'Ik kan niet worden zoals ik zelf het liefste wil '

Aan gaat naar Taiwan als hulp in de huishouding. Om geld naar haar ouders te kunnen sturen, want dat hoort zo. Maar haar droom is secretaresse te zijn.

Aan Symyati in de slaapzaal van het opleidingsinstituut waar ze wordt voorbereid op een baan als hulp in de huishouding. Foto Ahmad ‘deNy’ Salman Aan gaat naar Taiwan als hulp in de huishouding. Om geld naar haar ouders te kunnen sturen, want dat hoort zo. Maar haar droom is secretaresse te zijn. INDONESIA, JAKARTA - SATURDAY, 20 JUNE 2009 A Sundanese young woman from Subang, West Java, Ms. Aan Sumyati (18 years old) poses for a portraiture in the dormitory of KALLIAN JAYA, a job training center in Kramatjati area, East Jakarta. She hopes after finishing the training program she would get a job as a house maid in Taiwan. Photo by Ahmad 'deNy' Salman Ahmad 'deNy' Salman

Aan Sumyati uit West-Java verhuist binnenkort naar Taiwan. „In Taiwan is het schoon en rijk”, zegt ze. „Er zijn vier seizoenen, niet zoals hier in Indonesië. Als je naar buiten gaat, moet je sokken en een sjaal aan. De mensen zijn er aardig en glimmend wit.”

Dit is alles wat Aan weet over haar nieuwe woonplaats, waar ze gaat werken als hulp in de huishouding. Ze is net achttien geworden, maar volgens haar identiteitskaart is ze 23 – anders had ze niet mogen worden uitgezonden. Ze is verlegen, praat alleen als haar iets wordt gevraagd, en dan zo zachtjes dat je haar bijna niet kunt horen. Dit is de eerste keer dat ze met een buitenlander praat.

Nu volgt ze nog een voorbereidingscursus in Jakarta. Ze leert stofzuigen, baby’s wassen en oude mensen verzorgen. Ze moet alvast wennen aan haar toekomstige ritme: half vijf opstaan, niet vóór tien uur naar bed. En ze leert de taal. In het Mandarijn dreunt ze op: „Ik ben Aan, ik ben 23, mijn vader is boer, ik ben 1,63 meter, ik weeg 51 kilo, ik heb ervaring in Jakarta.”

Aan is een van de miljoenen Indonesische vrouwen die naar het buitenland vertrekken als hulp. Ze komt uit een dorp in West-Java, op anderhalf uur van het dichtstbijzijnde stadje. Haar ouders werken op een rijstveld van iemand anders en hebben een klein huis, waar Aan met een broertje en zus een bed deelde. Ze had een fijne, maar arme jeugd. „De barbie van mijn vriendin kon bewegen, die van mij niet.” Voor Aan zijn mensen rijk als „ze eten weggooien”. Na drie jaar middelbare school vertrok ze op haar vijftiende naar Jakarta, om in de huishouding te werken.

Voor Aan is het leven als hulp al beter dan dat van haar ouders. „Op de sawa werken vind ik vies. Ik heb wel eens geholpen, maar toen kreeg ik overal jeuk en het was zo warm.”

Het was haar eigen idee om naar Taiwan te gaan, vertelt ze. Ze is de eerste in de familie. Wel heeft ze een tante die als danseres werkte in Japan. „Maar die wil niets meer met de familie te maken hebben, want die is nu rijk.”

Zelf wil Aan naar Taiwan omdat ze daar veel geld denkt te verdienen. Haar ouders maakten geen bezwaar. In Jakarta verdiende ze dertig euro per maand, ze rekent nu op het tienvoudige. Wel maakt ze zich een beetje zorgen over alle verhalen over gemene buitenlandse bazen die hun dienstmeisjes slaan of zelfs martelen. Wat ze daaraan gaat doen? „Als het bij mij gebeurt, dan weet ik dat ik een fout heb gemaakt en dat ik moet veranderen. Bijvoorbeeld de manier waarop ik praat.”

Slechts een klein deel van het geld dat Aan hoopt te verdienen, houdt ze zelf. Het belangrijkst is haar familie. Haar jongere broertje wil bij het leger, maar het kost zo’n vijftig miljoen roepia (3.500 euro) om binnen te komen. „Ik wil zijn droom verwezenlijken.” Maar ze doet het vooral voor haar ouders. „Ik wil dat mijn ouders zijn zoals andere mensen. Dat ze meer geld hebben, dat ze misschien een eigen sawa kunnen kopen of een winkeltje beginnen. En dat ze op hadj, op bedevaart naar Mekka kunnen.”

Aan heeft zich nog nooit afgevraagd waaróm zij voor haar ouders moet zorgen. „Ik weet gewoon dat het zo is.” In Indonesië is dat nu eenmaal gebruikelijk. Zolang je niet getrouwd bent, moet je alles voor je ouders overhebben. Nu voor het eerst iemand vraagt waarom dat zo is, nu ze voor het eerst hoort dat dat in andere landen anders is, begint Aan te huilen. Want ze zou wel degelijk meer voor zichzelf willen.

„Ik word geleefd, ik kan niet worden zoals ik zelf wil”, snikt ze. „Als ik die verantwoordelijkheid niet had gehad, dan zou ik naar de universiteit willen. Mijn droom is om secretaresse te zijn. Dan zit je comfortabel in de airconditioning, je ontmoet belangrijke mensen, en je kunt moderne spullen hebben, zoals een laptop.” Maar voor Aan zat dat er niet in. De honderd euro inschrijfgeld voor het tweede deel van de middelbare school kon haar familie niet betalen.

Aan is van plan tot haar 24ste in het buitenland te werken. „Dan heb ik één jaar om een man te zoeken”, want vóór haar 25ste wil ze getrouwd zijn. Ze hoopt tegen die tijd genoeg te hebben gespaard om een eigen bedrijfje te beginnen. En hoewel ze Jakarta leuk vindt, wil ze toch terug naar haar dorp en haar familie. „Maar ik word niet arrogant, als ik rijk ben”, zegt ze. In tegenstelling tot haar tante. „Tegen die tijd mag iedereen bij me langskomen en vragen: hoe ben je zo rijk geworden?”

Eerdere delen via aanklikbare kaart op nrc.nl/eigenleven

    • Elske Schouten