Heroïne tegen de Afghaanse verveling

Geen land produceert zoveel papaver als Afghanistan. Ook de eigen bevolking raakt verslaafd aan het belangrijkste eindproduct ervan, heroïne.

Vier mannen in kleermakerszit staren naar dokter Sadeq, als die de verpleegruimte van zijn afkickkliniek binnenkomt. Een ventilator pompt de muffe lucht rond in de ruimte, een kelder in een huis in Tarin Kowt, de hoofdstad van de Afghaanse provincie Uruzgan.

Een van de mannen op het bed is Said Dullah. Zoals bijna iedereen in de kliniek is hij verslaafd aan heroïne, een eindproduct van papaver, die op talloze akkers in Uruzgan wordt verbouwd. Een paar jaar geleden was hij nog vrachtwagenchauffeur. Toen hij werkloos raakte, hing hij rond met vrienden. „Op een dag kwam er een agent. Hij verkocht ons de heroïne. Ik dacht: hij is agent, dus het kan vast geen kwaad. De man bleef leveren. Hij vertelde er niet bij dat het zo verslavend was.”

Geen land in de wereld produceert zoveel papaver als Afghanistan. Ook de eigen bevolking lijdt eronder. Volgens Sadeq, directeur van de kliniek in Tarin Kowt, zijn 1.500 van de circa 60.000 inwoners van de stad verslaafd. „Drugs zijn overal te koop. Het schaadt het sociale leven van verslaafden: ze raken hun familie en vrienden kwijt. En het schaadt de opbouw van ons land.”

Nederlandse en Afghaanse non-gouvernementele organisaties hebben daarom eind juni samen een afkickkliniek geopend. Twee dokters, twee verpleegkundigen en een maatschappelijk werker staan de maximaal vijftien patiënten bij. De maatschappelijk werker gaat naar moskeeën en scholen en komt bij mensen thuis om voorlichting te geven. Ook komt hij bij de vrouwen, die geen eigen kliniek hebben.

Het afkickprogramma duurt een maand. De eerste twintig dagen, de ontgiftingsfase, is het lastigst. De patiënten in dit stadium, zoals Said Dullah, ogen koortsachtig. Het is alsof ze de heroïne eruit zweten. Een kelder vol medicijnen, netjes gelabeld en geïmporteerd uit Dubai, helpt hen als ze het te kwaad krijgen. Na de detox volgen tien dagen rehabilitatie. De meeste patiënten houden het vol, zegt dokter Sadeq, maar niet iedereen. „Laatst is er een patiënt uit het raam geklommen, met bedlakens en al. Die verkocht hij op de bazaar in ruil voor drugs.”

Voor de ingang van de kliniek staat daarom een gewapende bewaker. Hij beziet de twee zijden van de poort: aan de ene kant let hij op de verslaafden, aan de andere kant waakt hij over de straat. Hij houdt in de gaten of daar Talibaanstrijders rondlopen. Dokter Sadeq: „Als de Talibaan weten waar wij mee bezig zijn, zullen ze niet aarzelen ons te onthoofden. Wij krijgen geld uit het buitenland. Dat vinden ze maar niks.”

Niet dat de Talibaan iets van zich hebben laten horen: de meeste strijders zijn naar de minder bevolkte buitengebieden vertrokken. Maar nieuwe problemen doemen op nu de veiligheid lijkt te verbeteren. Nu het veiliger is, zijn Afghanen minder tijd kwijt met hun eigen verdediging. Sleur en verveling nemen toe. Met een groeiende Afghaanse economie groeit ook de teleurstelling bij hen die daar niet van profiteren. Alle vijftien verslaafden in de kliniek zeggen dat hun werkloosheid de voornaamste oorzaak is van hun verslaving, zoals ook Serdiq. „Doordat ik geen baan heb ben ik drugs gaan gebruiken. Er was voor mij geen school. Geen projecten. Drugs doden de tijd.”

De drugs die Serdiq kocht, werden ieder jaar goedkoper. Voor een kilo droge opium werd in juni 2005 nog 137 dollar betaald, nu 73 dollar. Uit papaver wordt eerst opium gemaakt en dan heroïne. De straatwaarde is met 46 procent gedaald, blijkt ook uit cijfers over heel Afghanistan van het UNODC, de drugsbestrijdingsorganisatie van de Verenigde Naties.

Hoewel de Afghaanse papaverproductie iets afnam in 2008, is daar op de bazaar in Tarin Kowt weinig van te merken. „Drugs kunnen we overal krijgen in Uruzgan”, zegt een man genaamd Quadratelle. „Zes jaar geleden was er alleen nog maar marihuana. Maar met de regering-Karzai kwam ook de heroïneverslaving. Onder de Talibaan werden verslaafden drie jaar in de cel gegooid. Dat weerhield mensen van drugsgebruik. Nu is het beleid te slap.”

Dokter Sadeq is 25 jaar oud. Jonge hoogopgeleide mensen als hij zijn zeldzaam in Uruzgan. Meer dan 90 procent van de bevolking in Uruzgan kan niet lezen of schrijven. „In een provincie die zo achterloopt, bestaat veel onwetendheid over drugs, en hoe verslavend het is. Waar moet ik beginnen als zelfs de politie in drugs handelt?”

Op Kamp Holland is het een bekend probleem. In het opleidingscentrum voor de politie krijgen agenten cursussen. De Nederlandse luitenant Rinus leidt hen op. „Tien procent komt niet door de aanmeldingstoets omdat ze harddrugs gebruiken. Daar ligt voor ons de grens: als we agenten gaan wegsturen die aan de softdrugs zitten, houden we nauwelijks agenten over.”