Hier houdt studeren in de zomer niet op

De Summer School van de Universiteit Utrecht is de grootste van Europa.

Het succes past in een trend, waarbij er meer aandacht is voor excellent onderwijs.

De campus van de Universiteit Utrecht, vestigingsplek van de Summer School. Foto’s Thomas Donker summerschool universiteit utrecht, heidelberglaan 2 Donker, Thomas

Ze zijn jong, klemmen steevast een collegetas onder hun arm en spreken Engels in alle accenten van de wereld. Op de Summer School van de Universiteit Utrecht wordt er deze zomer gewoon doorgestudeerd.

De Summer School Utrecht is met 1.500 studenten uitgegroeid tot de grootste van Europa, groter dan Oxford of Cambridge. Dik 90 procent van de studenten, die kunnen kiezen uit negentig verschillende cursussen, komt van buiten Nederland: Amerika, China, maar ook Roemenië, Indonesië en Mexico.

„Het begon met één cursus Dutch culture and society om de uitwisseling van studenten met de partneruniversiteit in Florida in balans te brengen”, vertelt Jaap Verheul, professor aan de Universiteit Utrecht en docent van twee cursussen op de Summer School. „Veel van onze studenten trokken ’s zomers die kant op, maar andersom liep het nog niet.”

Het type student spreekt hem aan, vertelt hij. „Leergierig, nieuwsgierig, sociaal. Ze maken de lessen voor zichzelf interessant en praktisch. Dit zijn de mensen die je voor een masterstudie naar Utrecht hoopt te lokken.”

De opmars van de Summer School past in een trend. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) laat de term ‘excellente student’ regelmatig vallen. Plasterk riep vorig jaar hiervoor het Sirius subsidieprogramma in het leven voor de topstudent. Sindsdien deelt de minister via Sirius flinke bedragen uit aan universiteiten en hogescholen, die zich richten op studenten die bijzondere prestaties leveren. Het totale bedrag loopt in vier jaar tijd op tot 56,5 miljoen euro. De onderwijsinstellingen moeten daarvoor ‘uitgebreidere trajecten’ opzetten voor de 5 procent beste studenten.

Deze aanpak lijkt z’n vruchten af te werpen. „De cultuur verandert. Universiteiten proberen hun aanbod zo excellent mogelijk te maken”, zegt Rob van der Vaart, de dean (inhoudelijke baas) van het University College Utrecht. Van der Vaart schat dat zeker de helft van zijn studenten deze zomer een Summer School in het buitenland bezoekt of zich door een stage, vrijwilligerswerk of taalcursus verder bekwaamt.

Na de zomer starten de twee Amsterdamse universiteiten het vierde University College in Nederland en de universiteit van Leiden volgt in 2010 met een vestiging in Den Haag. Van der Vaart: „De excellente student doet graag extra dingen, maar wil vooral terugkoppeling. Hij of zij heeft bevestiging nodig en wil een eigen plan trekken. Dat kan alleen in een kleinschalige omgeving.”

Volgens Annet van Essen van Ebbinge Campus, het bedrijf dat de werving en selectie van de top-5-procent van de academisch geschoolden in Nederland verzorgt, is de Summer School een belangrijke toegevoegde waarde op een cv. „Het zegt iets over gedrevenheid en of iemand de zomer nuttig wil besteden. Studenten die een Summer School doen zijn gericht op hun ontwikkeling. Dat spreekt een toekomstige werkgever aan.”

De populariteit van de Summer School, de opmars van Colleges: zijn er anno 2009 steeds meer excellente studenten? Van der Vaart denkt van niet. „Als ik studenten van nu vergelijk met twintig jaar geleden zijn ze niet slimmer of meer getalenteerd.”

Ze zijn vooral drukker, volgens Van Essen. „Afgelopen jaren was het geluid dat studenten juist steeds minder naast hun studie gingen doen vanwege de prestatiedruk. Studenten hebben nu meer te doen, waardoor ze bewuster voor nevenactiviteiten kiezen.” Van der Vaart: „De cultuur onder jongeren is tegenwoordig meer: ik wil scoren, laten zien wat ik kan. Dan heb ik later meer kansen.”

    • Joelle Poortvliet