveningen werkte, ging ik in gesprek met een grote Joegoslaaf. Hij stond bekend als spijkerhard, nergens bang voor. Maar bij mij liet hij langzaam een andere kant zien. Toen hij jarig was en ik hem een kanarie cadeau gaf, werden zijn ogen nat van dankbaarheid. Een jaar later kreeg ik op mijn verjaardag een veer van zijn kanarie, in zijn ogen ontzettend waardevol.”

Sharma merkte na zijn detentie dat hij de kleine dingen in het leven meer ging waarderen. Hij laat zijn kamer zien, een kamer die er niet veel ruimer uitziet dan een gevangeniscel. Maar alles heeft er een plek: een oude computer als werkplek, een bed, een klerenkast, een schoenenhoekje, een bankstel met gehaakte antimakassars (kleedjes voor op de bank) en een wastafel. Rondom de spiegel volop foto’s van zijn inmiddels zevenjarige dochter. Hij zegt dat hij nooit meer propjes op straat gooit. Zijn jaszakken zitten vol met papiertjes en plastic tot hij een vuilnisbak tegenkomt. Toen hij pas vrijkwam, merkte hij hoeveel hij had in te halen. „Er kwam een dertienjarige jongen naar me toe: kijk eens naar mijn nieuwe iPod, zei hij. Ik had nog nooit eerder gehoord van een iPod.” Inmiddels heeft hij van de Kinderbescherming te horen gekregen dat hij zijn dochter eens in de drie weken mag zien.